Pulsvisserij platvis

Tegenwoordig zijn er verschillende vismethoden die elektriciteit gebruiken. Deze visserijmethoden zijn verschillend qua doelsoort, constructie en impact. In dit hoofdstuk bespreken wij de pulsvisserij op platvis met de pulskor en de pulswing.

Een kotter die vist met de pulswing.ProSea

1Overgang van boomkor naar pulsvisserij

De pulsvisserij is ontwikkeld als gevolg van de maatschappelijke kritiek op de boomkor in combinatie met het hoge brandstofverbruik van de boomkortechniek. Vanaf de jaren ’70 is in Nederland onderzoek gedaan naar vissen met elektriciteit op garnaal en platvis. Deze onderzoeken toonden aan dat je efficiënt kan vissen met elektriciteit op platvis. Daarnaast was de hoeveelheid ongewenste bijvangst lager en daalde het brandstofverbruik.

Vanaf de jaren ’70 is er al onderzoek naar elektrisch vissen, zoals ook blijkt uit dit oude patent voor elektrische visserij op garnalen.James Lee Newman

Rond 1986 is er een poging gedaan om het eerste elektrische pulstuig op de markt te brengen. Dat ging helaas niet door, want de Europese Unie besloot in 1988 een verbod in te voeren op elektrisch vissen. Een belangrijke reden voor dit verbod in Nederland was de angst voor hogere vangsten met het pulstuig. Dit was destijds niet wenselijk omdat de visbestanden op dat moment al onder hoge druk stonden.

Hervatten ontwikkeling

In 1992 besloot het bedrijf Verburg Holland BV de ontwikkeling van een elektrisch vistuig weer op te pakken. Na jaren van onderzoek resulteerde dit in de pulskor gericht op het vangen van platvis (dus niet te verwarren met de pulskor op garnaal).

Deze pulskor is voor het eerst getest op een commerciële kotter in 2004 (de UK-135). In het begin waren er veel technische problemen met de pulskor, waardoor de resultaten tegenvielen. Daarop besloot de Nederlandse visserijsector eind 2006 de steun voor het pulskorproject op te zeggen.

De eerste prototypes van de pulskor werden getest aan boord van de Tridens en later op de UK-153.Wageningen Marine Research

Ontwikkeling pulstuig zet door

De UK-153 bleef daarna nog een tijdje doorvissen met de pulskor en behaalde uiteindelijk goede resultaten:

  • technische problemen werden opgelost;
  • het brandstofverbruik nam af met 45% ten opzichte van de boomkor;
  • de kwaliteit van de vis was beter; en
  • er werd minder ongewenste bijvangst gevangen.

Na deze positieve verhalen besloot een groep vissers verder te werken aan de pulskor in de kenniskring puls & SumWing. Deze kenniskring werd ondersteund door wetenschappers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI, tegenwoordig Wageningen Economic Research) en IMARES (tegenwoordig Wageningen Marine Research). Na een aantal verdere aanpassingen aan de pulskor en het regelen van een pulsontheffing bij de Europese Unie, besloot de TX-68 in 2009 als eerste met de pulskor van Verburg Holland BV (tegenwoordig Delmeco) te vissen.

Pulswing

De overige vissers in de kenniskring puls & SumWing hadden plannen gemaakt om de puls in te bouwen in een andere succesvolle innovatie, namelijk de SumWing. Een combinatie van de pulskor met de SumWing zou namelijk nog meer brandstof besparen en nog minder bodemberoering hebben. Ze besloten samen met HFK Engineering een pulswing te bouwen en het eerste prototype werd eind 2009 getest aan boord van de TX-36.

Ook bij de pulswing waren er veel technische problemen in het begin, maar uiteindelijk bleek ook deze vismethode goed te werken. Een vergelijkend onderzoek werd gedaan tussen de TX-68 (pulskor), TX-36 (pulswing) en de GO-4 (boomkor) die gedurende een week samen visten. De resultaten van dat onderzoek staan in onderstaande tabel.

Uit een vergelijkend visonderzoek tussen de TX-68, TX-36 en GO-4 werden na 1 week de volgende resultaten behaald. Ondanks de lagere vangsten aan boord van de TX-68 en TX-36 houden ze meer over onder de streep dan de GO-4 door de enorme brandstofbesparingen.

Uit een vergelijkend visonderzoek tussen de TX-68, TX-36 en GO-4 werden na één week de volgende resultaten behaald. Ondanks de lagere vangsten aan boord van de TX-68 en TX-36 houden ze financieel meer over onder de streep dan de GO-4 door de enorme brandstofbesparingen. Wageningen Marine Research

Mede door de resultaten van dit onderzoek werd de Nederlandse visserijsector enthousiaster over de pulsvisserij. Dat kwam ook doordat de boomkorvisserij onder druk stond door de hoge olieprijs, de lage visprijzen en de toenemende maatschappelijke kritiek op de boomkor.

Overstap van boomkor naar puls

De Nederlandse overheid had ondertussen 22 ontheffingen geregeld om met elektriciteit te mogen vissen bij de Europese Unie. Vissers mochten zich inschrijven voor zo’n ontheffing, maar dit liep niet echt storm. Dit veranderde nadat rederij Jaczon een grote order plaatste voor vier pulswings. Hierdoor gingen andere vissers ook overstag.

Uiteindelijk bleek het aantal aanvragen voor een pulsontheffing groter dan 22, waardoor niet alle geïnteresseerde vissers konden overstappen op de pulsmethode. Als gevolg van deze grote hoeveelheid aanvragen besloot de Nederlandse overheid, onder druk van de visserijsector, meer ontheffingen te regelen bij de Europese Unie. Dat lukte, want het aantal pulsontheffingen werd uitgebreid naar 42. De 20 extra ontheffingen werden verleend onder de voorwaarde dat de vissersschepen mee moesten doen aan een onderzoeksprogramma en waren op tijdelijke basis.

Groeiende kritiek binnen Europa

Op het moment dat het aantal pulsontheffingen werd uitgebreid naar 42 stuks begon de kritiek op de pulsvisserij ook steeds luider te worden. Doordat de pulsvisserij een compleet nieuwe en onbekende techniek was voor de meeste Europese lidstaten, waren er ook veel vragen. Deze vragen gaan voornamelijk over het effect van de pulsvisserij op het ecosysteem. Veel partijen willen weten of de puls gevaarlijk is voor het onderwaterleven. Zo is de puls misschien niet direct schadelijk, maar misschien kunnen er op de lange termijn wel negatieve effecten optreden door de elektrische pulsen.

Ook zijn er vragen over de effecten van de pulsvisserij op de handel. Nederlandse vissers bezitten het grootste deel van het platvisquotum op de zuidelijke Noordzee. Hierdoor kunnen ze de overstap van de boomkor naar de pulsvisserij financieren. Andere Europese landen die in de zuidelijke Noordzee vissen hebben niet altijd genoeg platvisquotum om zo’n overstap te financieren. Daardoor ontstaat er in sommige gevallen oneerlijke concurrentie waarbij vissers uit andere Europese landen wel willen pulsvissen, maar dat niet altijd kunnen. Dit zorgt dan voor onderlinge frustraties tussen vissers.

Verder kun je met de puls ook vissen in gebieden die onbereikbaar zijn voor de boomkor. Hierdoor is ook concurrentie ontstaan tussen vissers in die gebieden. Daarnaast hebben ontwikkelingen rond de garnalenpuls ook invloed gehad op het proces, al is dit een heel ander tuig met een andere achtergrond.

Kortom zijn er veel processen en belangen die door elkaar zijn gaan spelen omtrent de pulsvisserij. 

Er zijn meerdere bakken zeewater in omloop met daarin pulsmodules om mensen de puls te laten voelen. Op deze foto zie je minister Schouten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) die de puls voelt.Visserij-innovatiecentrum Zuidwest-Nederland

Effect op andere partijen

Een ander belangrijk punt is dat het overstappen van de boomkor naar de puls grote gevolgen heeft gehad voor de controle en handhaving en voor het visserijonderzoek. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moesten namelijk bijscholing krijgen over hoe ze de puls kunnen controleren. Dat geldt natuurlijk ook voor de inspecteurs uit andere Europese landen rondom de Noordzee.

Ook voor visserijonderzoekers was het lastig om goed onderzoek te doen naar de effecten van de pulsvisserij op het ecosysteem doordat de pulstechniek zich verder bleef ontwikkelen. Dit maakt onderzoek heel ingewikkeld, omdat aanpassingen aan het tuig effect kunnen hebben op het elektrische veld. Veranderingen in het elektrische veld zorgen ook weer voor andere effecten.

Laatste ronde pulsontheffingen

De Nederlandse overheid besloot uiteindelijk om nog meer ontheffingen te regelen bij de Europese Unie. Dit kwam doordat de 42 pulsontheffingen nog niet voldoende waren voor het aantal vissers dat wilde overstappen van de boomkor naar de puls.

Nadat de eerste poging mislukte in het Europees Parlement begin 2014, is er een nieuwe poging gedaan door Sharon Dijksma (destijds Staatssecretaris voor het ministerie van Economische Zaken). Uiteindelijk is het haar gelukt om het aantal pulsontheffingen te verdubbelen naar 84. Daarbij is wel afgesproken dat er een onderzoeksprogramma zou worden opgezet in samenspraak met andere Europese landen. Deze ontheffingen werden afgegeven in het kader van de aanlandplicht, waarbij er onderzoek gedaan kan worden naar selectievere vismethoden. Ook is destijds de afspraak gemaakt dat je niet boven de 55°N mag vissen met een pulstuig.

Onderzoeksprogramma pulsvisserij

Het onderzoeksproject pulsvisserij had twee doelen:

  1. Het op brede schaal onderzoeken hoe de pulstechniek, al dan niet in combinatie met bepaalde voorzieningen en aanpassingen van het netdesign, kan bijdragen aan een hogere selectiviteit van de Nederlandse platvisvloot en daarmee de gevolgen van de implementatie van de aanlandplicht op een aanvaardbaar niveau kan brengen.
  2. Het vergaren van de ontbrekende/aanvullende data en kennis met het oog op een volledige toelating van de pulsvisserij op de Noordzee.

Nederland is vanaf dat moment ook actief bezig geweest om kennis over de puls te delen met andere Europese landen. Zo zijn er verschillende internationale bijeenkomsten over de puls georganiseerd voor visserijorganisaties, wetenschappers, politici en ngo’s uit andere Europese landen. Via die bijeenkomsten is kennis over de puls gedeeld. Daarnaast konden deze partijen ook onderzoeksvragen indienen voor het onderzoeksprogramma. Van alle ingediende onderzoeksvragen is een selectie gemaakt en aan de hand daarvan is het meerjarig onderzoeksprogramma opgesteld. Ook is er een website opgericht (www.pulsefishing.eu/nl) waarop alle informatie over de puls staat.

Nederland heeft meerdere bijeenkomsten georganiseerd waarbij mensen geïnformeerd zijn over de laatste stand van zaken. Men kon zelfs meevaren om de puls in de praktijk te zien.VisNed

Verbod pulsvisserij

Ondanks verwoede pogingen vanuit Nederland om andere Europese lidstaten te overtuigen van de voordelen van de puls ten opzichte van de boomkor, werd de weerstand op Europees niveau alleen maar groter. Begin 2019 volgde een definitief verbod op de pulsvisserij vanaf 1 juli 2021. Tot die tijd wordt het aantal kotters dat met de puls vist langzaam afgebouwd.

Vlak voor de laatste stemming over de puls werd er nog geprotesteerd door Nederlandse vissers in Straatsburg.EMK

2Beschrijving

Momenteel zijn er twee verschillende pulstuigen die gebruikt worden in de Nederlandse platvisvloot, namelijk de pulskor en de pulswing.

Pulskor

Qua uiterlijk verschilt de pulskor niet veel van de traditionele boomkor. De bestaande sloffen en de tussenpijp zijn aangepast. In de tussenpijp kan de elektrische apparatuur geplaatst worden voor de elektrodes die de plaats innemen van de wekkerkettingen. Deze zijn vervangen door ongeveer 24 kunststof elektrodedragers met een lengte van ongeveer zes meter. In de laatste drie meter bevinden zich zes bronzen elektroden. Rubberen slijtringen dienen als bescherming van de elektroden.

De ruimte tussen het wekveld en de grondpees is opgevuld met een netwerk. Door kettingen wordt de grondpees aan de zeebodem gehouden. Het net is korter dan een traditioneel boomkornet. De vissnelheid is lager, ongeveer 5 mijl per uur. Doordat het net minder slijt, kan met dunner netwerk worden gevist. Dit zorgt voor minder waterweerstand van het tuig en daarmee weer voor een lager brandstofverbruik.

Pulswing

Voor het pulsverbod was de pulswing de meest gebruikte elektrische vismethode binnen de Nederlandse visserij. Bij de pulswing is de boom van de boomkor en pulskor vervangen door het vleugelmodel van de SumWing. Voor het vangen van platvis gebruikt de pulswing de pulstechniek, waarbij elektrische pulsen worden gebruikt om de platvis op te laten krullen.

De pulswing in werkingWetec

Ten opzichte van de SumWing zijn dit de belangrijkste veranderingen bij de Pulswing:

  • de trekpunten zijn verzonken in de vleugel om minder weerstand te creëren en een beter gedrag te bewerkstelligen in de ‘punten’ (zeer ongelijke visgronden);
  • dikkere RVS slijtpanelen aan de onderzijde van de vleugel;
  • onderplaat is van 10 mm naar 12 mm staal gegaan;
  • aangepaste trek-ontlaste ogen, om de 415 mm;
  • aangepaste bevestigingslippen in de cassette om de puls-modules aan te kunnen zetten.

Pulstechniek

Wat betreft de pulstechniek zijn er in de pulswing wel een aantal veranderingen ten opzichte van de pulstechniek die gebruikt wordt in de pulskor. Zo is de keuze gevallen op losse pulsmodules in de pulswing. Het idee om met losse pulsmodules te werken zorgt ervoor dat problemen makkelijker op te lossen zijn op zee.

De pulswing.Seafish

Alle modules worden in de wing geklikt en vormen samen het gehele pulssysteem. Wanneer er een defect aan het systeem is, dan kan een defecte module makkelijk worden opgespoord en op zee worden vervangen. Uitgangspunten voor de ontwikkeling van een pulsmodule in 2009 waren:

  • maximaal 15V tussen de elektrodes;
  • maximaal 1.5 keer de boomlengte in kW.

3Werkwijze

Er zijn regels opgesteld waaraan de pulstuigen moeten voldoen. Deze regels staan beschreven in de technische voorschriften. In deze technische voorschriften staan de volgende punten:

  • de piekspanning is maximaal 60 volt;
  • het uitgaande effectieve vermogen bedraagt ten hoogste 1 kW per meter boomlengte;
  • de pulsinstelling moet tussen de 20 en 180 pulsen per seconde liggen;
  • het wekveld heeft een maximale breedte van twaalf meter;
  • ieder vaartuig dient uitgerust te zijn met een automatisch computergestuurd beheerssysteem inclusief datalogger, waar alleen de autoriteiten en fabrikanten toegang toe hebben;
  • het systeem registreert tenminste de laatste zes maanden en laatste honderd trekken de pulsinstellingen waarmee is gevist;
  • per trek wordt een diagram opgesteld dat de spanning op de elektrodeparen weergeeft.

Tekening van het pulswekveld.Harmen Klein Wolthuis

Pulskarakteristieken

Binnen deze grenzen kan een puls (en daarmee het wekveld) alsnog verschillen. Hoe een puls is opgebouwd noemt men ook wel de pulskarakteristieken. De volgende zaken zijn van invloed op de pulskarakteristieken:

  • amplituden in volt (V): het potentiaal dat gemeten wordt tussen twee geleidende delen;
  • elektrische veldsterkte (V/cm): de logische consequentie van de amplitude en de elektrode afstand;
  • pulsfrequentie (Hz): het aantal pulsen per seconde;
  • pulsduur (µs): de duur van de puls;
  • steilheid van de voorste en achterste rand van de puls;
  • de vorm van het elektrische veld (het directe gevolg van de pulsvorm, maar ook afhankelijk van soort en aantal elektroden, de afstand tussen de elektroden en de lengte/combinatie van geleidende en isolerende delen).

Er worden verschillende vormen van elektrische golven gebruikt bij pulsvissen. Maarten Soetaert

Natuurlijke factoren

Naast de pulskarakteristieken zijn er ook veel natuurlijke factoren die van invloed zijn op het wekveld, zoals:

  • verschillen in geleidbaarheid van het zeewater en de zeebodem;
  • de samenstelling van de zeebodem (een slibrijke bodem heeft een betere geleiding dan een zandbodem);
  • het zoutgehalte van het water (zout water heeft een hoger geleidend vermogen dan zoet water);
  • de watertemperatuur (warm water heeft een hogere geleidbaarheid dan koud water).

Pulskor

De elektronica die de vorm en de sterkte van de puls regelt, is in een waterdichte kist op de boom geplaatst. Het systeem is qua hard- en software beveiligd tegen overbelasting. Elektroden die te dicht bij elkaar in de buurt komen worden door de software uitgeschakeld. Vanuit de brug kan dat weer worden hersteld.

Tijdens het halen wordt de spanning automatisch uitgeschakeld. Dit voorkomt dat het vistuig onder spanning aan boord wordt gehaald. Via een beeldscherm op de brug en waarschuwingslampen aan dek is er altijd inzicht in de toestand van het systeem. Storingen zijn direct waarneembaar op het beeldscherm in de stuurhut.

De pulskor (Delmeco) aan boord van de GO-48 (links), de elektronica aan boord (midden) en Extra liertrommels voor de elektrische voedingskabels op het achterschip.

De pulskor (Delmeco) aan boord van de GO-48 (links), de elektronica aan boord (midden) en extra liertrommels voor de elektrische voedingskabels op het achterschip. Delmeco & K. Taal

Er is een aparte E-kabel die vanaf de extra lieren op het achterdek meegaat naar de pulskor. Deze kabel zorgt ervoor dat het elektrische vermogen, de voedingsspanning, in de zeebodem komt. Ook vindt via deze kabel een constante communicatie plaats tussen de sturing en regeling van het wekveld en het beeldscherm in de stuurhut. Hierdoor is er altijd zicht op het gedrag van het wekveld.

Al die informatie wordt ook opgeslagen zodat je na een visweek direct kunt zien of het systeem nog correct functioneert. Die informatie wordt automatisch via e-mail naar een centrale database gestuurd. Elk weekend kijken technische specialisten ernaar. Zout water is een uitstekende geleider voor elektrische stroom. In het pulssysteem van Delmeco zijn drie lagen aan beveiliging ingebouwd. Die voorkomen dat per ongeluk een deel van de stroom via het net of via de metalen romp terugstroomt naar de kotter.

Pulswing

De pulsmodule van de pulswing verschilt ten opzichte van de pulskor. Om een pulsmodule te maken die makkelijk vervangen kan worden op zee, is gezocht naar waterdichte connectoren en een montagemethode waarbij er bij voorkeur geen gereedschap nodig is.

Er is een kliksysteem ontworpen voor het monteren van de modules in de wing. Dit kliksysteem kan met twee schroevendraaiers worden losgemaakt. Er is veel tijd gaan zitten in de ontwikkeling hiervan omdat het systeem direct toegepast zou worden in de praktijk. Elke pulsmodule heeft bij de pulswing dus een eigen elektrode. Deze elektrode loopt vanaf de module drie meter naar achteren en komt daar boven de zeebodem. Er is veel aandacht besteed aan het voorkomen van het kapot trillen van de elektrode.

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts).

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts). LEI

Alle modules in de wing zijn hydrodynamisch en gemakkelijk te (de)monteren. De keuze om voor optimale stroomlijning te gaan leidde ertoe dat de vleugel niet zonder speciale steunen aan dek kan worden geplaatst. Daarom worden de wings aan weerskanten voorzien van ‘klauwen’. Hierdoor kunnen de wings in beugels worden gehangen die boven op de ‘potdeksel’ of ‘railing’ zijn gemonteerd. De elektroden die aan de achterkant van de vleugel zijn bevestigd blijven hiermee vrij van het werkdek. In bovenstaande afbeelding is te zien hoe de wing wordt opgehangen aan de ‘zij’ van het schip.

4Doelsoorten en bijvangsten

De doelsoort van de platvispuls is tong. Met de puls vang je minder schol dan met de boomkor. Qua bijvangst is de puls gelijk aan die van de boomkor. Enige verschil is dat er met de puls minder ondermaatse vissen en bodemdieren gevangen worden in vergelijking met de boomkor.

Verder zou de puls ook grotere vissen vangen doordat deze sterker gestimuleerd worden door een puls dan kleine vissen. Hierdoor zou de hoeveelheid bijvangst van ondermaatse vis afnemen (zie onderstaande afbeelding). Dit punt is nog niet zeker, want onderzoeken laten verschillende resultaten zien.

Op dit plaatje staan 2 kabeljauwen afgebeeld. De zwarte verticale lijnen zijn de elektroden, de horizontale lijnen zijn de veldlijnen die de stroom tussen de twee elektroden tonen. Hoe groter de afstand tussen de kop en de staart van de vis, des te hoger is het potentiaalverschil over het lichaam. Daardoor ervaart de grote vis het elektrisch veld sterker dan de kleine vis. Als je bijvoorbeeld uit zou gaan van een potentiaalverschil tussen de elektroden van 80 V, dan heeft ieder vierkantje een potentiaalverschil van 10 V. Dat zou betekenen dat de grote vis 60 V voelt, terwijl de kleine vis 30 V voelt. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de positie van de vis ten opzichte van het elektrisch veld van invloed is op het potentiaal over z’n lichaam.

Op dit plaatje staan twee kabeljauwen afgebeeld. De zwarte verticale lijnen zijn de elektroden, de horizontale lijnen zijn de veldlijnen die de stroom tussen de twee elektroden tonen. Hoe groter de afstand tussen de kop en de staart van de vis, des te hoger is het potentiaalverschil over het lichaam. Daardoor ervaart de grote vis het elektrisch veld sterker dan de kleine vis. Als je bijvoorbeeld uit zou gaan van een potentiaalverschil tussen de elektroden van 80 V, dan heeft ieder vierkantje een potentiaalverschil van 10 V. Dat zou betekenen dat de grote vis 60 V voelt, terwijl de kleine vis 30 V voelt. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de positie van de vis ten opzichte van het elektrisch veld van invloed is op het potentiaal over z’n lichaam. M. Soetaert

Benthos

De bijvangst van benthos (bodemdieren) is lager doordat deze dieren nauwelijks/niet worden gestimuleerd door het elektrische veld. Er worden ook minder bodemdieren gevangen met de puls doordat het tuig minder diep doordringt in de zeebodem. Hierdoor worden ook minder bodemdieren uit de zeebodem opgeschept.

Ook zorgt de lagere sleepsnelheid van de puls ervoor dat er minder oppervlak per uur bevist wordt ten opzichte van de boomkor. Daarmee komt de puls ook minder doel- en bijvangstsoorten per uur tegen, waardoor er dus ook minder bijgevangen wordt.

Er zijn onderwaterbeelden gemaakt van het gedrag van vissen in het pulsnet. Deze zijn te vinden op youtube bij ‘platvis in beeld‘ of door te kijken op de website van WMR.Wageningen Marine Research

Tot slot zorgt de verminderde sleepsnelheid van de puls er ook voor dat er een grotere kans is voor dieren om uit het net te ontsnappen. De bijvangst van vis (gemeten in kg per uur) is met 30% tot 50% afgenomen met de puls ten opzichte van de boomkor. Ook de bijvangst van bodemdieren (gemeten in kg per uur) is met 48% tot 73% afgenomen met de puls.

5Gedrag van vis ten opzichte van het vistuig

Door met deze pulskarakteristieken te spelen kun je ook de vangst beïnvloeden. De spieren van ieder zeedier reageren weer verschillend op de puls. Zo wordt met de platvispuls gebruik gemaakt van een puls die de platvis doet verkrampen en opkrullen, terwijl de garnalenpuls een puls gebruikt die de garnaal opschrikt.

De platvis ligt tussen 2 elektroden (boven). Nadat de elektroden pulsen afgeven trekken de spieren van de platvis samen waardoor deze opkrult van de bodem. De garnalen liggen op de bodem van een aquarium met 2 elektroden (onder). Nadat de elektroden pulsen afgeven schrikken de garnalen op van de bodem.

De platvis ligt tussen 2 elektroden (boven). Nadat de elektroden pulsen afgeven trekken de spieren van de platvis samen waardoor deze opkrult van de bodem. De garnalen liggen op de bodem van een aquarium met 2 elektroden (onder). Nadat de elektroden pulsen afgeven schrikken de garnalen op van de bodem. Pulsefishing.eu & Delmeco

Bij schol en tong trekken de rugspieren krom door de elektrische pulsen. Ze komen daardoor uit de zeebodem omhoog. Het visnet schept de vis daarna als het ware op van de zeebodem. Na de prikkel graaft de vis zich weer snel in. De hersteltijd na de prikkel is 0,1 seconde. Om de vis te vangen moet de grondpees van het net op korte afstand van het wekveld volgen. De afstand mag niet meer zijn dan 0,3 meter.

Breuken

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat de krampreactie tot verwondingen kan leiden bij een deel van de gevangen kabeljauw en wijting. Het gaat dan om breuken in de wervelkolom. Het gaat hierbij om een klein deel van de marktwaardige kabeljauw en wijting (lengte waarbij vissers ze mogen aanlanden). Deze vissen zouden sowieso gevangen worden, dus dat maakt het vooral een ethische discussie of het breken van de rug erg is of niet. De handel is hier wel minder blij mee, want deze breuken hebben invloed op de kwaliteit van de vis. 

Er zijn ook onderzoeken gedaan naar de effecten van de puls op verschillende levensstadia van o.a. de kabeljauw.ILVO

Er is ook onderzoek gedaan naar het effect op kleinere kabeljauw en wijting. Je wil namelijk ook weten wat het effect is van de puls op vissen die door een 80 mm net ontsnappen. Geen van de onderzochte kleine vissen liep verwondingen op. Deze tests zijn ook uitgevoerd met zeebaars, tong en schar. Bij geen van deze soorten zijn verwondingen gevonden. De vissoort, de grootte van de vis, de positie van de vis in het wekveld en het type puls bepalen uiteindelijk in hoeverre vissen kans maken om gewond te raken.

6Verwerking

De vangstverwerking is bij de puls makkelijker dan bij de boomkorvisserij. Dit komt doordat er minder bijgevangen wordt met de puls, waardoor je schonere boxen hebt (zie tabel hieronder). Ook neemt de overlevingskans voor ondermaatse vis en ongewenste bijvangst hierdoor toe. Ze komen met minder vistuig en materiaal in aanraking en door de efficiëntere verwerking kunnen ze ook sneller overboord ten opzichte van de boomkor. Het meeste werk in de haven zit in de afstelling van de pulsdragers, want die moeten op één lijn staan.

Deze tabel toont de hoeveelheid discards voor de boomkor (Conv.) en de pulskor (puls) die in kilo’s per uur worden gevangen. De laatste kolom geeft aan hoe groot het verschil is in discards tussen de conventionele boomkor en de pulskor. Zo zie je dat de pulskor in dit onderzoek slechts 64% van het totaal aantal bodemdieren vangt zoals met de boomkor het geval zou zijn geweest per uur.

Deze tabel toont in de onderste rij de hoeveelheid bijgevangen bodemdieren voor de boomkor (Conv.) en de pulskor (puls) in kilo’s per uur. Zo zie je dat de pulskor in dit onderzoek slechts 64% van het totaal aantal bodemdieren vangt in vergelijking met de boomkor. M. Rasenberg & F. Quirijns

7Duurzaamheid

De pulstuigen vissen lichter en met een lagere vissnelheid. Hierdoor is er minder motorvermogen nodig en kun je brandstof besparen. Door het afgenomen brandstofverbruik is er ook een aanzienlijke daling in CO2 uitstoot met de puls. Dit is ook beter voor het milieu.

De CO2-emissie per kotter en per kg vis. Belangrijke oorzaken van afname van brandstofverbruik (en daardoor ook CO2-emissie) in de afgelopen jaren zijn: krimp van de Nederlandse kottervloot; verbod op motoren van meer dan 2.000 pk; innovatie in meer zuinige vistuigen; en schepen introductie nieuwe visserijmethoden; en verandering in handelswijze van ondernemers (er wordt energiebewust gevist). De uitstoot per kg. vis is sinds 2015 gestegen doordat voor bijna alle vistakken gemiddeld lagere vangsten zijn gerealiseerd per dag op zee.

De tongvangsten zijn met de puls hoger dan met de boomkor. Daarentegen zijn de scholvangsten weer lager ten opzichte van de boomkor. Tarbot en griet laten zich ook goed vangen met de puls.

Besparen kosten en kwaliteit

Het brandstofgebruik daalt met ongeveer 45% en er is minder slijtage aan het materiaal. De puls heeft een positieve invloed op de winstgevendheid van de kottervisserij (Profit P).

De goede resultaten in de afgelopen jaren zijn behaald door toenemende opbrengsten (hogere visprijzen) met afnemende kosten (lager brandstofverbruik en lagere brandstofprijzen). Wageningen Economic Research

Bij de puls zijn er minder kosten aan het materiaal dan bij het gebruik van een boomkor. Er is minder slijtage van het vistuig en de kosten voor motoronderhoud vallen ook lager uit. Natuurlijk is er wel slijtage aan de elektroden doordat deze over de zeebodem worden gesleept, maar dat wordt makkelijk terugverdiend door de brandstofbesparing en de betere tongvangsten.

Ook heeft de aangevoerde vis een betere kwaliteit doordat deze niet meer in aanraking komt met de wekkerkettingen. Er kan dus geconcludeerd worden dat een lonende visserij mogelijk is met de puls.

Kwaliteit van de vis heeft ook invloed op de prijs die je voor je vis krijgt. Hier zie je het verschil in kwaliteit van een tong gevangen met de boomkor (links) en de pulskor (rechts).ProSea

Maatschappij

Daarnaast scoort de puls ook goed op een aantal kritiekpunten die leven binnen de maatschappij. Zo is de bodemberoering van de puls lager doordat de wekkers zijn vervangen door elektroden.

Hier zie je het verschil qua bodemberoering tussen de boomkor en de puls. De boomkor gaat veel dieper door de zeebodem dan de puls (dikte disturbed layer).Benthis

De bijvangst van ongewervelde bodemdieren die rondom de zeebodem leven (zoals krabben en zeesterren) en ondermaatse vis is gedaald ten opzichte van de boomkor.

Er zijn ook zorgen over eventuele negatieve effecten van een elektrisch veld in zee. Hiervan zijn de effecten onderzocht op het bodemleven, rondvissen (zoals kabeljauw) en kraakbeenvissen (zoals haaien en roggen). Het onderzoeksprogramma heeft geen zorgwekkende resultaten gevonden op dit gebied. Zo blijkt de pulsfrequentie bijvoorbeeld buiten het bereik van haaien en roggen te liggen. Ze kunnen dit dus niet voelen.

Verbod pulsvisserij

Vooralsnog scoort de pulsvisserij qua ecologische impact op alle onderzochte punten beter dan de traditionele boomkor. Toch volgde in 2019 een verbod op de pulsvisserij per 2021. Met name op Europees niveau blijven er nog veel negatieve verhalen hangen rond de pulsvisserij. Het is moeilijk om een enkele oorzaak voor deze negatieve houding tot de pulsvisserij aan te wijzen. Soms heeft het te maken met politiek, zo zijn er bijvoorbeeld tegenstanders die vinden dat Nederland de extra ontheffingen er te snel doorheen heeft gedrukt.

Ook zijn er partijen die per definitie tegen de visserij met sleepnetten zijn. Ze vinden de boomkor slecht, maar in hun ogen is de puls alleen minder slecht en dus niet duurzaam. Andere tegengeluiden hebben weer te maken met toegenomen concurrentie. Zo kan er met de puls worden gevist op visgronden die vroeger niet toegankelijk waren voor de boomkor. Hierdoor is de puls op deze visgronden gaan concurreren met andere visserijen.  

Rondom de stemming van het Europees Parlement over de toelating van de puls werd er door tegenstanders ook gelobbyd tegen de pulsvisserij. Durk W. van Tuinen