Visbord

Je kunt een visbord in drie groepen verdelen, namelijk grondborden, pelagische borden en semi-pelagische borden. Met grondborden kun alleen op de bodem vissen en met pelagische borden kun je alleen pelagisch (zwevend) vissen. De semi-pelagische borden kunnen zowel voor bodem- en pelagische visserij worden gebruikt. Verder zijn er nog verschillen in type en afmetingen van visborden. Deze worden bepaald door:

  • de vismethode die gebruikt worden;
  • de bodemgesteldheid;
  • het voortstuwingsvermogen van het schip;
  • de kosten;
  • de doelsoort; en
  • de grootte van het net.

1Beschrijving

De afmetingen en het gewicht van het visbord zijn afhankelijk van de visserijmethode en van het voortstuwingsvermogen. Dit vermogen bepaalt meestal ook de afmetingen van het net. De keuze van het materiaal en de totale sterkte van de constructie van een visbord worden bepaald door de krachten waaraan je het visbord blootstelt.

Verder is de ligging van het zwaartepunt ook erg belangrijk, want dit heeft invloed op de stabiliteit van het visbord. Vaak kan dit worden beïnvloed door het verplaatsen van het bevestigingspunt van de vislijn.

Ook wordt er regelmatig aan de achterkant van het visbord gesteld met de kettingen. Dit doet men vaak om het bord in de juiste stand te krijgen. Dit is ook van belang als er extra gewicht aan het visbord wordt aangebracht. Als je een extra slijtstrip aan de onderkant van het bord aanbrengt of er een stuk bovenop zet, dan moet je er rekening mee houden dat ook het zwaartepunt verandert. Dit komt doordat het bord hoger wordt.

Om de juiste afstelling van borden te krijgen, is het nodig dat we de volgende begrippen verder uitleggen:

  • Aanstromingshoek
  • Scherende werking
  • Helling
  • Trim of tilt
  • Verhouding of aspect ratio

Een voorbeeld van een pelagisch visbord van 17m2.

Een voorbeeld van een pelagisch visbord van 17 m2.

Aanstromingshoek

Met de aanstromingshoek bedoelen we de hoek die het bord maakt ten opzichte van de sleeprichting van het bord. Als de aanstromingshoek groter wordt, dan neemt de weerstand en het spreidingsvermogen van het bord toe. Over het algemeen kun je stellen dat de aanstromingshoek ongeveer tussen de 30° en 40° ligt, maar daar zijn ook uitzonderingen op. De verschillende typen borden hebben elk hun eigen ideale aanstromingshoek, namelijk:

  • 30° bij rechthoekige platte borden;
  • 40° bij V-vormige borden;
  • 30° bij ovaalvormige borden; en
  • 40° bij gebogen rechthoekige borden.

Deze hoeken geven de grootst mogelijke scherende werking. Als de hoek groter of kleiner wordt, dan zal daardoor de scherende werking afnemen.

Veranderen aanstromingshoek

De aanstromingshoek kun je op twee manieren veranderen, namelijk door:

  1. Het aangrijpingspunt van de vislijn verzetten: Verplaats je het aangrijpingspunt van de vislijn naar voren, dan wordt de aanstromingshoek kleiner. Verplaats je het aangrijpingspunt naar achter, dan wordt de aanstromingshoek groter. Het is tegenwoordig niet zo moeilijk om het aangrijpingspunt van de vislijn te verzetten, omdat de visborden zijn voorzien van een verstelbare plaat, ketting of beugel met meerdere gaten.
  2. De bordenstroppen die aan de achterkant van het bord zijn bevestigd: Bij de bordenstroppen is de werking tegengesteld aan die van het aangrijpingspunt van de vislijn. Als je de bordenstroppen naar achteren verplaatst, dan wordt de aanstromingshoek kleiner. Als je ze naar voren toe verplaats, dan wordt de aanstromingshoek groter.

De aanstromingshoek kun je veranderen door bijvoorbeeld gebruik te maken van een verstelbare plaat (links) of een ketting (rechts) op het visbord.

De aanstromingshoek kun je veranderen door bijvoorbeeld gebruik te maken van een verstelbare plaat (links) of een ketting (rechts) op het visbord.

Ieder bord heeft zijn eigen ideale aanstromingshoek. Hierboven kun je verschillende type borden zien. Daarbij zie je duidelijk dat de scherende werking van het bord steeds groter wordt zodra de aanstromingshoek toeneemt. Daar zit wel een bepaalde grens aan, want als de aanstromingshoek nog groter wordt, dan zal de weerstand van het bord toenemen en zal de spreidingskracht afnemen. In de praktijk zal dit betekenen dat de vissnelheid afneemt door de grote weerstand van de borden, terwijl de afstand tussen de borden kleiner wordt. Het is dus erg belangrijk om te weten bij hoeveel graden het bord zijn optimale spreidingskracht heeft. Met de optimale werking van een visbord bedoelt men dat je een maximale spreidingskracht hebt met zo min mogelijk weerstand.

Links zie je de spreidingskracht en weerstand op een V-bord en rechts zie je de spreidingskracht en weerstand op een bord met een slot (spleet).

Links zie je de spreidingskracht en weerstand op een V-bord en rechts zie je de spreidingskracht en weerstand op een bord met een slot (spleet).

Scherende werking

In het water ontstaat aan één kant van het bord een hoge druk en aan de andere kant een lagere druk. Het principe is hetzelfde als bij een vliegtuigvleugel. Een vliegtuig gaat daarmee de hoogte in; een visbord gaat zijwaarts.

De scherende werking van een plat rechthoekig bord (links), een te grote aanstromingshoek (midden) en een gebogen bord met een slot (rechts)(1 = vislijn, 2 = bordenstrop, D = visrichting). ProSea

In bovenstaande linker afbeelding stelt A het water voor dat langs de buitenkant van het bord moet stromen en B het water dat langs de binnenkant gaat. C is in deze afbeelding de visrichting. Omdat A een iets langere weg moet afleggen, moet het sneller stromen, waardoor het een lagere druk veroorzaakt dan aan de binnenkant. Hierdoor krijgt het bord de drang om naar buiten uit te scheren.

Te grote aanstromingshoek

Bij de middelste afbeelding hierboven zie je wat er gebeurt als de aanstromingshoek te groot wordt. C is ook hier de visrichting. A en B komen nu bijna gelijktijdig bij het bord en moeten direct om het bord stromen. Het water krijgt de neiging om na het bord door te stromen, maar later zal dat water toch het gat opvullen dat zou zijn ontstaan. Het water stroomt dus terug en drukt tegen het bord aan de buitenkant. Dit gebeurt tegelijk met het water dat aan de binnenkant toestroomt. De druk aan beide kanten is nu gelijk en het bord verliest, ondanks de grotere hoek, de scherende werking.

Gebogen bord

Op de rechter afbeelding hierboven zie je waarom bij een bord met een slot (spleet) de scherende werking nog beter is dan bij een bord zonder slot. A toont het water dat langs de buitenkant van het bord gaat. Door de gebogen vorm wordt het water gedwongen om een langere weg te volgen dan het water van B dat langs de binnenkant gaat. Omdat een gedeelte van het water van B door het slot gaat, wordt het water van A gedwongen verder af te buigen, waardoor het een nog langere weg moet afleggen. Hierdoor ontstaat er nog minder druk dan aan de binnenkant van het bord, waardoor de scherende werking wordt bevorderd.

Een gebogen bord heeft een groter spreidingsvermogen dan een vlak rechthoekig bord. Je kunt in dat geval een kleiner bord nemen om dezelfde spreiding te krijgen. Dat heeft als voordeel dat je  brandstof kunt besparen. Ook de bodemweerstand helpt mee bij het uitscheren van de grondborden. De bodemweerstand van het bord is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De vorm van het bord;
  • Het gewicht van het bord; en
  • De verhouding uitgevierde vislijn/waterdiepte.

Helling

De helling van het bord bepaalt het zwaartepunt van het bord. Visborden kunnen zowel een buitenwaartse- als een binnenwaartse helling hebben. Dit is afhankelijk van de afstelling van het visbord. Onderstaande tekening toont bij het linker bord een buitenwaartse helling. De bovenkant van het bord is dus van de vislijn afgekeerd. Rechts op de tekening is een bord met een binnenwaartse helling te zien. De bovenkant van het bord is dus naar de vislijn toegekeerd.

Bij een buitenwaartse helling bevindt het bevestigingspunt van de vislijn (snijpunt) zich beneden de halve hoogte van het visbord. Hierdoor komt de trekkracht van de vislijn op de onderste helft van het bord en de waterdruk zal voor het grootste deel op het bovenste deel van het bord komen. Hoe meer waterdruk aan de bovenkant van het bord, des te meer zal het bord naar de grond worden gedrukt.

Bij een binnenwaartse helling is dit precies andersom. De trekkracht komt op de bovenste helft van het bord en de waterdruk zal voor het grootste deel op het onderste deel van het bord komen, waardoor het bord omhoog wordt gedrukt. Een bord dat iets naar binnen helt trekt veel lichter.

De helling van een buitenwaarts bord (links) en een binnenwaarts bord (rechts).

De helling van een buitenwaarts bord (links) en een binnenwaarts bord (rechts).

Trim

De trim van een visbord is de hoek die de onderkant van het visbord maakt ten opzichte van de bodem. Als het bord iets achterover loopt, dan noem je dit een positieve trim. Loopt het bord iets voorover, dan noem je dit een negatieve trim.

Een negatieve trim bij een grondbord kan tot gevolg hebben dat het bord zich in de bodem ingraaft. Bij een positieve trim is slechts de achterkant van het visbord in contact met de zeebodem. Obstakels op de zeebodem worden daardoor makkelijk gepasseerd.

Als het bord geen trim heeft, dan zal dit tot de beste resultaten leiden. De gehele onderkant maakt dan contact met de bodem, waardoor er meer zandwolken achter het bord worden veroorzaakt en het bord zal tevens beter spreiden. Hierbij is de trim bijna altijd positief. Dit komt doordat het visbord aan de voorkant door de vislijn iets omhoog wordt getrokken.

De trim van het bord kan worden beïnvloed door het verplaatsen van de bordenstroppen. Er zijn op de verschillende visborden ook verschillende mogelijkheden om de bordenstroppen te verplaatsen. De trim van een grondbord wordt hoofdzakelijk bepaald door het verschil in de belasting van de onder- en bovenstrop.

Een schematische weergave van een visbord met een positieve en een negatieve trim (links), een visbord met een positieve trim (midden) en een visbord zonder trim (rechts).

Een schematische weergave van een visbord met een positieve en een negatieve trim (links), een visbord met een positieve trim (midden) en een visbord zonder trim (rechts).

De aspect ratio

De aspect ratio is de hoogte/lengte verhouding van een visbord. Een bord van 1 meter hoog en 2 meter lang heeft bijvoorbeeld een aspect ratio van 0,5 (hoogte 1 meter : lengte 2 meter = 0,5). Om de aspect ratio van een bord te berekenen moet je de hoogte van het bord delen door de lengte van het bord.

Hier zie je een plat rechthoekig visbord met een aspectratio van 0,5 (1m : 2m).

Hier zie je een plat rechthoekig visbord met een aspect ratio van 0,5 (1m : 2m).

Snijpunt van het bord

Het snijpunt bij het grondbord van bovenstaande afbeelding zit ongeveer op een derde van de voorkant van het bord en op de halve hoogte of iets eronder. Deze verhouding kom je bij de meeste grondborden tegen. Dit is ook het punt waar je de vislijn aan vastmaakt. Ook zie je bij deze borden dat de aanstromingshoek tussen de 30°en 40° graden ligt.

In onderstaande afbeelding zie je een visbord wat veel gebruikt wordt in de multirig visserij. Om de aanstromingshoek te vergroten moet je een hoger nummer nemen voor de bevestiging van de vislijn. Het bevestigingspunt wordt dus meer naar achteren verplaatst. Om de aanstromingshoek te verkleinen, moet het juist andersom.

Omdat er verticaal maar één vislijnbevestigingspunt is, gebruik je de bordenstrop-aansluitingen voor het beïnvloeden van de helling. Worden deze op de punten C en A gezet, dan krijg je een binnenwaartse helling. Bij bevestiging aan punten B en D ontstaat een buitenwaartse helling.

Om de trim van het bord te beïnvloeden, zijn er veel mogelijkheden met de bordenstroppen. Je kunt de bovenste bordenstrop naar een lager of hoger nummer brengen om het bord meer voorover te laten lopen.

Visbord dat veel gebruikt wordt bij de multirig. A en B zijn bevestigingen van de bovenste bordenstrop. C en D zijn bevestigingen van de onderste bordenstrop. F is de bevestiging van de vislijn

Visbord dat veel gebruikt wordt bij de multirig. A en B zijn bevestigingen van de bovenste bordenstrop. C en D zijn bevestigingen van de onderste bordenstrop. F is de bevestiging van de vislijn

Bordenstroppen

De aanstromingshoek kan ook worden veranderd met behulp van de bordenstroppen die aan de achterkant van het bord zijn bevestigd. Bij de bordenstroppen is het resultaat precies andersom dan bij het aangrijpingspunt van de vislijn. Als de bordenstroppen dus naar achteren worden verplaatst, dan zal de aanstromingshoek kleiner worden. Mocht je de bordenstroppen naar voren verplaatsen, dan wordt de aanstromingshoek groter. Het aantal graden dat de aanstromingshoek veranderd bij het gebruik van bordenstroppen is minder groot dan bij het verzetten van het aangrijpingspunt van de vislijn.

Hier zie je een pelagisch bord met bordenstroppen. De opstelling gebruikt men als je met een boven- en onderkabel vist.

Hier zie je een pelagisch bord met bordenstroppen. Deze opstelling gebruik je als je met een boven- en onderkabel vist.

Door de bovenste bordenstrop te verzetten (inkorten of verlengen) kan ook de trim van het bord worden veranderd. Tegenwoordig ontvang je meestal bij de aanschaf van een bord uitleg over gebruik van het bord. Hierdoor kun je opzoeken wat er gebeurt met de stand van het bord als je een bepaalde wijziging aanbrengt.

Een driepuntsopstelling van een grondbord met een enkele kabel (links), een tweepuntsopstelling van een grondbord met enkele kabel (midden) en een tweepuntsopstelling van een pelagisch bord met boven- en onderkabel (rechts).

Een driepunts-opstelling van een grondbord met een enkele kabel (links), een tweepunts-opstelling van een grondbord met enkele kabel (midden) en een tweepunts-opstelling van een pelagisch bord met boven- en onderkabel (rechts).

De driepunts-opstelling van bordenstroppen wordt tegenwoordig bij de multirig veel gebruikt, omdat de positie van het bord zeer stabiel is en de kans dat het bord gaat liggen klein is.

Materiaal bordenstrop

Voor bordenstroppen worden verschillende materialen gebruikt zoals staaldraad, ketting en tegenwoordig ook dyneema (een supersterke kunststofvezel). Elk materiaal heeft zo zijn voor- en nadelen. Het voordeel van ketting is dat het makkelijk per schalm is bij te stellen. Staaldraad en dyneema hebben dit voordeel niet (vaste maten). Dyneema heeft wel weer als voordeel dat het erg sterk en licht van gewicht is. Daarom kiezen veel vissers voor een tussenoplossing, namelijk een staaldraad of dyneemastrop met daaraan een aantal kettingschalmen.

Krachten die van invloed zijn op het functioneren van het visbord

Over het algemeen is het gewicht van een grondbord groter dan de trekkracht van de vislijn en de opwaartse kracht. Hiervoor kun je onderstaande formule gebruiken:

G > N + T

Hierbij is G het gewicht/zwaartepunt, N de opwaartse druk en T de trekkracht van de vislijn.

Een overzicht van de verschillende krachten die op een visbord werken. Hierbij is G het gewicht/zwaartepunt, N de opwaartse druk, T1 de trekkracht van de vislijn, R de hydrodynamische druk en F de bodemweerstand.

Een overzicht van de verschillende krachten die op een visbord werken. Hierbij is G het gewicht/zwaartepunt, N de opwaartse druk, T1 de trekkracht van de vislijn, R de hydrodynamische druk en F de bodemweerstand.

De hydrodynamische kracht (R) is belangrijk in verband met het uitscheren van het visbord. Deze kracht speelt ook een rol bij het bepalen van de helling van een visbord. Bij een buitenwaartse helling is deze kracht schuin naar beneden gericht en wordt het zwaartepunt naar beneden verplaatst. Bij een binnenwaartse helling is deze kracht schuin naar boven gericht en wordt het zwaartepunt naar boven verplaatst.

Ook de bodemweerstand (F) helpt bij grondborden mee met het uitscheren. De vorm van het bord is ook van invloed op de bodemweerstand. Een ovaalvormig bord zal minder bodemweerstand hebben dan een rechthoekig bord (zie onderstaande afbeelding). Ook het type bodem (zacht of hard) kan van invloed zijn op de scherende werking van de visborden.

De vorm van het visbord heeft invloed op bodemweerstand. Zo heeft een ovaalvormig bord (links) minder bodemweerstand dan een rechthoekig bord (rechts).

De vorm van het visbord heeft invloed op bodemweerstand. Zo heeft een ovaalvormig bord (links) minder bodemweerstand dan een rechthoekig bord (rechts).

Grondborden

Grondborden zijn herkenbaar aan de slijtstrip aan de onderkant van het bord. We onderscheiden de volgende demersale vismethoden met grondborden:

  • Twinrig
  • Multirig
  • Outrig
  • Quadrig
  • Kabelen op rondvis met een net

Stofwolken geproduceerd door een grondbord in actie.

Stofwolken geproduceerd door een grondbord in actie.

Grondborden zorgen voor de horizontale spreiding van het vistuig en worden gebruikt voor de visserij op demersale vissoorten. De borden en het vistuig veroorzaken trillingen die de vis opvangt met zijn zijlijnstelsel. Een zijlijn is een zintuig bij de vis die langzame trillingen opvangt. Verder kan de vis ook de stofwolk zien die wordt veroorzaakt door het slepen van het vistuig over de zeebodem (zie bovenstaande afbeelding). Die trillingen en zandwolken veroorzaken het zogenaamde “herding”-effect (individuele vissen vluchten met een groep). Het gevolg is dat de vis uiteindelijk in het net terecht komt.

Contact zeebodem

Het is van belang dat het bord goed in contact met de zeebodem blijft, want anders verliest het vistuig een belangrijk deel van zijn vangstvermogen. Om een grondbord goed in contact met de zeebodem te houden, moet het gewicht van het bord onder water groter zijn dan de opwaartse kracht en de omhoogwerkende kracht die de vislijn op het bord uitoefent (zie onderstaande afbeelding).

Hier zie je het gewicht (G) van het bord (N), de trekkracht (T) van de kabels en de stroppen met het net (TX).

Hier zie je het gewicht (G) van het bord (N), de trekkracht (T) van de kabels en de stroppen met het net (TX).

De krachten T en TX zorgen ervoor dat het bord (N) omhoog wil. Het bord moet voldoende gewicht (G) hebben om op de zeebodem te blijven. Het is niet alleen van belang dat het bord goed in contact met de zeebodem blijft, maar ook dat het vistuig de juiste spreiding heeft. Dat wil zeggen niet te weinig, maar ook niet te veel spreiding.

Ideale bordspreiding

Voorbeeld van ideale bordspreiding.

Voorbeeld van ideale bordspreiding.

Hierboven zie je een afbeelding met de ideale opstelling. De kabels lopen netjes in de zandwolken die veroorzaakt worden door de borden en alles loopt in één lijn (rode lijn). De spreidingskracht en de TX (de naar achter gerichte kracht) zijn in balans.

Te kleine bordspreiding

Voorbeeld van te kleine bordspreiding.

Voorbeeld van te kleine bordspreiding.

Bovenstaande afbeelding laat duidelijk zien dat de kabels niet meer de ideale lijn volgen. De bordspreiding is te klein en de hoek van de kabels ten opzichte van de visrichting is afgenomen en dus is het te bevissen oppervlak kleiner geworden.

Te grote bordspreiding

Voorbeeld van te grote bordspreiding.

Voorbeeld van te grote bordspreiding.ProSea

Bij deze afbeelding is de bordspreiding juist toegenomen en is het beviste oppervlak groter geworden. Ondanks dat het beviste oppervlak is toegenomen, blijkt in de praktijk veelal dat het vangvermogen niet groter is geworden maar zelfs afneemt. De verklaring hiervoor is dat de hoek die de kabels met de sleeprichting maken zodanig vergroot is dat de kabels de zandwolken niet meer volgen. Daardoor krijgt de vis de kans om te ontsnappen. Daarnaast zal door de toegenomen bordspreiding de verticale netopening afnemen.

Liggend bord

Bij grondborden kan het weleens gebeuren dat het bord ligt. Dit gebeurt meestal tijdens het uitzetten van het vistuig. Het is aan te bevelen om tijdens het uitzetten van het vistuig zo min mogelijk te draaien, omdat daardoor de kans op een liggend bord toeneemt. Een liggend bord kan op twee manieren liggen, namelijk:

  1. Binnenwaarts; het bord valt naar binnen en ligt dus plat op de grond. Het aangrijpingspunt van de vislijn gaat over de grond
  2. Buitenwaarts; het bord valt naar buiten en gaat met de achterkant van het bord over de grond (de kant waar de bordenstroppen bevestigd zijn). Bij een zachte, modderige grond is dit gevaarlijk, want het bord maakt een scheppende beweging. Hierdoor ontstaat de kans dat het bord de grond in snijdt. Raakt een bord in de grond, dan is het er moeilijk uit te krijgen en bestaat er een grote kans dat je het bord kwijtraakt.

Voorbeeld van een V-vormig bord met een scharnierend bevestigingspunt voor de vislijn. Als dit bord achter een obstakel komt te zitten, dan zorgt het scharnierende punt ervoor dat het bord gemakkelijk over het obstakel heen zal gaan en weer goed op de bodem terecht komt.

Voorbeeld van een V-vormig bord met een scharnierend bevestigingspunt voor de vislijn. Als dit bord achter een obstakel komt te zitten, dan zorgt het scharnierende punt ervoor dat het bord gemakkelijk over het obstakel heen zal gaan en weer goed op de bodem terechtkomt.

Als je vist met een Marelec-systeem, dan zal de tonnage-aanduiding het aangeven als een visbord platligt. Tevens kun je dit zien aan de stand van de vislijnen of door middel van de bordensensoren, want het vistuig zal minder spreiding hebben.

Liggend bord oplossen

Mocht je een liggend bord aan de bakboordzijde hebben, dan draai je scherp over stuurboord (let wel goed op dat je het vistuig niet over de kop draait). Mocht je een liggend bord aan de stuurboordzijde hebben, dan draai je scherp de andere kant op.

Tegenwoordig vissen veel schepen over het achterschip. Hierdoor is de kans op een liggend bord een stuk kleiner ten opzichte van vroeger toen er vooral over de zijkant werd gevist. Ook gebruikt men tegenwoordig veel de driepuntsopstelling van de bordenstroppen. Bij de driepuntsopstelling van de bordenstroppen is de kans op een liggend bord veel kleiner dan bij de tweepuntsopstelling.

Voorbeelden van verschillende typen grondborden zijn te zien in onderstaande afbeelding. Op basis van de vorm kan je de volgende indeling van grondborden maken:

  • Vlak en rechthoekig
  • Vlak met slot of zonder slot
  • Gebogen rechthoekig met of zonder V
  • Gebogen ovaal
  • V-vormig
  • Sferisch (bolvormig)

Verschillende typen grondborden.

Verschillende typen grondborden.

Pelagische borden

Pelagische borden zorgen voor de horizontale spreiding van het vistuig. Het verschil met een grondbord is dat een pelagisch bord ook nog een verticale kracht heeft. Dit zorgt ervoor dat je het vistuig in de waterkolom kunt laten stijgen en dalen.

Borden in de pelagische visserij zijn veelal uitgerust met een verstelbare plaat (zie onderstaande afbeelding) die je in horizontale richting kunt verplaatsen om de aanstromingshoek te veranderen. Deze plaat is ook voorzien van een aantal gaten in verticale richting zodat je het aangrijpingspunt van de vislijn ook in hoogte kunt verstellen. Op die manier kun je de helling van het bord aanpassen.

Invloed diepte

Als je op grote diepte vist, dan moet je het aangrijpingspunt van de vislijn omlaag brengen waardoor het bord een buitenwaartse helling krijgt. Door deze buitenwaartse helling zal het bord naar beneden willen snijden en op deze manier kun je de lengte van de uitgevierde vislijn beperken en toch op de gewenste diepte vissen.

Bij het vissen in ondiep water breng je het aangrijpingspunt van de vislijn omhoog. Hierdoor krijgt het bord een binnenwaartse helling, waardoor het bord naar boven snijdt. Op die manier kun je, ondanks de geringe diepte, toch voldoende vislijn uitvieren om zo voldoende bordspreiding te krijgen.

Een bord met een horizontale plaat met gaten in verticale richting.

Een bord met een horizontale plaat met gaten in verticale richting.

Een bord met een aantal strippen onder elkaar.

Een bord met een aantal strippen onder elkaar.

Een andere manier om de helling van het bord te veranderen is door middel van de bordenstroppen. Bij sommige pelagische borden kan men, omdat er een aantal strippen onder elkaar zitten, de onderste bordenstrop in hoogte verstellen om zo de helling van het bord te veranderen (zie bovenstaande afbeelding). Het verstellen van de hoogte gaat op dezelfde manier als bij het aangrijpingspunt van de vislijn. Verzet men de bordenstrop omhoog, dan krijgt het bord een grotere binnenwaartse helling. Verzet men de bordenstrop omlaag, dan neemt de buitenwaartse helling toe.

Voorbeelden van verschillende typen pelagische borden.

Voorbeelden van verschillende typen pelagische borden.

Voortstuwingsvermogen

Bij de pelagische visserij worden de afmetingen, oppervlakte en het gewicht van de borden bepaald door het voortstuwingsvermogen. Ook de afmetingen, materiaalkeuze en maaslengte van het net hebben invloed op de afmetingen van de borden. Binnen de pelagische visserij spreekt men niet over de afmetingen van het bord, maar over de oppervlakte van het bord. Zo spreek je dan bijvoorbeeld over een bord met een oppervlakte van 10 m2.

Voorbeelden van verschillende typen pelagische borden zijn te zien in bovenstaande afbeelding. Indeling van pelagische borden naar de vorm van de borden:

  • Gebogen rechthoekig met- of zonder V
  • Sferisch
  • Gebogen ovaal

Semi-pelagische borden

Dit zijn borden waar zowel demersale als pelagische visserijmethoden mee beoefend kunnen worden. Het voordeel van semi-pelagische borden is dat je, zonder van bord te wisselen, over kunt schakelen van de bodemtrawl naar de pelagische trawl. Het veranderen van het bord van de pelagische visserij naar de bodemvisserij, en andersom, gebeurt door het aangrijpingspunt van de vislijn naar boven of naar onderen te verstellen.

Veranderingen aan het vistuig die van invloed zijn op de bordenspreiding

Als je optimaal wilt vissen mag de bordenspreiding niet te groot, maar ook niet te klein zijn. Dit geldt zowel voor de grondtrawl, als ook voor de pelagische trawl. Mochten er veranderingen worden aangebracht in het vistuig, dan moet je er rekening mee houden dat dit van invloed kan zijn op het gedrag van de visborden. Hieronder worden een aantal oorzaken beschreven die de balans kunnen verstoren.

Te kleine afstand

Bij een te kleine afstand tussen de borden zijn de mogelijke oorzaken:

  • een te lage vissnelheid;
  • borden die te klein en/of te licht van gewicht zijn;
  • een te kleine/of te grote aanstromingshoek van het bord;
  • een te grote afmeting van het net;
  • te zwaar materiaal van het net (garen oppervlakte = meer weerstand); en
  • een kleinere maaslengte (minder doorstroming = meer weerstand).

Te grote afstand

Bij een te grote afstand tussen de borden zijn de mogelijke oorzaken:

  • te grote en/of te zware borden;
  • een te grote aanstromingshoek;
  • een te kleine afmeting van het net;
  • te licht materiaal van het net (bijvoorbeeld dyneema); en
  • een grotere maaslengte (meer doorstroming = minder weerstand).