Demersale rondvissen

Demersale rondvissen leven nabij de zeebodem en zijn aan dit leven aangepast. Ze worden daarom ook wel bodemlevende rondvissen genoemd. Een aanpassing om nabij de bodem te leven is bijvoorbeeld dat ze een schutkleur hebben. Ze zijn zo gekleurd dat ze wegvallen tegen de zeebodem. Daarnaast hebben sommigen kindraden, ook barbelen genoemd, wat draden zijn op de kin waarmee ze de bodem afzoeken naar voedsel. Veel demersale rondvissen kunnen zowel in de bodemvisserij als in de pelagische visserij gevangen worden.

Klik hier voor de lesmodule over platvissen en hier over kraakbeenvissen.

1Kabeljauw

Latijnse naam: Gadus morhua
Engelse naam: Cod

Kenmerken

De kabeljauw heeft een duidelijke kindraad en drie borstvinnen die vlak bij elkaar staan. De bovenkaak steekt voorbij de onderkaak uit en de zijlijn is licht van kleur. Kabeljauw kan verschillen qua kleur. Zo is de kleur afhankelijk van de omgeving waarin de kabeljauw leeft. Meestal heeft kabeljauw een roodachtige of groenige kleur in wierzones, maar bleekgrijs op zandige bodems of in diep water.

Lengte: tot 200 cm, maar kabeljauwen groter dan 100 cm worden tegenwoordig nauwelijks meer aangetroffen
Gewicht: tot 96 kg
Leeftijd: kan ouder dan 15 jaar worden, maar exemplaren ouder dan 10 jaar worden nauwelijks meer aangetroffen

Kabeljauw (Gadus morhua) - demersale rondvissen

Kabeljauw (Gadus morhua).Beothic.com

Habitat

Kabeljauw komt voor van kustwateren tot op dieptes van 500-600 m. Ze leven meestal bij de bodem en vaak in de buurt van scheepswrakken. Maar kabeljauwen worden ook gevonden in de pelagische waterkolom en in de diepe open oceaan.

Biologie

De kabeljauw heeft verschillende populaties met verschillende verspreidingsgebieden, groeisnelheden en paaigewoontes. Hierbij paaien de meeste populaties tussen januari en april. Het aantal eitjes dat kabeljauwen produceren is afhankelijk van lengte, gewicht, jaargetijde en gebied. Rond 1970 produceerde een vrouwtje ongeveer 500 eitjes per gram lichaamsgewicht. Sindsdien is dat substantieel verhoogt. Niet alleen produceren ze meer eitjes dan in 1970, maar ze worden ook eerder geslachtsrijp. Nu wordt een kabeljauw tussen de 2-6 jaar geslachtsrijp. Het deel dat bij 2 jaar al geslachtsrijp is, is sterk toegenomen sinds 1970.

Kabeljauw.

Kabeljauw.Ecomare

Tijdens het paaien zwemmen de mannetjes en vrouwtjes met hun buiken dicht bij elkaar, waardoor de eitjes gelijk bevrucht worden. Het aantal eieren varieert van 500.000 tot wel vijf miljoen, al naar gelang de afmetingen van het vrouwtje. De doorzichtige eitjes zweven naar de oppervlakte en komen daarna uit. Na 3-5 maanden zijn de jongen kabeljauwen 3-6 cm lang en trekken ze langzaam naar de bodem.

Voeding

Kabeljauw eet voornamelijk vis, maar daarnaast eet kabeljauw ook allerlei kreeftachtigen, wormen en weekdieren.

Visserij

Kabeljauw wordt al eeuwen bevist in zijn gehele verspreidingsgebied. Met sommige visserijmethoden wordt er gericht gevist op kabeljauw, terwijl het een bijvangstsoort is voor andere visserijen. Desalniettemin is het een algemeen beviste demersale rondvis.

2Wijting

Latijnse naam: Merlangius merlangus
Engelse naam: Whiting

Kenmerken

De bovenkaak van de wijting steekt iets uit. Hij heeft relatief lange, puntige tanden. Zijn snuit is iets langer dan de oogdiameter. De jongen hebben een zeer kleine kindraad, maar bij volwassenen is de kindraad verdwenen. De zijlijn is donker en er zit een donkere vlek aan de basis van de borstvin.

Lengte: tot 70 cm
Gewicht: tot 3 kg
Leeftijd: 12 tot 15 jaar, maar zelden ouder dan 6 jaar

Wijting (Merlangius merlangus) - demersale rondvissen

Wijting (Merlangius merlangus). Visinfo

Habitat

Jongen leven met name in kustgebieden, inclusief estuaria, en volwassenen in dieper water met een voorkeur voor zandige- en modderige bodems.

Biologie

Wijting plant zich voort van januari tot juli. Een vrouwtje van 35 cm produceert ongeveer 600.000 eitjes. Wijting wordt geslachtsrijp bij een leeftijd van 2-4 jaar. Na het eerste levensjaar groeit de wijting nog maar langzaam, wat gewoonlijk is bij soorten die al snel geslachtsrijp worden. Wijtingen blijven de eerste twee of drie maanden van hun leven dicht bij het wateroppervlak, waar ze vaak samenleven met voornamelijk haarkwallen (Cyanaea sp.). Dit doen ze waarschijnlijk voor bescherming, want de kwal houdt roofdieren op afstand met zijn stekende tentakels. Zodra ze wat groter zijn trekken de wijtingen naar de bodem.

Wijting.

Wijting. Nederlands Visbureau

Voeding

Volwassenen leven van garnalen en vis zoals haring, kabeljauw en schelvis (met name jonge exemplaren).

Visserij

Wijting wordt gevangen als bijvangst in de bodemvisserij. Het merendeel dat wordt aangeland is voor menselijke consumptie. Verder kan wijting ook als doelsoort dienen in de bordentrawl, staandwant- en flyshootvisserij. Maar door de te krappe quota voor deze rondvids gebeurt dit vrij weinig.

3Steenbolk of steenwijting

Latijnse naam: Trisopterus luscus
Engelse naam: Bib

Kenmerken

De bovenkaak steekt iets voor de onderkaak uit met een lange kindraad. Hierbij is de oogdiameter even lang als de snuit. Er zit een donkere vlek op de basis van de borstvin en het lichaam is relatief hoog.

Lengte: tot 49 cm
Leeftijd: tot 5 jaar (man), 7 jaar (vrouw)

Steenbolk () - demersale rondvissen

Steenbolk (Trisopterus luscus).Viswinkel Waasdorp

Habitat

Grote steenbolken kunnen scholen vormen op rotsige bodems, bij riffen en rondom scheepswrakken. Kleinere steenbolken komen meer voor in kustwateren, met een voorkeur voor zandige bodems.

Steenbolk. Het oog is in deze foto opgezwollen.

Steenbolk. Het oog is in deze foto opgezwollen.Valter Jacinto

Biologie

Steenbolken groeien snel, maar leven relatief kort en worden geslachtsrijp zodra ze 1-2 jaar zijn. Steenbolken kunnen nakomelingen voortbrengen in bijna elke maand van het jaar, maar over het algemeen planten ze zich voort van december tot april. Hun voortplantingspiek varieert met de breedtegraad.

Voeding

Steenbolken voeden zich met allerlei bodemorganismen (garnalen, krabben, wormen, etc.) en kleine vis.

Visserij

Steenbolk heeft een lage economische waarde, hoewel de grotere steenbolken nu wel worden aangeland voor menselijke consumptie. Steenbolk wordt voornamelijk als bijvangstsoort gevangen bij verschillende vismethoden op steenachtige grond en in de nabijheid van wrakken.

4Schelvis

Latijnse naam: Melanogrammus aeglefinus
Engelse naam: Haddock

Kenmerken

De schelvis heeft een bovenkaak die duidelijk voorbij de onderkaak steekt. Op z’n onderkaak heeft de schelvis een kleine kindraad. De zijlijn is zwart en er zit een grote zwarte vlek boven de borstvinnen. Verder is de snuit langer dan de oogdiameter en heeft de eerste rugvin een driehoekvorm.

Lengte: tot ca. 112 cm
Gewicht: tot 17 kg
Leeftijd: tot ongeveer 20 jaar

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus) - demersale rondvissen

Schelvis (Melanogrammus aeglefinus).Viskids.nl

Schelvis.

Schelvis. M&J Seafood

Habitat

Schelvis leeft voornamelijk in de centrale en noordelijke delen van de Noordzee. Het is een bodemlevende (demersale) vis met een voorkeur voor zandige- en modderige bodems.

Biologie

Schelvis paait van februari tot mei. De belangrijkste paaigronden in de Noordzee liggen bij de noordoost kust van Schotland, de oost en zuidoostkust van de Shetlandeilanden en bij de ingang van het Skagerrak/Kattegat. Eind jaren 1970 produceerde een vrouwtje van 40 cm ongeveer 275.000 eitjes, maar sinds die tijd is dat toegenomen en produceren ze meer. Ze zijn ook eerder geslachtsrijp dan voorheen. Zo zijn ze nu geslachtsrijp bij een leeftijd van twee á drie jaar. De eieren zweven 1-3 weken rond voordat ze uitkomen, afhankelijk van watertemperatuur. Bij een grootte van 4-8 cm gaan de jonge vissen bij de bodem leven.

De schelvis

De schelvis is van commercieel belang maar is in Nederland met name bijvangst. Nederlands Visbureau

Visserij

Schelvis is van commercieel belang voor verschillende visserijen. Ze worden voornamelijk gevangen in de gemengde visserij door Schotse seiners en trawlers, waarvan het merendeel wordt aangeland voor menselijke consumptie. In Nederland geldt de schelvis met name als bijvangst.

5Pollak of witte koolvis

Latijnse naam: Pollachius pollachius
Engelse naam: Pollack

Kenmerken

De onderkaak steekt duidelijk uit en de pollak heeft geen kindraad. Verder is de zijlijn zwart en deze buigt boven de borstvinnen naar boven toe.

Lengte: tot 130 cm, maar meestal niet langer dan 75 cm
Leeftijd: tot 15 jaar

Pollak. 1) drie rugvinnen en twee anaalvinnen 2) Bovenstandige bek, zonder kindraad 3) Donkere zijlijn 4) Eerste anaalvin begint ter hoogte van rugvin. - demersale rondvissen

Pollak (Pollachius pollachius). 1) drie rugvinnen en twee anaalvinnen. 2) Bovenstandige bek, zonder kindraad. 3) Donkere zijlijn. 4) Eerste anaalvin begint ter hoogte van rugvin. Sportvisserij Nederland

Habitat

De pollak wordt aangetroffen boven het gehele continentale plat, zowel pelagisch als ook nabij de bodem. Ook wordt pollak gevonden op verschillende dieptes, variërend van de kust tot dieptes van 200 m. Volwassen pollak wordt vaak aangetroffen bij scheepswrakken, boorplatforms en boven rotsige bodems, terwijl jonge pollak een voorkeur blijkt te hebben voor kustgebieden.

Pollak.

Pollak. Citron, Wikimedia Commons

Biologie

Er is nog weinig bekend over de biologie van de pollak. Pollak wordt geslachtsrijp bij ongeveer drie jaar. Jonge pollak zwemt veel in scholen van vissen met dezelfde grootte, terwijl oudere pollak vaker solitair (alleen) zwemt.

Voeding

Pollak eet voornamelijk vis, af en toe aangevuld met kreeftachtige en inktvissen.

Visserij

Wanneer pollak bij elkaar komt om te paaien worden ze nog wel eens gericht bevist met de staandwantmethode. Meestal zijn ze echter bijvangst die economisch vrij waardevol is.

6Zwarte koolvis

Latijnse naam: Pollachius virens
Engelse naam: Saithe

Kenmerken

De onderkaak steekt minder ver uit als bij de pollak en de zijlijn is niet licht, maar donker van kleur. De zijlijn is bijna recht en heeft geen duidelijke bocht boven de borstvin. De zwarte koolvis heeft, net zoals de pollak, geen kindraad.

Lengte: tot 130 cm, meestal niet langer dan 60-80 cm

Zwarte koolvis (Pollachius virens) 1) Drie rugvinnen en twee anaalvinnen 2) Volwassen dieren bovenstandige bek zonder kindraad 3) Lichte zijlijn en vrijwel recht 4) Voorzijde eerste anaalvin ter hoogte van de ruimte tussen de eerste en tweede rugvin. - demersale rondvissen

Zwarte koolvis (Pollachius virens)
1) Drie rugvinnen en twee anaalvinnen. 2) Volwassen dieren bovenstandige bek zonder kindraad. 3) Lichte zijlijn en vrijwel recht. 4) Voorzijde eerste anaalvin ter hoogte van de ruimte tussen de eerste en tweede rugvin. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze leven vrijwel uitsluitend pelagisch in scholen, maar ze worden ook aangetroffen op dieptes van 250 m.

Biologie

Ze paaien tussen januari en mei en voornamelijk bij de rand van het continentaal plat. Een vrouwtje van 75 cm produceert gemiddeld drie miljoen eitjes tijdens het seizoen. De meeste zwarte koolvissen worden geslachtsrijp in hun zesde levensjaar. De larven worden getransporteerd door stromingen en komen aan bij ondiepere gebieden waar ze opgroeien. Dit is voornamelijk langs de Schotse en Noorse kust. De jongen blijven in de kustwateren tot ze 2-3 jaar oud zijn en verspreiden zich dan tot in de Barentszzee en de noordelijke Noordzee.

Zwaret koolvis, met een lichte zijlijn.

Zwaret koolvis, met een lichte zijlijn. Tino Strauss, Wikimedia Commons

Voeding

De jonge vis leeft van zoöplankton en vislarven. Ze hebben een lange kieuwzeef waarmee kleine organismen uit het water gehaald worden. Volwassenen jagen op kreeftachtigen, haring, sprot en soms hun eigen jongen. Ze worden, evenals de pollak, vaak in de buurt van wrakken en olieplatforms aangetroffen en kunnen lange trektochten ondernemen.

Visserij

Nederland vangt nauwelijks zwarte koolvis. Zwarte koolvis wordt gericht bevist bij de rand van het continentaal plat door Noorse, Duitse en Franse trawlers. De doelgerichte visserij op zwarte koolvis heeft vaak weinig bijvangst doordat ze scholen vormen met vissen van gelijke grootte. Er is bijna geen verse aanvoer, omdat de smaak snel terugloopt. Ze worden daarom voornamelijk diepgevroren aangevoerd.

7Heek

Latijnse naam: Merluccius merluccius
Engelse naam: Hake

Kenmerken

De onderkaak steekt voor de bovenkaak uit en de heek heeft geen kindraad. Verder heeft heek een rechte zijlijn en sterke kaken bezet met lange, puntige tanden. De binnenkant van de mond is bijna zwart.

Lengte: tot 180 cm, maar zelden langer dan 80 cm (vrouw) of 100 cm (man)
Gewicht: tot 15 kg
Leeftijd: tot 12 jaar

Heek (Merluccius merluccius) - - demersale rondvissen

Heek (Merluccius merluccius). M&J Seafood

Heek

Heek. Visinfo

Habitat

Ze leven op verschillende dieptes. Daarbij houden ze zich overdag meestal dicht bij de bodem op en ’s nachts trekken ze naar het wateroppervlak.

Biologie

Heek paait voornamelijk bij de rand van het continentale plat bij een grove zeebodem met kliffen en diepere plekken. Ze paaien bijna het gehele jaar door, maar voornamelijk van december tot juli. De belangrijkste paaigronden zijn in de baai van Biskaje, ten westen van Ierland en ten noordwesten van het Iberische schiereiland. De pelagische eitjes concentreren zich op een diepte van 200 m bij de rand van het continentale plat. Na ongeveer 40 dagen trekken de larven naar de zeebodem.

Voeding

Jonge heek (onder de 20 cm) eet voornamelijk kleine kreeftachtigen. Zodra heek tussen de 20-40 cm is eten ze met name vis (wijting, horsmakreel, etc.). Boven de 40 cm hebben ze een uitgebreid dieet, afhankelijk van waar ze leven en van de seizoenen.

Visserij

Heek werd pas halverwege de 20ste eeuw bevist, toen het technisch mogelijk werd om op grotere dieptes te vissen. Mogelijk speelde ook het afnemen van de kabeljauwpopulatie hierbij een rol. Heek is tegenwoordig een waardevolle vis en wordt in de Nederlandse visserij voornamelijk als bijvangst gevangen. In Zuid-Europa worden ze gericht bevist met de bordentrawl en longline-methode.

8Leng

Latijnse naam: Molva molva
Engelse naam: Ling

Kenmerken

De bovenkaak steekt uit en de onderkaak is bezet met een lange kindraad, die langer is dan de diameter van het oog. Verder heeft de leng twee rugvinnen, waarvan de tweede erg langgerekt is.

Lengte: tot 200 cm, maar zelden langer dan 160 cm
Gewicht: tot 45 kg
Leeftijd: tot 25 jaar, maar gevangen exemplaren zijn meestal niet ouder dan 15 jaar

Leng (Molva molva). 1) Twee rugvinnen en één lange anaalvin. 2) Onderstandige bek met een duidelijke kindraad 3) Donkere anaalvin, staartvin en rugvinnen met een witte rand. - demersale rondvissen

Leng (Molva molva). 1) Twee rugvinnen en één lange anaalvin. 2) Onderstandige bek met een duidelijke kindraad. 3) Donkere anaalvin, staartvin en rugvinnen met een witte rand. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze leven op harde bodems, vaak nabij wrakken, op dieptes van 40-1000 m. Over het algemeen worden ze voornamelijk gevangen op dieptes tussen de 40-300 m. Jongen worden gevonden in ondiepere wateren.

Biologie

Leng paait van maart tot juli in verschillende gebieden in de noordelijke Noordzee, op het continentale plat van Noorwegen, de Faeröer eilanden en ten zuidoosten van IJsland. Vrouwtjes produceren waarschijnlijk vele eitjes, maar onderzoekgegevens hierover ontbreken nog. De jonge vissen leven twee á drie maanden in de waterkolom en trekken dan naar de zeebodem om verder te leven. Jonge leng groeit snel, maar ze verblijven de eerste twee jaar van hun leven voornamelijk in de bovenste waterlagen. Tussen de 5-7 jaar wordt de leng geslachtsrijp, waarbij de mannetjes eerder geslachtsrijp worden dan de vrouwtjes.

Leng.

Leng.Visinfo

Voeding

Volwassenen eten voornamelijk vis, zoals kabeljauw en zwarte koolvis. Verder eten ze ook inktvis.

Visserij

In Nederland is het een waardevolle bijvangst, maar in Noorwegen en IJsland wordt met de longline-methode en borden trawl gericht op ze gevist. De leng wordt meestal gezouten en daarna gedroogd en als klipvis verkocht.

9Spaanse zeebrasem

Latijnse naam: Pagellus acarne
Engelse naam: Spanish sea-bream

Kenmerken

De Spaanse zeebrasem heeft een hoog lichaam zonder strepen of banden, een kleine zwarte vlek aan de basis van de borstvin en een stompe snuit.

Lengte: tot 35 cm, voornamelijk 20 cm

Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne) - demersale rondvissen

Spaanse zeebrasem (Pagellus acarne).Valter Jacinto

Habitat

De Spaanse zeebrasem leeft op dieptes van 20-500 m. Ze worden voornamelijk aangetroffen in kustwateren met een voorkeur voor zandige bodems. Ten noorden van Het Kanaal worden ze zelden aangetroffen, want ze zwemmen voornamelijk bij Portugal en de Azoren.

Biologie

Bij de Azoren paaien ze tussen april en juli.

Voeding

Ze eten voornamelijk vis, aangevuld met kreeftachtigen en schelpdieren.

Visserij

De Spaanse zeebrasem wordt voornamelijk als bijvangstsoort gevangen door Nederlandse vissers wanneer zij in de winter in Het Kanaal vissen.

10Zeekarper

Latijnse naam: Spondyliosoma cantharus
Engelse naam: Black sea-bream

Kenmerken

Zeekarpers hebben een vrij hoog lichaam met zwak-gekleurde banden. De kop is klein, met tussen het hoofd en lichaam een deuk. Verder hebben ze puntige tanden, waarvan de voorste rij gekromd zijn en de achterste rij scherp en recht.

Lengte: tot 50 cm
Leeftijd: tot 18 jaar

Zeekarper (Spondyliosoma cantharus). 1) Hoog, zijdelings afgeplat lichaam 2) lange rugvin met stekels 3) kleine bek - demersale rondvissen

Zeekarper (Spondyliosoma cantharus). 1) Hoog, zijdelings afgeplat lichaam. 2) lange rugvin met stekels. 3) kleine bek. Sportvisserij Nederland

Habitat

Ze worden gevonden in kustwateren ondieper dan 15 m (voornamelijk jongen) tot op dieptes van 300 m (voornamelijk volwassenen). Over het algemeen komen ze voor in de zuidwestelijke Noordzee. Ze trekken vooral ‘s zomers weleens ten noorden van Het Kanaal, maar daar zijn ze vrij zeldzaam.

Biologie

Zeekarpers paaien voornamelijk in water ondieper dan 5 m. De mannetjes maken een nest van zand en grind van ongeveer 20 cm diep en 80 cm breed. Daar hebben ze ongeveer een halfuur voor nodig. Een nest kan duizenden eieren bevatten als ze niet worden opgegeten door roofdieren. In Het Kanaal paaien ze tussen april en juni, terwijl ze ten zuidwesten van Portugal van februari tot april paaien.

Zeekarper op ijs.

Zeekarper op ijs.A.M. Arias

Voeding

De zeekarper is een alleseter. Zo staan algen, ongewervelden, kreeftachtigen, wormen en vissen allemaal op het menu.

Visserij

Zeekarper is een waardevolle bijvangstsoort voor de gemende visserij. In Nederland worden ze gevangen wanneer s ´winters in Het Kanaal wordt gevist met de borden- of flyshootmethode.

11Lom

Latijnse naam: Brosme brosme
Engelse naam: Tusk / Torsk

Kenmerken

De lom heeft een ononderbroken rugvin en anaalvin tot bij de staartvin. Verder hebben ze een lange kindraad , welke net zo lang is als de diameter van het oog. Ook hebben ze kleine schubben die in de huid liggen, waardoor het lijkt alsof de lom er geen heeft. De vinnen zijn lichtgekleurd met een donkere en witte rand.

Lengte: tot 110 cm
Leeftijd: tot 20 jaar, maar meestal worden ze tussen de 7-15 jaar

Lom (Brosme brosme) - demersale rondvissen

Lom (Brosme brosme). Wikimedia commons

Habitat

Lom heeft een voorkeur voor diepere wateren met rotsige bodems van 20-1100 m diep.

Biologie

De paaitijd loopt van april tot juli. Een vrouwtje legt tussen de één en drie miljoen eieren. Jonge vis leeft het eerste half jaar pelagisch en pas bij een lengte van 5-10 cm zoeken ze de bodem op. Ze worden geslachtsrijp tussen de 6-10 jaar.

Lom boven een rotsige bodem.

Een lom boven een rotsige bodem.Havforskningsinstituttet

Voeding

Lom eet vooral kreeftachtigen, schelpdieren en vis.

Visserij

Het is een economisch belangrijke vis die doelgericht met de longline-methode bevist wordt. Verder is het een waardevolle bijvangst in de gemengde visserij.

12Rode poon

Latijnse naam: Chelidonichthys lucerna
Engelse naam: Tub gurnard

Kenmerken

De rode poon is rood met een witte buik. Grote exemplaren hebben vaak grijze banden op de flanken. De zijlijn is bezet met gladde schubben, waardoor deze glad aanvoelt. Verder zit de langste vinstraal in de borstvinnen en deze reikt tot de voorkant van de aarsvin. De borstvinnen zijn vaak fel lichtblauw of paars gekleurd.

Lengte: tot 77 cm
Gewicht: tot 5 kg
Leeftijd: tot 14 jaar

Rode Poon (Chelidonichthys lucerna) - demersale rondvissen

Rode Poon (Chelidonichthys lucerna). Decleer, VLIZ

Habitat

De rode poon heeft een voorkeur voor zandige en modderige bodems of grindgebieden op het continentale plat. Ze komen voor op dieptes tot 300 m.

Biologie

De paaitijd varieert per gebied, zo ligt de paaitijd bij Bretagne tussen april en september. Zodra de larven uit het ei komen leven ze voornamelijk pelagisch. Ze eten zoöplankton en zodra ze een lengte van ca. 3 cm hebben bereikt ondergaan ze een metamorfose en trekken ze naar de zeebodem. Rode poon wordt geslachtsrijp op een leeftijd van 3 jaar (man) en 4 jaar (vrouw).

Voeding

Rode ponen zijn opportunistisch en hebben een gevarieerd dieet van allerlei dieren die vlakbij de bodem leven, zoals kreeftachtigen, schelpdieren en vissen.

Visserij

Rode poon heeft uitstekend wit vlees dat waardevol is. Vroeger was de rode poon alleen bijvangst in Nederland, maar de laatste jaren wordt er met de flyshoot gericht op poon gevist.

13Grauwe poon

Latijnse naam: Eutrigla gurnardus
Engelse naam: Grey gurnard

Kenmerken

De zijlijn en de basis van de rugvinnen voelen ruw aan door grote, gekielde en ruwe schubben. Verder reikt de langste vinstraal in de borstvinnen niet tot de anus, wat hij bij de rode poon wel doet. De kleur varieert van rood/grijs bij jongen tot verschillende tinten grijs bij volwassen dieren.

Lengte: tot 41 cm
Leeftijd: tot 21 jaar