Boomkor

Vanaf de jaren zestig is een groot deel van de Nederlandse vissers overgeschakeld van de bordentrawl naar de boomkor voor het vangen van platvis. De boomkormethode is namelijk een effectieve methode voor het vangen van platvis. Tot 2010 was de boomkor de meest gebruikte visserijmethode binnen de Nederlandse kottervloot.

Tekening van de boomkormethode.Seafish

1Beschrijving

De boomkor bestaat uit drie stalen pijpen die samen de boom vormen (Engels: ‘beam’). Vandaar ook de naam boomkor (beam trawl in het Engels). Een kor heeft een vangopening die door de vaste constructie van de boom niet van vorm verandert. De vangopening wordt dus niet beïnvloed door de snelheid waarmee je het vistuig sleept. Meestal hangt de boom ongeveer 0,6 tot 0,8 meter van de zeebodem. De middenpijp wordt tijdens het vissen het meest op buiging belast en is daarom dikker uitgevoerd dan de zijpijpen. Deze zijpijpen schuif je aan beide kanten in de middenpijp.

Slede of slof

Beide uiteinden van de boom worden door een slede/slof ondersteund. Hieronder zie je zo’n slede/slof.

Een slede/slof van een boomkor.

Het net is met vier sluitingen aan de achterkant van de sloffen vastgemaakt. Daarbij zit de bovenpees vast aan de bovenkant van de sloffen en de onderpees aan de onderkant. De wekkerkettingen (ook wel wekkers genoemd) worden aan de onderkant van de sloffen bevestigd. Deze wekkerkettingen worden gebruikt om de platvis uit het zand op te schrikken.

De verschillende onderdelen van een boomkor.VLIZ Fotogalerij

Aan de voorkant van de sloffen bevindt zich een stalen strip met gaten waaraan je de boomkor voortsleept. Tevens worden aan die strip de spruiten met sluitingen bevestigd. De stand van de sloffen over de zeebodem kan veranderd worden door te variëren met het bevestigingspunt van de spruiten aan de sloffen. Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat je op de hak van de slof vist.

Bovenaanzicht van de achterkant van de slof. De bevestigingspunten voor de wekkerkettingen, spruit, net en onderpees zijn hierop te zien. De witte cirkel toont een ketting die gebruikt wordt om het tuig via de slof naar het schip te trekken.

Bovenaanzicht van de achterkant van de slof. De bevestigingspunten voor de wekkerkettingen, spruit, net en onderpees zijn hierop te zien. De witte cirkel toont een ketting die gebruikt wordt om het tuig via de slof naar het schip te trekken.

Spruit

De spruit bestaat uit drie of vijf delen en is gemaakt van ketting of staaldraad. Twee delen lopen naar de sloffen en het derde deel zit aan het midden van de middenpijp vast. Doordat het derde deel zo lang is, is het onwaarschijnlijk dat je deze tijdens het vissen onder normale omstandigheden belast. Het vistuig sleep je aan de sloffen. Bij een hoge weerstand van het vistuig, bijvoorbeeld wanneer deze vastloopt, zal de boom doorbuigen. Als dat gebeurt, dan zal ook het derde deel van de spruit belast worden. Zo wordt verder doorbuigen van de boom verhinderd.

Vangvermogen

Het vangvermogen van een boomkor wordt bepaald door het beviste zeebodemoppervlak in een bepaald tijdsbestek. Dit is afhankelijk van:

  • de breedte van het vistuig;
  • de snelheid waarmee je het vistuig sleept;
  • het aantal wekkerkettingen;
  • het gewicht van de wekkerkettingen.

De breedte van het vistuig en het totale gewicht van de wekkers wordt vooral bepaald door het voortstuwingsvermogen van de kotter en door de regelgeving. Daarnaast hangt de breedte en het aantal wekkers af van de bodemgesteldheid. Zo is het aantal wekkers kleiner bij de visserij in de onderzeese duinen (de punten) dan op vlakke grond. De punten komen in grote delen van de zuidelijke Noordzee voor.

Boomkornet van 9 meter breed met steennet. Dit steennet bestaat uit ijzeren kettingen en die moeten ervoor zorgen dat er geen stenen in het net komen. Stenen kunnen namelijk het net beschadigen.VLIZ Fotogalerij

Daarnaast worden bij de visserij op tong meer wekkers en lichtere kettingen gebruikt dan bij de visserij op schol. Tong is namelijk een vissoort die zich moeilijk uit de zeebodem laat jagen. Bij het vissen op schol worden wel weer zwaardere netten met wijdere mazen gebruikt dan bij het vissen op tong. Op harde grond kun je met zwaardere tuigen vissen dan op zachte grond.

Grondpees met rubberschijven en tongflap.

Grondpees met rubberschijven en tongflap.

Grondpees

Het is noodzakelijk dat de grondpees goed in contact blijft met de zeebodem. Dit is belangrijk om te voorkomen dat platvis onder het net door ontsnapt. Dit doe je door een zware ketting als grondpees te gebruiken. In het midden van deze kettinggrondpees zit een breekschalm die ervoor zorgt dat je bij het vastlopen grote schade of zelfs verlies van het vistuig voorkomt. Als je vist in een gebied met een zachte bodem, dan kun je de kettinggrondpees in het midden verstevigen met touwwerk of rubberschijven. Op die manier verklein je de kans om het vistuig vast te laten lopen in de grond.

Een kale onderpees.Seafish

Onderpees met rubberen schijven.Seafish

Onderpees met rockhoppers.Seafish

De doorsnede van de rubberschijven wordt vanuit het midden naar buiten toe steeds iets kleiner. Tussen de kettinggrondpees en de achterste wekker lopen een aantal lichtere kettingen over de zeebodem. Deze kettingen noem je ook wel ‘kietelaars’. Deze korte kettingen zitten vast aan de kettinggrondpees en moeten voorkomen dat platvissen zich vlak voor de naderende kettinggrondpees opnieuw ingraven. Vooral tong probeert op die manier aan het net te ontsnappen. Om dit te voorkomen gebruik je de tongflap. Dit stuk netwerk loopt vanaf de laatste kietelaar tot achter de grondpees. Door het gebruik van een tongflap kun je als visser goede vangsten behalen op verschillende visgronden.

Ronde onderpees met 5 m lange tongflap (links) en een rechte onderpees met een korte 2.5 m tongflap (rechts).Coöperatie Westvoorn/Arie Lokker

Bij het vissen in een gebied met stenen kun je een kettingmat aanbrengen tussen de boom en de kettinggrondpees. Die kettingmat voorkomt dat grote stenen in het net komen.

Vislier

Moderne boomkorkotters zijn uitgerust met een vislier die uit tien trommels bestaat:

  • twee grote vislijntrommels voor het vieren en inhalen van de vistuigen;
  • twee giekbloktrommels om bij gevaarlijke situaties het giekblok te vieren;
  • vier jumpertrommels om de kuilen binnenboord te hijsen.
  • twee hangerdraadtrommels voor het strijken en toppen van de gieken;

Een vislier.

Een vislier.

In het verleden werden de kotters gebouwd met twee jumpertrommels en twee verhaalkoppen. Om het halen en zetten van de netten veiliger te maken worden op nieuwe kotters geen verhaalkoppen gebruikt. Aan boomkorkotters worden zware stabiliteitseisen gesteld. Dit is nodig om kapseizen te voorkomen.

De vislier moet je vanaf de brug kunnen bedienen en moet een omkeerbare aandrijving hebben. Ook moet je het blok in de top van de giek, waaraan je de boomkor sleept, kunnen vieren. Op die manier verklein je het risico op kapseizen, want door de kracht vanuit de top van de giek naar de zijkant van het schip te verplaatsen verklein je de arm. De meeste kotters hebben een Marelec systeem dat de vislijnen bij overbelasting automatisch laat vieren, zodat de overbelasting wegvalt.

Invloed zeebodem op vislier

De uitgevierde lengte van de vislijnen is drie tot vier keer de waterdiepte. Als de zeebodem zacht of modderig is, dan vier je minder vislijn uit. De vislijn staat dan steiler, waardoor de boomkorren lichter over de bodem gaan. Hierdoor heb je minder kans om de tuigen in de bodem te trekken. Op een harde zandbodem vier je meer vislijn uit. Als je in hoge ‘punten’ vist, dan moet je de lengte van de vislijn steeds aan de variërende diepte aanpassen.

De wachtsman schakelt de vislier in als er tegen een ‘punt’ wordt opgevist. De vislijn wordt dan ingekort. Hiervoor moet de vislier in staat zijn om de vislijnen bij vol vermogen tegen de stuwkracht van de kotter in te korten. Deze methode kan door veel kotters ook bij slechte weersomstandigheden beoefend worden door de toename in de afmetingen van boomkorkotters en het gestegen motorvermogen.

Hoge belasting vislijn

Door scheepsbewegingen kun je de vislijnen zwaar belasten. Tijdens een slingerbeweging van de kotter is een vislijn het ene moment vrijwel zonder spanning, terwijl er een hoge piekbelasting optreedt wanneer de kotter naar de andere kant overhelt. Op deze piekbelasting is ook het stampen van invloed. Door de dan optredende onregelmatige snelheid van het vistuig neemt het vangvermogen af.

Ruw weer op zee heeft invloed op het vangstsucces.NOAA

Ook tijdens het vastlopen en gedurende pogingen om los te komen kan een hoge belasting op de vislijnen optreden. Om die reden worden er zware vislijnen gebruikt.

Slijtage en schade aan de vislijnen kun je zoveel mogelijk beperken door schijven te gebruiken met een grote diameter. Ook het gebruik van vislijntrommels met een grote kerndiameter kan slijtage en schade beperken.

Dunnere vislijn

Het gebruik van vislijntrommels met een grote kerndiameter is voor veel kotters geen optie. Vandaar gebruiken grote kotters een dunnere vislijn. Deze dunnere vislijn loopt over een dubbelschijfsblok in de top van de giek via een aan de spruit bevestigd éénschijfsblok weer terug naar het blok in de top van de giek. Door het gebruik van deze dubbel ingeschoren vislijn wordt de belasting in de vislijn met de helft verminderd en kun je een dunnere vislijn gebruiken. Tegelijkertijd halveer je de trekkracht die de lier moet leveren, zodat de aandrijving een kleiner draaimoment kan leveren.

De tandwielkast en lieras hoef je minder zwaar uit te voeren. Ook fricties en remmen worden hierdoor een stuk minder belast. Wel moet de lier tweemaal zo snel draaien om dezelfde haalsnelheid van het vistuig te kunnen bereiken. De dubbel ingeschoren vislijn moet ook langer zijn en dat is dan weer van invloed op de afmetingen van de trommels.

In de nok van de giek zit de kracht van de vislijn. Het hellinggevend moment is gelijk aan de afstand van de nok van de giek tot aan het vlak van kiel en stevens. Dit is een groot moment. Als je de vislijn zou blijven inhalen, dan kan het moment zo groot worden dat het schip omslaat. Dat kan ook gebeuren als je bij het vastlopen niet snel genoeg het vermogen van de motor terugneemt.

Vastgelopen vistuig

Als een schip vast zit aan een obstakel, trek het dan niet los over de nok van de giek. In zo’n situatie gebruik je de slipdraad-installatie. Bij de slipdraad-installatie hangt het slipvisblok aan de slipdraad in de nok van de giek (zie onderstaande afbeelding).

Het slip visblok in gewoon vissende situatie: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slip visblok, 3. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slipvisblok in een vissende situatie: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slipvisblok, 3. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slipvisblok bestaat uit twee delen in één blok. Door het bovenste deel loopt het slipdraad en door het onderste deel de visdraad. Het vaste part van de slipdraad zit aan de nok van de giek. Deze slipdraad wordt geschoren over een aantal schijven in de nok van de giek en een aantal schijven op het slipvisblok. Daarvandaan gaat de slipdraad langs de giek naar beneden. Via twee geleide blokken loopt het slipdraad naar een trommel op de winch en deze trommel wordt ook wel de “slipdraadtrommel” genoemd.

Er is dus een extra trommel op de winch nodig voor een slipvisblok-installatie. In de gewone vissende situatie hangt het slipvisblok in de nok van de giek, zoals is te zien in bovenstaande afbeelding. De arm van het koppel dat de helling veroorzaakt, is de afstand van de nok van de giek tot het vlak van kiel en stevens.

Als het vistuig vastloopt aan een obstakel onderwater, dan laat je het slipvisblok vieren zoals te zien is in onderstaande afbeelding. Het slipvisblok komt dan onder het klapblok op de bak van het schip te hangen. Er staat geen kracht meer op het loshangende slipdraad en op de giek. Het helpt niet om het slipdraad slechts een beetje te vieren, want de kracht blijft dan in de top van de giek.

Het slip visblok in een situatie waarin het vistuig is vastgelopen: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slip visblok, 3. Visdraad, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slipvisblok in een situatie waarin het vistuig is vastgelopen: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slipvisblok, 3. Visdraad, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Van Damme-patent

Op kleinere schepen, zoals eurokotters, is meestal geen ruimte voor een grote winch met een extra trommel. In dat geval maken vissers nog weleens gebruik van het Van Damme-patent. Dit Van Damme-patent is te zien in onderstaande afbeelding. Bij dit systeem is in de nok van de giek een installatie gemaakt die het visblok ook uit de giek kan vieren.

Het Van Damme patent aan boord van een kotter (links): 1. Giekdraad, 2. Giek, 3. Voortuig, 4. Vaste part, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 6. Visblok, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 8. Giekdraadblok. Tekening van het Van Damme patent (rechts): 2. Giek, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 9. Bevestiging visdraad aan de beugel, 10. Stootnok voor de beugel, 11. Bevestigingsplaat van een giekblok, 12. Bevestigingsplaats van het achtertuig.

Het Van Damme-patent aan boord van een kotter (links): 1. Giekdraad, 2. Giek, 3. Voortuig, 4. Vaste part, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 6. Visblok, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 8. Giekdraadblok. Tekening van het Van Damme-patent (rechts): 2. Giek, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 9. Bevestiging visdraad aan de beugel, 10. Stootnok voor de beugel, 11. Bevestigingsplaat van een giekblok, 12. Bevestigingsplaats van het achtertuig.

Zodra een schip met zijn vistuig vast zit aan een obstakel onder water, dan laat je de giekdraad vieren. Als het vaste part strak komt te staan, dan zal de beugel in zijn scharnier naar beneden draaien. Als gevolg daarvan zal het visblok eerst over het scharnier schuiven en daarna over de giekdraad. Uiteindelijk komt het visblok achter de bak aan het blok in de galg te hangen. In deze situatie is de arm van het koppel ook verkort tot de afstand van het blok in de galg.

Overzicht van een vastgelopen kotter met een Van Damme patent: 1. Slip visblok Van Damme patent, 2. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig, 6. Loshangende giekdraad.

Overzicht van een vastgelopen kotter met een Van Damme patent: 1. Slipvisblok Van Damme patent, 2. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig, 6. Loshangende giekdraad.

2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop je de boomkor normaal gesproken gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk. Het belangrijkste is dat een visser ten alle tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten net

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • zodra de gewenste positie is bereikt breng je de  snelheid terug tot zeer langzaam vooruit;
  • onder goede weersomstandigheden breng je de kotter met de kop in de wind en bij slecht weer juist voor de wind;
  • je maakt de sjorringen los waarmee de boomkorren zeevast zijn gezet;
  • de giek wordt verticaal gezet en je hijst het tuig boven de verschansing;
  • nu laat je de giek vieren en door deze beweging zal het tuig de wekkers overboord trekken. De langste wekkers moet je misschien over de verschansing tillen;
  • de jumper zal ook worden gehesen. Doordat deze in een strop achter het midden zit zal ook de pees van dek komen;
  • het kuiltouw zet je vast op de voorbolder om het draaien van het tuig tegen te gaan;
  • de kietelaars worden over de verschansing getild. Zorg ervoor dat ze niet in de war raken;
  • omdat het gewicht van het tuig aan het net trekt, zal bij het vieren van de jumper de onderpees overboord zakken;
  • de andere jumper zit in de staartstrop. Om de jumperhaak open te trekken zal deze jumper worden gehesen en aan het vaste part op de giek worden bevestigd;
  • nu zal de schipper vaart vermeerderen en de tuigen en gieken iets laten vieren;
  • de kuilen worden één voor één losgegooid door de jumper op vrije val te zetten;
  • tegelijkertijd kan de schipper de vaart vermeerderen en kun je het kuiltouw van de voorbolder losmaken;
  • als beide kuilen zijn losgegooid en de kotter op koers ligt, dan zullen de tuigen verder worden gevierd.

De kuil wordt vastgezet en de schipper zet kracht op de schroef.

Hier gaat de kuil overboord, het kuiltouw volgt.

De kuil wordt losgegooid en de schipper draait stuurboord uit.

De schipper draait stuurboord uit tot het tuig vrij is.

Het tuig is vrij van de kotter.

Schipper draait bakboord uit.

Nu gaat de kuil overboord en het kuiltouw volgt.

De schipper blijft bakboord uitdraaien tot tuig vrij is.

De schipper draait rechtuit en laat de tuigen vieren.

Binnenhalen net

Bij het binnenhalen van het net volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • je verlaagt het toerental van de motor tot een snelheid waarop je nog voldoende druk op het roer hebt om de kotter tussen de vislijnen te houden (ca. 1/3 maximum motortoerental);
  • de vislijnen worden ingehaald tot de spruit het visblok in de top van de giek nadert;
  • als de vislier stopt, dan vermeerder je gedurende korte tijd vaart om de vissen die nog in het voornet zitten in de kuil te brengen;
  • de giek moet in een stand worden gebracht die het mogelijk maakt voor een bemanningslid om het kuiltouw van de binnenste slof te pakken;
  • nu moet je de hoofdmotor op een nullast–toerental brengen en de schroef stilzetten;
  • daarna kun je het kuiltouw in de hulpjumper pikken en opzetten;
  • vervolgens moet het kuiltouw doordraaien totdat de verdeelstrop naar voren komt. Daar moet je dan de andere jumper inpikken. Daarna kun je de staart boven de bak draaien;
  • je kunt de pooklijn losmaken, waardoor de vangst in de vangstverwerkingsinstallatie valt;
  • het netwerk van de kuil kan worden nagekeken op schade. Vervolgens kun je de pooklijn weer aantrekken en de kuil dichtmaken;
  • daarna kan de kuil gehesen worden en kan het vaste part vanuit de giek aan de jumper worden bevestigd. Alles is dan weer gereed om uit te zetten.

De schipper haalt de tuigen boven.

Het kuiltouw wordt binnengetrokken.

Kuiltouw op de kop van de lier.

De jumper wordt ingepikt.

De jumper wordt opgezet door dekbediening.

Nu kan de kuil worden binnengehaald.

De pooklijn wordt gepakt.

De kuil wordt opengetrokken.

Hier zie je de vangst in de stortbak.

De kuil wordt achteruitgetrokken.

De kuil wordt klaargelegd.

Het dichtmaken van de kuil.

De kuil wordt vastgezet.

Vastzetten van de jumper.

De schipper zet kracht op de schroef.

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • na de laatste trek laat je de kuilen open en spoel je de netten;
  • het kuiltouw wordt zo vastgezet dat de kuil niet ongewild overboord getrokken kan worden;
  • de giek breng je in een verticale positie zodat de boomkor zoveel mogelijk boven de verschansing komt. Ondertussen trekt de bemanning met behulp van een stroptouw zoveel mogelijk netwerk binnenboord;
  • met behulp van de thuishaler wordt de boomkor via de lier tot de binnenkant van de verschansing getrokken en zeevast gesjord;
  • de bemanning brengt zowel de buitenboord hangende grondpees met kietelaars, als ook de wekkers, met behulp van de jumper binnenboord;
  • na het vissen controleer je het hele net op schade. Je controleert de sleeplappen en de kuil op gaten en kapotte mazen;
  • je meet ook de grondpees en de korte kietelaars. De lange kietelaars kun je om de week meten.

Binnenhalen van het visnet.

Binnenhalen van het visnet.

De netten worden nagekeken en hier worden nieuwe stukken net aan de onderkant van de kor genaaid.VLIZ Fotogalerij

Vastlopen vistuig

Bij een vastgelopen vistuig volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • de motor direct stoppen;
  • om te voorkomen dat het schip gaat draaien, kun je een beetje kracht op de schroef houden;
  • als het schip is uitgerust met het Marelec systeem, dan treedt dat in werking. Dit zorgt ervoor dat de draad wordt uitgevierd en de motor wordt teruggenomen. Dit systeem reageert veel sneller dan wij kunnen;
  • daarna zal de schipper het overnemen. De schipper zal het proberen te klaren zoals beschreven in de volgende stappen;

Alles wat nu gedaan wordt moet zeer voorzichtig gebeuren!

  • je haalt het niet vastgelopen tuig boven water en laat dit buitenboord hangen;
  • daarna zet je de kuil goed vast zodat deze niet in de schroef komt;
  • zet de giek iets lager, zodat deze bij slagzij niet kan overslaan;
  • je moet veel vislijn steken en het slipvisblok gebruiken. Als je geen vislijn steekt, dan zal de vislijn snel breken doordat de opwaartse kracht van het schip veel groter is dan de breeksterkte van de vislijn;
  • zodra je voortij vissend bent vastgelopen, dan kun je proberen om op tegengestelde koers te komen. Dit lukt zelden;
  • als je voortij vissend bent vastgelopen, dan kun je ook wachten tot het tij omkeert. Soms komt het dan los.

3Doelsoorten en bijvangsten

In dit hoofdstuk gaan we uitgebreider in op de doelsoorten van de boomkor. Naast de doelsoorten vang je met de boomkor ook soorten waar je niet gericht op vist. Dit deel van de vangst noem je bijvangst. Een deel hiervan is gewenst en nemen vissers graag mee.

Daarnaast vang je ook ondermaatse vis (te kleine vis) en ongewenste soorten zoals zeesterren en krabben (benthos). Ondermaatse vis en benthos noem je ook wel ”ongewenste bijvangst” of ”discards” (Engelse term voor ongewenste bijvangst). Dit deel van de vangst laat je liever in zee.

De vangst van een visser bestaat dus uit drie delen. Je hebt de doelsoort (bij boomkor platvis) waar je gericht op vist. Er komen ook soorten in het net terecht waar je niet gericht op vist. Dit deel noem je bijvangst. Sommige soorten die bijgevangen worden neemt de visser graag mee als de regelgeving dat toelaat, zoals de kabeljauw in dit voorbeeld. Daarnaast vang je ook vissen die ondermaats (te kleine vis) of ongewenst zijn (benthos, zoals zeesterren). Dit noem je ongewenste bijvangst of discards. ProSea

Doelsoort

De doelsoorten van de boomkor zijn:

  • Tong
  • Schol

Bijvangst

Soorten waar je niet gericht op vist met de boomkor, maar die wel vaak worden gevangen als bijvangst zijn:

  • Schar
  • Griet
  • Tarbot
  • Bot
  • Tongschar
  • Heilbot
  • Rog
  • Kabeljauw
  • Schelvis
  • Wijting
  • Langoustines / Noorse kreeftjes

De vangst van een boomkor te zien in een opvangbak.ILVO

De boomkorvisserij is een gemengde visserij. Dat wil zeggen dat je een mix van soorten vangt. Als gevolg hiervan vang je met de boomkor dus ook ongewenste bijvangst (ondermaatse vis en benthos).

Voor iedere soort is er een specifieke maaswijdte waarmee je ze het beste kunt vangen. Denk hierbij aan het verschil in lichaamsvorm tussen tong en schol. Met een maaswijdte van 80 mm kun je goed tong vangen, maar tegelijkertijd vang je ook veel ondermaatse schol. Als je gaat vissen met een maaswijdte van 100 mm, dan vang je minder ondermaatse schol maar ook minder tong.

Zoals duidelijk te zien is op deze foto’s is schol (links) een veel grotere, bredere vis dan tong (rechts) die een smaller uiterlijk heeft. Als gevolg van deze verschillen worden er veel schollen bijgevangen in de tongvisserij met de boomkor.

Zoals duidelijk te zien is op bovenstaande afbeelding is schol (links) een veel grotere, bredere vis dan tong (rechts) die een smaller uiterlijk heeft. Als gevolg van deze verschillen worden er veel schollen bijgevangen in de tongvisserij met de boomkor. VisNed

De maaswijdte heeft dus een grote invloed op de samenstelling van de vangst. Met een fijne maaswijdte kun je meer tong vangen, maar daarmee vang je ook meer ongewenste bijvangst.

Overleving

Sommige soorten in de ongewenste bijvangst hebben een goede overlevingskans, terwijl er ook veel soorten zijn die het teruggooien niet overleven. De grote hoeveelheid ongewenste bijvangst met de boomkor is zowel vanuit een economisch als ecologisch oogpunt niet wenselijk. Economisch is het bijvoorbeeld niet wenselijk omdat:

  1. Bijvangst het sorteringsproces vertraagt.
  2. Bijvangst kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van de vangst.
  3. Een deel van de ondermaatse vis in de bijvangst sterft na het teruggooien en is daarmee verloren voor de toekomst.

Ook vanuit ecologisch oogpunt is er een hoop kritiek op de bijvangst van de boomkor omdat:

  1. De wekkerkettingen van de boomkor schade toebrengen aan de ongewenste bijvangst en daarmee de overlevingskans verkleinen.
  2. Er veel soorten worden bijgevangen die geen directe waarde hebben voor de visser (zeesterren, zee-egels, hydropoliepen), maar die wel belangrijk zijn voor het ecosysteem.
  3. Niet alleen de ongewenste bijvangst beschadigd wordt door de wekkerkettingen, maar ook alles wat op- of rond de zeebodem leeft en in het trawlspoor achterblijft.

Hierboven zie je bijvangst van een boomkor, zoals een zeester, een zee egel (koetenei) en een hydropoliep (neteldier). Deze worden weleens bijgevangen met de boomkor, maar hebben geen directe waarde voor de visser.

Hierboven zie je soorten die ook worden bijgevangen met een boomkor, zoals een zeester, een zee-egel (koetenei) en een hydropoliep (neteldier). Deze worden weleens bijgevangen met de boomkor, maar hebben geen directe waarde voor de visser. Wikipedia & Flickr

De hoeveelheid ongewenste bijvangst van de boomkor zorgt voor veel kritiek vanuit de maatschappij. Mede door die maatschappelijke druk is er veel onderzoek naar andere visserijmethoden en netaanpassingen die selectiever vissen. Verschillende netaanpassingen die zijn getest kun je vinden in het kennisdossier ‘Netinnovaties‘.

4Gedrag van de vis ten opzichte van het tuig

De meeste vissoorten hebben als gedragskenmerk dat ze al het mogelijke doen om een naderend voorwerp op afstand te houden. Als een naderend voorwerp, zoals een vistuig, te dichtbij komt, dan zwemmen ze weg om het te ontwijken. Vistuigen jagen vissen dus op.

Veel platvissen verbergen zich graag in de zeebodem.ProSea

De boomkor maakt gebruik van dit vluchtgedrag. Met behulp van wekkerkettingen en kietelaars kun je de platvissen uit de zeebodem jagen. Als de platvissen dan op de vlucht slaan, dan kun je ze vangen zodra ze door de vangopening van het net zwemmen. De vissnelheid bij de boomkor is ongeveer 6-7 mijl, waardoor de vis niet meer de kans krijgt om voor het tuig uit te ontsnappen.

5Verwerking

Het verwerken van de vangst gebeurt met een vangstverwerkingsinstallatie. Eenmaal aan boord komt de vis in opvangbakken terecht. Dit zijn twee bakken die met elkaar in verbinding staan en die gevuld zijn met water.

Daarna voert de opvoerband de vangst tot onder de bak. Hier staat de bemanning klaar om de marktwaardige vis te scheiden van de ongewenste bijvangst. De vangst kun je dan strippen, spoelen en koelen. Het koelen gebeurt door viskisten te vullen met vis en ijs. Daarna stapel je de gevulde viskisten in het visruim.

De vangst wordt gesorteerd en gestript aan boord.ProSea

6Duurzaamheid

Brandstofverbruik

Het brandstofverbruik van de boomkor ligt hoog. Dit is één van de kritiekpunten die maatschappelijke organisaties (ngo’s) hebben op de boomkor. Hierdoor stoot je veel CO2 uit. Voor vissers is het ook belangrijk om het brandstofverbruik te verlagen, want het is een hoge kostenpost voor veel visserijbedrijven.

Bodemberoering

Daarnaast kaarten ngo’s vaak ook het punt bodemberoering aan. Met name de boomkorvisserij met kettingen of zware matten wordt bekritiseerd om zijn bodemberoering. Zo hebben de sleepnetten invloed op de structuur van de zeebodem en de samenstelling van het bodemleven. Bodemsoorten die kort leven en veel nakomelingen produceren hebben hier weinig last van, maar soorten die langzaam groeien en zich traag voortplanten zijn hier wel kwetsbaar voor.

Ten opzichte van vroeger bevat de Noordzee nu meer wormen, zeesterren en krabben op sommige plekken als gevolg van de bodemberoerende visserij. Sommige soorten zijn verdwenen of in aantal afgenomen in bepaalde gebieden ten opzichte van bijvoorbeeld 100 jaar geleden.

Een voorbeeld van een kwetsbare soort is de noordkromp. De noordkromp is een langzame groeier met een lage voortplantingssnelheid. Noordkrompen kunnen last hebben van de boomkorvisserij doordat de kor de bodem omwoelt en de schelpen beschadigd.Hans Hillewaert

Veel vissers zien bodemberoering juist als iets positiefs en noemen het belangrijk voor een gezonde platvisstand. Er zijn ook wetenschappelijke onderzoeken die dit ondersteunen. Zo is er een onderzoek dat aantoont dat schol inderdaad meer voedsel kan vinden op zeebodems die vaker worden bevist. Dit komt volgens het onderzoek doordat bepaalde wormen goed gedijen bij bodemberoering en juist die wormen eet de schol graag.

Ngo’s willen daarentegen niet alleen schol in zee. Ze pleiten voor een zo divers en ongerept mogelijk ecosysteem. Daar horen dus ook langlevende- en traag groeiende bodemdieren. Juist die groepen dieren zijn kwetsbaar voor de boomkor.

Ongewenste bijvangst

Er is ook kritiek op de hoeveelheid ongewenste bijvangst van de boomkorvisserij. Aangezien boomkorvisserij een gemengde visserij is, worden naast doelsoorten ook ongewenste soorten bijgevangen. Een deel van deze ongewenste soorten overleeft nadat ze overboord worden gezet, maar een ander deel sterft.

Ngo’s zien ongewenste vangst die dood overboord gaat als verspilling. Schattingen over de ernst van het probleem verschillen. Veel NGO’s zeggen dat de overlevingskans van ongewenste bijvangst die terug naar zee gaat klein is. Vissers zijn het daar vaak niet mee eens. Zij denken dat de overlevingskans hoog is. Daarnaast is de ongewenste bijvangst die wel dood overboord gaat voedsel voor andere dieren, zoals zeevogels.

Selectiviteit en overleving

Toch moet je als visserijsector iets met de kritiek op de ongewenste bijvangst in de boomkorvisserij. Niet alleen omdat ngo’s kritiek hebben, maar ook omdat hier politiek veel aandacht voor is. Zeker na het invoeren van de aanlandplicht. Hierover kun je meer lezen in het kennisdossier ‘Aanlandplicht‘.

Daarom lopen er meerdere onderzoeken de selectiviteit van de visserij te verbeteren en om de overlevingskans van gevangen vis te verhogen. Zo hebben enkele vissers tests gedaan met een ander soort overlevingsbakken aan boord, zoals te zien is in de afbeelding hieronder.

De ‘discard-stortbak’ is een innovatie die wordt getest aan boord van de GY-57 om de overlevingskans van gevangen discards te verbeteren.

De ‘discard-stortbak’ is een innovatie die wordt getest aan boord van de GY-57 om de overlevingskans van ongewenste bijvangst te verbeteren. Visserijnieuws

De Nederlandse visserijsector onderzoekt ook allerlei nieuwe ideeën om de hoeveelheid ongewenste bijvangst te verminderen. Hierbij kun je denken aan netinnovaties, het beter delen van informatie om bepaalde gebieden tijdelijk te vermijden en totaal nieuwe vistechnieken.

Om oplossingen te bedenken is het ook goed om samen te werken met andere partijen. Zo is onder andere een Vishack georganiseerd waarbij vissers, techneuten, onderzoekers en ngo’s gezamenlijk na hebben gedacht over mogelijke oplossingen en innovaties. Deze Vishack duurde twee dagen en er werden veel nieuwe ideeën aangedragen.

Het team Computer VISion experimenteerde met automatische herkenning van vis (soorten en maten) aan boord op de sorteerband. Als de vangst hiermee goed geregistreerd kan worden, zou het wellicht de aanlandplicht kunnen vervangen.Stichting de Noordzee

Er werd overlegd, gecodeerd en met Post-its geplakt. Data werden onderzocht en weer terzijde gegooid, en regelmatig was een team ‘kwijt’ omdat ze aan boord van een kotter of op de nettenzolder zaten. Stichting de Noordzee

Er werden verschillende innovatieve netten bedacht die gebruik maken van het verschil in gedrag tussen schol en tong in het net. Het team maakte een prototype en testte dat zelfs uit in de sleeptank.Stichting de Noordzee