WinSizeData
Vissen met korren

Inleiding

In deze lesmodule zullen diverse korvisserijmethoden worden behandeld. Iedere kormethode is gericht op het vangen van demersale soorten. Dat zijn soorten die je vooral dichtbij-, op- of in de bodem aantreft. Vanaf de jaren ‘60 werd voornamelijk de boomkor gebruikt door Nederlandse vissers, aangezien dit een zeer effectieve vismethode is om platvis te vangen. De motorvermogens van de kotters namen sinds die tijd ook toe en kotters konden hierdoor met steeds zwaardere tuigen vissen. In 1988 is er een pk-grens ingesteld van 2000 pk om deze trend te stoppen. In der tijd was een vermogen boven de 2000 pk al heel normaal voor een kotter met boomkor.

Als gevolg van die hoge motorvermogens nam het brandstofverbruik ook sterk toe. Begin van deze eeuw was het gebruikelijk dat boomkorkotters per week ruim 35.000 liter brandstof verbruikten. Toen de olieprijzen in 2006 stegen, stegen de brandstofkosten van de boomkor zo sterk dat vissers opzoek gingen naar manieren om brandstofkosten te besparen. Door ‘slimmer te ondernemen’ en waar mogelijk het energiegebruik te beperken konden boomkorvissers tientallen procenten op hun brandstofverbruik besparen. Daarnaast gingen vissers ook op zoek naar aanpassingen en alternatieven voor de boomkor. Sindsdien zijn kotters binnen de Nederlandse vloot overgestapt op andere vistechnieken dan de boomkor.

De volgende kor methoden zullen worden behandeld:

  • boomkor;
  • SumWing;
  • pulsvisserij platvis;
  • garnalenkor;
  • garnalenpulskor.

Verder zal ook nog kort worden ingegaan op innovatieve visserijmethoden die (nog) niet zijn doorgebroken binnen de Nederlandse visserij.

Kotters aan de kade.

Kotters aan de kade.Visserijnieuws

1Boomkor

In de jaren zestig werd er grotendeels overgeschakeld van de bordentrawl naar de boomkor voor het vangen van platvis. Door de wekkerkettingen bleek de boomkorvisserij een effectieve methode voor het vangen van platvis. Tot 2010 werd de boomkor het meest gebruikt binnen de Nederlandse kottervloot.

Schematische weergave van de boomkormethode.Seafish

1.1Beschrijving

De boomkor bestaat uit drie stalen pijpen die samen de boom (Eng.: ‘beam’) vormen. Aan de uiteinden wordt de boom door sloffen ondersteund. Een kor heeft een vangopening die door de vaste constructie niet van vorm verandert. De vangopening wordt dus niet beïnvloed door de snelheid waarmee het vistuig gesleept wordt. De verticale hoogte is ongeveer 0,6 tot 0,8 meter. De middenpijp wordt tijdens het vissen het meest op buiging belast en is daarom dikker uitgevoerd dan de zijpijpen. Die worden aan beide kanten in de middenpijp geschoven.

Het net is met vier sluitingen aan de achterkant van de sloffen vastgemaakt. Daarbij is de bovenpees vastgemaakt aan de bovenkant van de sloffen en de onderpees aan de onderkant. De wekkerkettingen (ook wel wekkers genoemd) worden aan de onderkant van de sloffen bevestigd. Deze wekkerkettingen worden gebruikt om de platvis uit het zand op te laten schrikken.

De verschillende onderdelen van een boomkor.VLIZ Fotogalerij

Aan de voorkant van de sloffen bevindt zich een stalen strip met gaten waaraan de boomkor voortgesleept wordt. Tevens worden aan die strip de spruiten met sluitingen bevestigd. De stand van de sloffen over de zeebodem kan veranderd worden door te variëren met het bevestigingspunt van de spruiten aan de sloffen. Zo kan voorkomen worden dat er bijvoorbeeld op de hak van de slof wordt gevist.

Bovenaanzicht van de achterkant van de slof. De bevestigingspunten voor de wekkerkettingen, spruit, net en onderpees zijn hierop te zien. De witte cirkel toont een ketting die gebruikt wordt om het tuig via de slof naar het schip te trekken.

Bovenaanzicht van de achterkant van de slof. De bevestigingspunten voor de wekkerkettingen, spruit, net en onderpees zijn hierop te zien. De witte cirkel toont een ketting die gebruikt wordt om het tuig via de slof naar het schip te trekken.

De spruit bestaat uit drie of vijf delen en is gemaakt van ketting of staaldraad. Twee delen lopen naar de sloffen en het derde deel is aan het midden van de middenpijp bevestigd. Doordat het derde deel zo lang is, is het onwaarschijnlijk dat deze tijdens het vissen onder normale omstandigheden belast wordt. Het vistuig wordt dus aan de sloffen gesleept. Bij een hoge weerstand van het vistuig, bijvoorbeeld wanneer deze vastloopt, zal de boom doorbuigen. Als dat gebeurd, dan zal ook het middelste part van de spruit belast worden. Zo wordt verder doorbuigen verhinderd.

De vangopening van een kor is een vaste constructie die niet wordt beïnvloed door de vissnelheid. De boomkor blijft ook bij lage snelheid vissen en zal niet onklaar raken. Het vangvermogen van een boomkor wordt bepaald door het beviste zeebodemoppervlak in een bepaald tijdsbestek. Dit is afhankelijk van:

  • de breedte van het vistuig;
  • de snelheid waarmee het vistuig gesleept wordt;
  • het aantal wekkerkettingen;
  • het gewicht van de wekkerkettingen.

De breedte van het vistuig en het totale gewicht van de wekkers wordt vooral bepaald door het voortstuwingsvermogen en door de regelgeving. Daarnaast wordt de breedte en het aantal wekkers bepaald door de bodemgesteldheid. Zo is het aantal wekkers kleiner bij de visserij in de onderzeese duinen (de punten) dan op vlakke grond. De punten komen in grote delen van de zuidelijke Noordzee voor.

Boomkornet van 9 meter breed met steennet (uit ijzeren kettingen bestaande netwerk; vermijdt dat stenen in het net terecht komen en het net beschadigen).VLIZ Fotogalerij

Daarnaast worden bij de visserij op tong meer wekkers en lichtere kettingen gebruikt dan bij de visserij op schol. Tong is namelijk een vissoort die zich moeilijk uit de zeebodem laat opjagen. Bij het vissen op schol worden wel weer zwaardere netten met wijdere mazen gebruikt dan bij het vissen op tong. Op harde grond kan met zwaardere tuigen worden gevist dan op zachte grond.

Grondpees met rubberschijven en tongflap.

Grondpees met rubberschijven en tongflap.

Het is noodzakelijk dat de grondpees goed in contact blijft met de zeebodem om te voorkomen dat platvis onder het net door ontsnapt. Om dit te bereiken wordt een zware ketting als grondpees gebruikt. In het midden van deze kettinggrondpees is een breekschalm aangebracht die bij vastlopen grote schade of zelfs verlies van het vistuig voorkomt. In een gebied met een zachte bodem wordt de kettinggrondpees met touwwerk of rubberschijven in het midden verstevigd om zo de kans op het in de grond laten lopen van het vistuig te verminderen.

Een kale onderpees.Seafish

Onderpees met rubberen schijven.Seafish

Onderpees met rockhoppers.Seafish

De doorsnede van de rubberschijven wordt vanuit het midden naar buiten toe steeds iets kleiner. Tussen de kettinggrondpees en de achterste wekker lopen een aantal lichtere kettingen (ook wel ‘kietelaars’ genoemd) over de zeebodem. Deze korte kettingen zijn aan de kettinggrondpees vastgemaakt en moeten voorkomen dat platvissen zich vlak voor de naderende kettinggrondpees opnieuw in de bodem ingraven. Vooral tong probeert op die manier aan het net te ontsnappen. Om dit te voorkomen gebruikt men de tongflap. Dat is een netwerk dat vanaf de laatste kietelaar tot achter de grondpees loopt. Door het gebruik van een tongflap is een visser in staat om op verschillende visgronden hetzelfde visrendement te realiseren.

Ronde onderpees met 5 m lange tongflap (links), en rechte onderpees met korte 2.5 m tongflap (rechts).Coöperatie Westvoorn/Arie Lokker

Bij het vissen in een gebied met stenen wordt tussen de boom en de kettinggrondpees een kettingmat aangebracht. Die kettingmat voorkomt dat grote stenen in het net komen. Aan boomkorkotters worden namelijk zware stabiliteitseisen gesteld. Dit is nodig om kapseizen te voorkomen. Moderne boomkorkotters zijn uitgerust met een vislier die uit tien trommels bestaat:

  • twee grote vislijntrommels voor het vieren en inhalen van de vistuigen;
  • twee hangerdraadtrommels voor het strijken en toppen van de gieken;
  • twee giekbloktrommels om bij gevaarlijke situaties het giekblok te vieren;
  • vier jumpertrommels om de kuilen binnenboord te hijsen.

Een vislier.

Een vislier.

In het verleden werden de kotters gebouwd met twee jumper trommels en twee verhaalkoppen. Om het halen en zetten van de netten veiliger te maken worden de nieuwe kotters uitgerust zonder verhaalkoppen. De vislier moet vanaf de brug te bedienen zijn en een omkeerbare aandrijving hebben. Ook moet het blok in de top van de giek, waaraan de boomkor gesleept wordt, gevierd kunnen worden. Op die manier verklein je het risico om te kapseizen, want door de kracht vanuit de top van de giek naar de zijkant van het schip te verplaatsen verklein je de arm. De meeste kotters hebben een Marelec systeem dat de vislijnen bij overbelasting automatisch laat vieren, zodat de overbelasting wegvalt.

De uitgevierde lengte van de vislijnen is drie tot vier keer de waterdiepte. Als de zeebodem zacht of modderig is, dan wordt minder vislijn uitgevierd. De vislijn staat dan steiler, waardoor de boomkorren lichter over de bodem gaan en minder kans hebben om in de bodem getrokken te worden. Op een harde zandbodem wordt meer vislijn uitgevierd. Als er in hoge ‘punten’ gevist wordt, dan moet de lengte van de vislijn steeds aan de variërende diepte aangepast worden.

De wachtsman schakelt de vislier in als er tegen een ‘punt’ wordt opgevist. De vislijn wordt dan ingekort. Hiervoor moet de vislier in staat zijn om de vislijnen bij vol vermogen tegen de stuwkracht van de kotter in te korten. Deze methode kan door veel kotters ook bij slechte weersomstandigheden beoefend worden door de toename in de afmetingen van boomkorkotters en het gestegen motorvermogen.

Door scheepsbewegingen kunnen de vislijnen zwaar belast worden. Tijdens een slingerbeweging van de kotter is een vislijn het ene moment vrijwel zonder spanning, terwijl er een hoge piekbelasting optreed wanneer de kotter naar de andere kant overhelt. Op deze piekbelasting is ook het stampen van invloed. Door de dan optredende onregelmatige snelheid van het vistuig over de zeebodem zal het vangvermogen afnemen.

Ruw weer op zee heeft invloed op het vangstsucces.NOAA

Ook tijdens het vastlopen en gedurende pogingen om los te komen kan een hoge belasting op de vislijnen optreden. Om die reden worden er zware vislijnen gebruikt. Slijtage en schade aan de vislijnen kan zoveel mogelijk beperkt worden door schijven te gebruiken met een grote diameter. Ook het gebruik van vislijntrommels met een grote kerndiameter kan slijtage en schade beperken.

Dit is echter vaak niet te realiseren. Daarom gebruiken grote kotters een dunnere vislijn. Deze loopt over een dubbelschijfsblok in de top van de giek via een aan de spruit bevestigd éénschijfsblok weer terug naar het blok in de top van de giek. Door het gebruik van deze dubbel ingeschoren vislijn wordt de belasting in de vislijn met de helft verminderd en kan een behoorlijk dunnere vislijn gebruikt worden. Tegelijk wordt de trekkracht die de lier moet leveren ook gehalveerd, zodat de aandrijving een kleiner draaimoment kan leveren.

De tandwielkast en lieras hoeven minder zwaar uitgevoerd te worden. Ook fricties en remmen worden hierdoor een stuk minder belast. Wel moet de lier tweemaal zo snel draaien om dezelfde haalsnelheid van het vistuig te kunnen bereiken. De dubbel ingeschoren vislijn moet ook langer zijn en dat is dan weer van invloed op de afmetingen van de trommels.

De kracht van de vislijn zit in de nok van de giek. Het hellinggevend moment is gelijk aan de afstand van de nok van de giek tot aan het vlak van kiel en stevens. Dit is een groot moment. Als je de vislijn zou blijven inhalen, dan kan het moment zo groot worden dat het schip omslaat. Dat kan ook gebeuren als je bij het vastlopen niet snel genoeg het vermogen van de motor terugneemt.

Als een schip vast zit aan een obstakel, dan mag je niet proberen dit over de nok van de giek los te trekken. In zo’n situatie dien je de slipdraad-installatie te gebruiken. Bij de slipdraad-installatie hangt het slipvisblok aan de slipdraad in de nok van de giek, zoals te zien is in onderstaande afbeelding.

Het slip visblok in gewoon vissende situatie: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slip visblok, 3. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slipvisblok in gewoon vissende situatie: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slipvisblok, 3. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slipvisblok bestaat uit twee delen in één blok. Door het bovenste deel loopt het slipdraad en door het onderste deel de visdraad. Het vaste part van de slipdraad is aan de nok van de giek bevestigd. Deze slipdraad wordt geschoren over een aantal schijven in de nok van de giek en een aantal schijven op het slipvisblok. Daarvandaan gaat de slipdraad langs de giek naar beneden. Via twee geleide blokken loopt het slipdraad naar een trommel op de winch en deze trommel wordt ook wel de “slipdraad trommel” genoemd.

Er is dus een extra trommel op de winch nodig voor een slipvisblok-installatie. In de gewone vissende situatie hangt het slip visblok in de nok van de giek, zoals is te zien in bovenstaande afbeelding. De arm van het koppel dat de helling veroorzaakt, is de afstand van de nok van de giek tot het vlak van kiel en stevens.

Wanneer het vistuig vastloopt aan een obstakel onderwater, dan laat men het slipvisblok vieren zoals te zien is in onderstaande afbeelding. Het slipvisblok komt dan onder het klapblok op de bak van het schip te hangen. Er staat geen kracht meer op het loshangende slipdraad en ook geen kracht meer op de giek. Het helpt niet om het slipdraad slechts een beetje te vieren, want de kracht blijft dan in de top van de giek.

Het slip visblok in een situatie waarin het vistuig is vastgelopen: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slip visblok, 3. Visdraad, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Het slip visblok in een situatie waarin het vistuig is vastgelopen: 1. Loshangend slipdraad, 2. Slip visblok, 3. Visdraad, 4. Voortuig, 5. Achtertuig.

Op kleinere schepen, zoals de eurokotters, hebben ze meestal geen ruimte voor een grote winch met een extra trommel en dan maken ze nog weleens gebruik van het Van Damme-patent. Dit is te zien in onderstaande afbeelding. Bij dit systeem is in de nok van de giek een installatie gemaakt die het visblok ook uit de giek kan vieren.

Het Van Damme patent aan boord van een kotter (links): 1. Giekdraad, 2. Giek, 3. Voortuig, 4. Vaste part, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 6. Visblok, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 8. Giekdraadblok. Tekening van het Van Damme patent (rechts): 2. Giek, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 9. Bevestiging visdraad aan de beugel, 10. Stootnok voor de beugel, 11. Bevestigingsplaat van een giekblok, 12. Bevestigingsplaats van het achtertuig.

Het Van Damme-patent aan boord van een kotter (links): 1. Giekdraad, 2. Giek, 3. Voortuig, 4. Vaste part, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 6. Visblok, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 8. Giekdraadblok. Tekening van het Van Damme-patent (rechts): 2. Giek, 5. Bevestiging vaste part aan scharnierplaat, 7. Beugel waar het visblok aanhangt, 9. Bevestiging visdraad aan de beugel, 10. Stootnok voor de beugel, 11. Bevestigingsplaat van een giekblok, 12. Bevestigingsplaats van het achtertuig.

Als het schip met zijn vistuig vast zit aan een obstakel onder water, dan laat men de giekdraad vieren. Als het vaste part strak komt te staan, dan zal de beugel in zijn scharnier naar beneden draaien. Als gevolg daarvan zal het visblok eerst over het scharnier schuiven en daarna over de giekdraad. Uiteindelijk komt het visblok achter de bak aan het blok in de galg te hangen. In deze situatie is de arm van het koppel ook verkort tot de afstand van het blok in de galg.

Overzicht van een vastgelopen kotter met een Van Damme patent: 1. Slip visblok Van Damme patent, 2. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig, 6. Loshangende giekdraad.

Overzicht van een vastgelopen kotter met een Van Damme patent: 1. Slip visblok Van Damme patent, 2. Vislijn, 4. Voortuig, 5. Achtertuig, 6. Loshangende giekdraad.

1.2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop de boomkor normaal gesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten net

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • op de gewenste positie aangekomen, wordt de snelheid teruggebracht tot zeer langzaam vooruit;
  • de kotter wordt met de kop in de wind gebracht onder goede weersomstandigheden en bij slecht weer juist voor de wind;
  • de sjorringen waarmee de boomkorren zeevast gezet zijn worden losgemaakt;
  • de giek wordt verticaal gezet en het tuig wordt boven de verschansing gehesen;
  • de giek wordt uitgevierd en door deze beweging zal het tuig de wekkers overboord trekken. De langste wekkers zullen misschien over de verschansing moeten worden getild;
  • de jumper zal ook worden gehesen en omdat deze in een strop achter het midden zit zal de pees van dek komen;
  • het kuiltouw zal op de voorbolder worden vastgezet om het draaien van het tuig tegen te gaan;
  • de kietelaars zullen over de verschansing worden getild op een dusdanige wijze dat ze niet in de war raken;
  • omdat het gewicht van het tuig aan het net trekt, zal bij het vieren van de jumper de onderpees overboord zakken;
  • de andere jumper zit in de staartstrop. Om de jumperhaak open te trekken zal deze jumper worden gehesen en aan het vaste part op de giek worden bevestigd;
  • de schipper zal nu vaart vermeerderen en de tuigen en gieken iets laten vieren;
  • de kuilen worden één voor één losgegooid door de jumper op vrije val te zetten;
  • tegelijkertijd kan de schipper de vaart vermeerderen en kan het kuiltouw van de voorbolder worden losgemaakt;
  • als beide kuilen zijn losgegooid en de kotter op koers ligt, dan zullen de tuigen verder worden afgevierd.

De kuil wordt vastgezet en de schipper zet kracht op de schroef.

De kuil gaat overboord, het kuiltouw volgt.

De kuil wordt losgegooid en de schipper draait stuurboord uit.

De schipper draait stuurboord uit tot het tuig vrij is.

Het tuig is vrij van de kotter.

Schipper draait bakboord uit.

De kuil overboord en het kuiltouw volgt.

De schipper blijft bakboord uitdraaien tot tuig vrij is.

De schipper draait rechtuit en laat de tuigen vieren.

Binnenhalen net

Bij het binnenhalen van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • het toerental van de motor zal zo worden verminderd dat er voldoende druk op het roer gehouden wordt om de kotter tussen de vislijnen te houden (ca. 1/3 maximum motortoerental);
  • de vislijnen worden ingehaald tot de spruit het visblok in de top van de giek nadert;
  • als de vislier gestopt is, wordt gedurende korte tijd vaart vermeerderd om de vissen die zich nog in het voornet bevinden in de kuil te brengen;
  • de giek moet in een stand worden gebracht die het mogelijk maakt dat een bemanningslid het kuiltouw van de binnenste slof kan pakken;
  • de hoofdmotor moet op een nullast–toerental worden gebracht en de schroef moet worden stilgezet;
  • daarna kun je het kuiltouw in de hulpjumper pikken en opzetten;
  • vervolgens het kuiltouw doordraaien totdat de verdeelstrop naar voren komt en daar de andere jumper inpikken. Daarna kan men de staart boven de bak draaien;
  • de pooklijn kan worden losgemaakt, waardoor de vangst in de vangstverwerkingsinstallatie valt;
  • het netwerk van de kuil kan worden nagekeken op schade. Vervolgens kan de pooklijn worden aangetrokken en de kuil worden dichtgemaakt;
  • daarna kan de kuil gehesen worden en kan het vaste part vanuit de giek aan de jumper worden bevestigd. Alles is dan weer gereed om te worden uitgezet.

De schipper haalt de tuigen boven.

Kuiltouw wordt binnengetrokken.

Kuiltouw op de kop van de lier.

De jumper wordt ingepikt.

De jumper wordt opgezet door dekbediening.

De kuil wordt binnengehaald.

De pooklijn wordt gepakt.

De kuil wordt opengetrokken.

De vangst wordt in de stortbak gestort.

De kuil wordt achteruit getrokken.

De kuil wordt klaargelegd.

De kuil wordt dichtgemaakt.

De kuil wordt vastgezet.

De jumper wordt vastgezet.

De schipper zet kracht op de schroef.

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • na de laatste trek worden de kuilen opengelaten en de netten schoongespoeld;
  • het kuiltouw wordt zo vastgezet dat de kuil niet ongewild overboord getrokken kan worden;
  • de giek wordt in een verticale positie gebracht, zodat de boomkor zoveel mogelijk boven de verschansing komt. Ondertussen trekt de bemanning met behulp van een stroptouw zoveel mogelijk netwerk binnenboord;
  • de boomkor wordt met behulp van de thuishaler via de lier tot de binnenkant van de verschansing getrokken en zeevast gesjord;
  • de bemanning brengt zowel de buitenboord hangende grondpees met kietelaars, als ook de wekkers met behulp van de jumper binnenboord;
  • na het vissen wordt het hele net nagekeken op schade. De sleeplappen worden gecontroleerd en de kuil wordt gecontroleerd op gaten en kapotte mazen;
  • de grondpees en de korte kietelaars worden gemeten. De lange kietelaars kunnen om de week worden gemeten.

Binnenhalen van het visnet.

Binnenhalen van het visnet.

De netten worden nagekeken en hier worden nieuwe stukken net aan de onderkant van de kor genaaid.VLIZ Fotogalerij

Vastlopen vistuig

Bij het vastlopen van het vistuig volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met boomkor:

  • de motor direct stoppen;
  • als het kan een beetje kracht op de schroef houden, zodat het schip niet gaat draaien;
  • als het schip is uitgerust met het Marelec systeem, dan zal dat gaan werken. Dit zorgt ervoor dat de draad wordt uitgevierd en de motor wordt teruggenomen. Dit systeem reageert veel sneller dan wij kunnen;
  • daarna zal de schipper het overnemen en die zal het proberen te klaren zoals beschreven in de volgende stappen;

Alles wat nu gedaan wordt zal zeer voorzichtig moeten gebeuren!

  • het niet vastgelopen tuig boven water halen en buitenboord laten hangen;
  • de kuil goed vastzetten, zodat die niet in de schroef kan komen;
  • de giek iets lager zetten, zodat deze bij slagzij niet kan overslaan;
  • veel vislijn steken en het slipvisblok gebruiken. Als je geen vislijn steekt, zal de vislijn snel breken, omdat de opwaartse kracht van het schip veel groter is dan de breeksterkte van de vislijn;
  • als je voortij vissend bent vastgelopen, dan kun je proberen om op tegengestelde koers te komen. Dit lukt zelden;
  • als je voortij vissend bent vastgelopen, dan kun je ook wachten tot het tij omkeert. Soms komt het dan los.

1.3Doelsoorten en bijvangsten

In dit hoofdstuk zal wat uitgebreider worden ingegaan op de doelsoorten van de boomkor. Naast de doelsoorten worden er vaak ook soorten gevangen waar niet gericht op gevist wordt met de boomkor, maar die toch regelmatig in de vangst terechtkomen. Deze categorie vissen noemt men bijvangst. Er worden ook ondermaatse en ongewenste soorten (bv. zeebodemdieren) bijgevangen. Dit deel van de vangst noemt men ”ongewenste bijvangst” of ”discards” (Engelse term voor ongewenste bijvangst).

De vangst van een visser is opgebouwd uit drie categorieën. Je hebt de doelsoort (bij boomkor platvis) waar je gericht op vist. Er komen ook soorten in het net terecht waar je niet gericht op vist genaamd de bijvangst. Sommige soorten die bijgevangen worden neemt de visser graag mee als de regelgeving dat toelaat, zoals de kabeljauw in dit voorbeeld. Daarnaast vang je ook vissen die ondermaats (te kleine vis) of ongewenst zijn (benthos zoals zeesterren).ProSea

De doelsoorten van de boomkor zijn:

  • Tong
  • Schol

Soorten waar niet gericht op gevist wordt, maar die wel vaak worden gevangen als bijvangst zijn:

  • Schar
  • Griet
  • Tarbot
  • Bot
  • Tongschar
  • Heilbot
  • Rog
  • Kabeljauw
  • Schelvis
  • Wijting
  • Langoustines / Noorse kreeftjes

De vangst van een boomkor te zien in een opvangbak.ILVO

De boomkorvisserij is een gemengde visserij. Dat betekend dat er niet selectief op een bepaalde doelsoort gevist wordt, maar dat je een mix van soorten vangt. Als gevolg hiervan vangt men met de boomkor dus ook ondermaatse vis en overige ongewenste vangst zoals zeebodemdieren (benthos) bij.

Iedere soort heeft een specifieke maaswijdte waarmee ze het beste gevangen kunnen worden. Denk hierbij aan het verschil in lichaamsvorm tussen tong en schol. Bij een maaswijdte van 80 mm kan er goed tong gevangen worden, maar tegelijkertijd wordt er ook veel ondermaatse schol bijgevangen. Als een visser gaat vissen met een maaswijdte van 100 mm, dan zal er minder ondermaatse schol worden gevangen, maar ook minder tong.

Zoals duidelijk te zien is op deze foto’s is schol (links) een veel grotere, bredere vis dan tong (rechts) die een smaller uiterlijk heeft. Als gevolg van deze verschillen worden er veel schollen bijgevangen in de tongvisserij met de boomkor.

Zoals duidelijk te zien is op bovenstaande afbeelding is schol (links) een veel grotere, bredere vis dan tong (rechts) die een smaller uiterlijk heeft. Als gevolg van deze verschillen worden er veel schollen bijgevangen in de tongvisserij met de boomkor. VisNed

De keuze voor maaswijdte heeft dus een grote invloed op de samenstelling van de vangst. Met een fijne maaswijdte kun je meer tong vangen, maar vang je ook meer ongewenste bijvangst. Sommige soorten in de ongewenste bijvangst hebben een redelijke overlevingskans, terwijl er ook veel soorten zijn die kwetsbaar zijn en het teruggooien niet overleven. De grote hoeveelheid ongewenste bijvangst met de boomkor is zowel vanuit een economisch als ecologisch oogpunt niet gewenst. Economisch is het bijvoorbeeld ongewenst omdat:

  1. Bijvangst vertraagd het sorteringsproces aan boord van het schip.
  2. Bijvangst kan een negatief effect hebben op de kwaliteit van de vangst.
  3. Een deel van de ondermaatse vis in de bijvangst zal sterven na het teruggooien en is daarmee dus verloren voor de toekomst.

Ook vanuit ecologisch oogpunt is er een hoop kritiek op de bijvangst van de boomkor omdat:

  1. De wekkerkettingen van de boomkor schade toebrengen aan de ongewenste bijvangst en daarmee de overlevingskans verkleinen.
  2. Er veel soorten worden bijgevangen die geen directe waarde hebben voor de visser (zeesterren, zee-egels, hydropoliepen), maar die wel belangrijk zijn voor het ecosysteem.
  3. Niet alleen de ongewenste bijvangst beschadigd wordt door de wekkerkettingen, maar ook alles wat op of rond de bodem van de zee leeft en in het trawlspoor achterblijft.

Hierboven zie je bijvangst van een boomkor, zoals een zeester, een zee egel (koetenei) en een hydropoliep (neteldier). Deze worden weleens bijgevangen met de boomkor, maar hebben geen directe waarde voor de visser.

Hierboven zie je soorten die ook worden bijgevangen met een boomkor, zoals een zeester, een zee-egel (koetenei) en een hydropoliep (neteldier). Deze worden weleens bijgevangen met de boomkor, maar hebben geen directe waarde voor de visser. Wikipedia & Flickr

De grote hoeveelheden ongewenste bijvangst met de boomkor hebben geleid tot veel kritiek uit de maatschappij. Mede door die druk is er veel onderzoek gedaan naar andere visserijmethoden die selectiever kunnen vissen.

1.4Gedrag van de vis ten opzichte van het tuig

De meeste vissoorten hebben als gedragskenmerk dat ze al het mogelijke zullen doen om een voorwerp dat nadert op enige afstand te houden. Hun natuurlijke reactie is dat ze het naderend voorwerp tot een bepaalde afstand naderbij laten komen en dit voorwerp vervolgens door weg te zwemmen proberen te ontwijken. Het naderend voorwerp jaagt de vissen op.

Veel platvissen verbergen zich graag in de zeebodem.ProSea

Bij de boomkor wordt van dit vluchtgedrag gebruik gemaakt door platvissen met behulp van wekkers en kietelaars uit de zeebodem op te wekken. Als de platvissen dan op de vlucht slaan, dan kunnen ze gevangen worden zodra ze door de vangopening van het net zwemmen. De vissnelheid bij de boomkor is ongeveer 6-7 mijl, waardoor de vis niet meer de kans krijgt om voor het tuig uit te ontsnappen.

1.5Verwerking

De vangst wordt verwerkt met behulp van een vangstverwerkingsinstallatie. Eenmaal aan boord komt de vis in opvangbakken terecht. Dit zijn twee met elkaar in verbinding staande en met water gevulde reservoirs. Daarna wordt de vangst via een opvoerband tot onder de bak gevoerd. Hier staat de bemanning klaar om de marktwaardige vis te scheiden van de ongewenste bijvangst. De vangst wordt gestript, gespoeld en gekoeld. Het koelen gebeurd door viskisten te vullen met vis en ijs, waarna ze worden gestapeld in het visruim.

De vangst wordt gesorteerd en gestript aan boord.ProSea

1.6Duurzaamheid

Zoals eerder besproken is de boomkor een vistechniek die een grote hoeveelheid brandstof verbruikt. Maatschappelijke organisaties (NGO’s) hebben daarom kritiek op de boomkor, omdat ze zich storen aan het hoge energieverbruik van de boomkor.

Verder vragen ze ook aandacht voor de bodemberoering. Met name de boomkorvisserij met kettingen of zware matten wordt bekritiseerd om zijn bodemberoering. Visserij met bodemsleepnetten verandert de structuur van de bodem en de samenstelling van het bodemleven. Bodemsoorten die kort leven en veel nakomelingen produceren hebben weinig last van dergelijke bevissing, maar soorten die langzaam groeien en zich traag voortplanten zijn kwetsbaar.

De Noordzee bevat op sommige plekken tegenwoordig meer wormen, zeesterren en krabben door de bodemberoerende visserij. Daarentegen zijn er ook soorten verdwenen of in aantal afgenomen in bepaalde gebieden ten opzichte van 100 jaar geleden.

Een voorbeeld van een kwetsbare soort is de noordkromp. De noordkromp is een langzame groeier met een lage voortplantingssnelheid. Noordkrompen kunnen last hebben van de boomkorvisserij doordat de kor de bodem omwoelt en de schelpen beschadigd.Hans Hillewaert

Veel vissers zien bodemberoering juist als iets positiefs en belangrijks voor een gezonde platvisstand. Er is ook wetenschappelijk onderzoek dat de ideeën van de vissers ondersteunt en dat aantoont dat schol inderdaad meer voedsel kan vinden op zeebodems die in zekere mate beroerd worden. Dat zou komen doordat bepaalde wormen goed gedijen bij bodemberoering en juist die wormen eet de schol graag. Maar NGO’s willen niet alleen schol in zee, ze pleiten voor een zo divers en ongerept mogelijk ecosysteem. Daar horen dus ook langlevende en traag groeiende bodemdieren bij en die zijn juist kwetsbaar voor de boomkor.

Er is ook kritiek op de ongewenste bijvangst bij de boomkorvisserij. Aangezien boomkorvisserij een gemengde visserij is, worden naast doelsoorten ook ongewenste soorten bijgevangen. Een deel van deze ongewenste soorten zal overleven nadat ze overboord worden gezet, maar er zal ook een deel sterven.

Het sterven van soorten die weer overboord gaan wordt door NGO’s gezien als verspilling. De schattingen over de ernst van het probleem verschillen. Veel NGO’s zeggen dat de overlevingskansen van de discards klein zijn. Vissers zijn het daar vaak niet mee eens. Zij denken dat de overlevingskansen hoog zijn en dat de discards bovendien bijdragen aan de voedselvoorziening (bemesting als het ware) van andere zeedieren.

Toch moet je als visserijsector iets met die discards in de boomkorvisserij. Niet alleen omdat de maatschappij en/of de NGO’s kritiek hebben op discards, maar ook omdat er politiek veel aandacht aan besteed wordt door het invoeren van de aanlandplicht. Daarom worden er momenteel ook onderzoeken uitgevoerd om de overlevingskans van gevangen vis te verhogen. Dit proberen vissers onder andere te doen door overlevingsbakken aan boord te testen, zoals te zien is in de afbeelding hieronder.

De ‘discard-stortbak’ is een innovatie die wordt getest aan boord van de GY-57 om de overlevingskans van gevangen discards te verbeteren.

De ‘discard-stortbak’ is een innovatie die wordt getest aan boord van de GY-57 om de overlevingskans van gevangen discards te verbeteren. Visserijnieuws

Ook worden er nieuwe innovatieve ideeën uitgewerkt om het vangen van discards te verminderen. Hierbij kun je denken aan netinnovaties, het beter delen van informatie om bepaalde gebieden tijdelijk te vermijden en totaal nieuwe vistechnieken. Zo werd er onder andere een Vishack georganiseerd waarbij vissers, techneuten, onderzoekers en NGO’s gezamenlijk twee dagen nadachten over mogelijke oplossingen en innovaties in de visserij, zoals is hieronder is te zien.

Het team Computer VISion experimenteerde met automatische herkenning van vis (soorten en maten) aan boord op de sorteerband. Als de vangst hiermee goed geregistreerd kan worden, zou het wellicht de aanlandplicht kunnen vervangen.Stichting de Noordzee

Er werd overlegd, gecodeerd en met Post-its geplakt. Data werden onderzocht en weer terzijde gegooid, en regelmatig was een team ‘kwijt’ omdat ze aan boord van een kotter of op de nettenzolder zaten. Stichting de Noordzee

Er werden verschillende innovatieve netten bedacht die gebruik maken van het verschil in gedrag tussen schol en tong in het net. Het team maakte een prototype en testte dat zelfs uit in de sleeptank.Stichting de Noordzee

2Pulsvisserij platvis

Tegenwoordig zijn er verschillende vismethoden die elektriciteit gebruiken. Deze visserijmethoden zijn verschillend qua doelsoort, constructie en impact. In dit hoofdstuk bespreken wij de pulsvisserij op platvis met de pulskor en de pulswing.

Een kotter die vist met de pulswing.ProSea

2.1Overgang van boomkor naar pulsvisserij

De pulsvisserij is ontwikkeld als gevolg van maatschappelijke druk op de boomkor in combinatie met het hoge brandstofverbruik van de boomkortechniek. Vanaf de jaren 70 werd er o.a. in Nederland onderzoek gedaan naar vissen met elektriciteit op garnaal en platvis. De proeven toonden aan dat er efficiënt gevist kon worden met elektriciteit op platvis. Ook nam de hoeveelheid bijvangst af en daalde het brandstofverbruik.

Vanaf de jaren 70 werd al onderzoek gedaan naar elektrisch vissen, zoals blijkt uit dit patent voor elektrische visserij op garnalen.James Lee Newman

Rond 1986 is er een poging gedaan om het eerste elektrische pulstuig op de markt te brengen. Dat ging helaas niet door, want de Europese Unie besloot in 1988 een verbod in te voeren op elektrisch vissen. Een belangrijke reden voor dit verbod in Nederland was de angst voor nog hogere vangsten met het pulstuig, terwijl de visbestanden op dat moment al onder hoge druk stonden.

In 1992 besloot het bedrijf Verburg Holland BV de ontwikkeling van een elektrisch vistuig weer op te pakken. Na jaren van onderzoek resulteerde dit in de pulskor gericht op het vangen van platvis (dus niet te verwarren met de pulskor op garnaal). De pulskor werd voor het eerst getest op een commercieel schip aan boord van de UK-153 in 2004. Aanvankelijk waren er veel technische problemen met de pulskor, waardoor de resultaten tegenvielen. Daarop besloot de Nederlandse visserijsector eind 2006 de steun voor het pulskor project op te zeggen.

De eerste prototypes van de pulskor werden getest aan boord van de Tridens en later op de UK-153.Wageningen Marine Research

Ontwikkeling pulstuig zet door

De UK-153 bleef daarna nog een tijdje doorvissen met de pulskor en behaalde uiteindelijk goede resultaten:

  • technische problemen werden opgelost;
  • het brandstofverbruik nam af met 45% ten opzichte van de boomkor;
  • de kwaliteit van de vis was beter; en
  • er werd minder ongewenste bijvangst gevangen.

Na deze positieve verhalen besloot een groep vissers verder te werken aan de pulskor in de kenniskring puls & SumWing. Deze kenniskring werd ondersteund door wetenschappers van het Landbouw Economisch Instituut (LEI, tegenwoordig Wageningen Economic Research) en IMARES (tegenwoordig Wageningen Marine Research). Na een aantal verdere aanpassingen aan de pulskor en het regelen van een pulsontheffing bij de Europese Unie, besloot de TX-68 in 2009 als eerste met de pulskor van Verburg Holland BV (tegenwoordig Delmeco) te gaan vissen.

De overige vissers in de kenniskring puls & SumWing hadden plannen gemaakt om de puls in te bouwen in een andere succesvolle innovatie, namelijk de SumWing. Een combinatie van de pulskor met de SumWing zou namelijk nog meer brandstof besparen en nog minder bodemberoering hebben. Ze besloten samen met HFK Engineering een pulswing te bouwen en het eerste prototype werd eind 2009 getest aan boord van de TX-36. Na vele technische problemen in het begin met de pulswing, bleek ook deze vismethode uiteindelijk goed te werken. Een vergelijkend onderzoek werd gedaan tussen de TX-68 (pulskor), TX-36 (pulswing) en de GO-4 (boomkor) die gedurende een week samen visten. De resultaten van dat onderzoek staan in onderstaande tabel.

Uit een vergelijkend visonderzoek tussen de TX-68, TX-36 en GO-4 werden na 1 week de volgende resultaten behaald. Ondanks de lagere vangsten aan boord van de TX-68 en TX-36 houden ze meer over onder de streep dan de GO-4 door de enorme brandstofbesparingen.

Uit een vergelijkend visonderzoek tussen de TX-68, TX-36 en GO-4 werden na 1 week de volgende resultaten behaald. Ondanks de lagere vangsten aan boord van de TX-68 en TX-36 houden ze meer over onder de streep dan de GO-4 door de enorme brandstofbesparingen. Wageningen Marine Research

Mede door de resultaten van dit onderzoek begon de Nederlandse visserijsector enthousiaster te worden over de pulsvisserij. Dat kwam ook doordat de boomkorvisserij onder druk stond door de hoge olieprijs, de lage visprijzen en de toenemende maatschappelijke kritiek op de boomkor.

Overstap van boomkor naar puls

Inmiddels had het Ministerie 22 ontheffingen geregeld om met elektriciteit te mogen vissen bij de Europese Unie. Nadat rederij Jaczon een grote order had geplaatst voor 4 pulswings gingen andere vissers ook overstag. Uiteindelijk bleek het aantal aanvragen voor een pulsontheffing groter dan 22, waardoor niet alle kandidaten konden overstappen op de pulsmethode. Als gevolg van deze grote hoeveelheid aanvragen besloot het Ministerie, onder druk van de visserijsector, meer ontheffingen te regelen bij de Europese Unie. Dat lukte, want het aantal pulsontheffingen werd uitgebreid naar 42. De 20 extra ontheffingen werden verleend onder de voorwaarde dat de vissersschepen mee moesten doen aan een onderzoeksprogramma en waren op tijdelijke basis.

Op het moment dat het aantal pulsontheffingen werd uitgebreid naar 42 begon de kritiek op de pulsvisserij ook steeds luider te worden. Doordat de pulsvisserij een compleet nieuwe technologie is, zijn er ook veel vragen. Deze vragen gaan voornamelijk over de ecosysteem- en lange termijneffecten van de pulsvisserij. Veel partijen willen weten of de puls gevaarlijk is voor het onderwaterleven. Zo is de puls misschien niet direct schadelijk, maar misschien kunnen er op de lange termijn wel negatieve effecten optreden door de elektrische pulsen.

Ook zijn er vragen over de effecten van de pulsvisserij op de markt. Doordat Nederlandse vissers het grootste aandeel platvisquotum hebben in de Noordzee kunnen ze de overstap van de boomkor naar de pulsvisserij financieren. Maar andere Europese landen die in de Noordzee vissen hebben niet genoeg platvisquotum in de Noordzee om zo’n overstap te financieren. Daardoor ontstaat er in sommige gevallen een oneerlijke concurrentie en frustratie onder vissers.

Verder bleek ook dat er met de puls gevist kon worden in gebieden die voorheen onbereikbaar waren voor de boomkor, waardoor ook daar nieuwe vormen van concurrentie zijn ontstaan op zee. Ontwikkelingen op het gebied van de garnalenpuls hebben het hele proces ook beïnvloed. Al met al zijn er dus veel processen en belangen die door elkaar zijn gaan spelen omtrent de pulsvisserij. 

Er zijn meerdere bakken zeewater in omloop met daarin pulsmodules om mensen de puls te laten voelen. Op deze foto zie je minister Schouten van LNV die de puls voelt.Visserij-innovatiecentrum Zuidwest-Nederland

Een ander belangrijk punt is dat het overstappen van de boomkor naar de puls grote gevolgen heeft gehad voor de controle en handhaving en voor de wetenschap. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) moesten namelijk bijscholing krijgen over hoe ze de puls kunnen controleren. Dat geldt ook voor de inspecteurs uit andere Europese landen rondom de Noordzee.

Ook voor onderzoekers was het lastig om goed onderzoek te doen naar de ecosysteemeffecten doordat de pulstechniek zich bleef doorontwikkelen. Dit maakt onderzoek heel ingewikkeld, omdat aanpassingen aan het tuig effect kunnen hebben op het elektrische veld. Veranderingen in het elektrische veld zorgen ook weer voor andere effecten.

Laatste ronde pulsontheffingen

Het Ministerie begon nog meer ontheffingen te regelen bij de Europese Unie, omdat 42 pulsontheffingen nog niet voldoende waren voor het aantal vissers dat wilde overstappen van de boomkor naar de puls. Nadat de eerste poging mislukte in het Europees Parlement begin 2014, is er een nieuwe poging gedaan door Sharon Dijksma (destijds Staatssecretaris voor Economische Zaken). Uiteindelijk is het haar gelukt om het aantal pulsontheffingen te verdubbelen naar 84. Daarbij is wel afgesproken dat er extra onderzoek gedaan zal worden, waarin ook andere Europese landen betrokken worden. Dit onderzoek valt onder de aanlandplicht, wat betekend dat deze vergunningen tijdelijk zijn en onderzoek gericht moet zijn op selectiever vissen. Ook is er een afspraak gemaakt dat er niet boven de 55°N gevist mag worden met een pulstuig.

Het onderzoeksproject pulsvisserij heeft de volgende twee doelen:

  1. Het op brede schaal onderzoeken hoe de pulstechniek, al dan niet in combinatie met bepaalde voorzieningen en aanpassingen van het netdesign, kan bijdragen aan een hogere selectiviteit van de Nederlandse platvisvloot en daarmee de gevolgen van de implementatie van de aanlandplicht op een aanvaardbaar niveau kan brengen.
  2. Het vergaren van de ontbrekende/aanvullende data en kennis met het oog op een volledige toelating van de pulsvisserij op de Noordzee.

Nederland is sindsdien ook actief bezig geweest om kennis over de puls te delen met andere Europese landen. Zo zijn er verschillende internationale bijeenkomsten over de puls georganiseerd waarbij veel visserijorganisaties, wetenschappers, politici en NGO’s uit andere Europese landen aanwezig waren. Via die bijeenkomsten werd kennis over de puls gedeeld en konden onderzoeksvragen voor het onderzoeksproject worden gesteld. Hieruit is een meerjarig onderzoeksprogramma opgesteld. Ook is een website opgesteld (www.pulsefishing.eu/nl) waar alle informatie over de puls wordt gedeeld.

Nederland heeft meerdere bijeenkomsten georganiseerd waarbij mensen geïnformeerd zijn over de laatste stand van zaken. Men kon zelfs meevaren om de puls in de praktijk te zien.VisNed

Verbod pulsvisserij

Ondanks verwoede pogingen vanuit Nederland om andere Europese lidstaten te overtuigen van de voordelen van de puls ten opzichte van de boomkor, werd de weerstand op Europees niveau alleen maar groter. Begin 2019 volgde een definitief verbod op de pulsvisserij vanaf 1 juli 2021. Tot die tijd worden het aantal pulskotters langzaam afgebouwd.

Vlak voor de laatste stemming over de puls werd er nog geprotesteerd door Nederlandse vissers in Straatsburg.EMK

2.2Beschrijving

Momenteel zijn er twee verschillende pulstuigen die gebruikt worden in de Nederlandse platvisvloot, namelijk de pulskor en de pulswing.

Pulskor

Qua uiterlijk verschilt de pulskor niet veel van de traditionele boomkor. De bestaande sloffen en de tussenpijp zijn aangepast. In de tussenpijp kan de elektrische apparatuur geplaatst worden voor de elektrodes die de plaats innemen van de wekkerkettingen. Deze zijn vervangen door ongeveer 24 kunststof elektrodedragers met een lengte van ongeveer zes meter. In de laatste drie meter bevinden zich zes bronzen elektroden. Rubberen slijtringen dienen als bescherming van de elektroden.

De ruimte tussen het wekveld en de grondpees is opgevuld met een netwerk. De grondpees wordt door kettingen aan de zeebodem gehouden. Het net is korter dan een traditioneel boomkornet. De vissnelheid is lager, ongeveer 5 mijl per uur. Doordat het net minder slijt, kan met dunner netwerk worden gevist. Dit zorgt voor minder waterweerstand van het tuig en daarmee weer voor een lager brandstofverbruik.

Pulswing

Momenteel is de pulswing de meest gebruikte vangsttechniek binnen de Nederlandse visserij. Bij de pulswing is de boom van de boomkor en pulskor vervangen door het vleugelmodel van de SumWing. Voor het vangen van platvis gebruikt de pulswing de pulstechniek, waarbij elektrische pulsen worden gebruikt om de platvis op te laten krullen.

De pulswing in werkingWetec

Ten opzichte van de SumWing zijn dit de belangrijkste veranderingen bij de Pulswing:

  • de trekpunten zijn verzonken in de vleugel om minder weerstand te creëren en een beter gedrag te bewerkstelligen in de ‘punten’ (zeer ongelijke visgronden);
  • dikkere RVS slijtpanelen aan de onderzijde van de vleugel;
  • onderplaat is van 10 mm naar 12 mm staal gegaan;
  • aangepaste trek-ontlaste ogen, om de 415 mm;
  • aangepaste bevestigingslippen in de cassette plaatsen om de puls-modules aan te kunnen zetten.

Wat betreft de pulstechniek zijn er in de pulswing wel een groot aantal veranderingen ten opzichte van de pulstechniek die gebruikt wordt in de pulskor. Zo is gekozen voor losse modules in de pulswing. Het idee om met losse pulsmodules te werken zorgt ervoor dat alles wat complex in elkaar zit zich in één enkele module bevind. Voordeel is dan dat gemakkelijk te constateren is waar defecte onderdelen van het systeem zitten.

De pulswing.Seafish

Meerdere modules worden in de wing geklikt en vormen zo samen het gehele pulssysteem. Wanneer er een defect aan het systeem is kan op zee eenvoudig één of meerdere modules worden vervangen. Uitgangspunten voor de ontwikkeling van een pulsmodule in 2009 waren:

  • maximaal 15V tussen de elektrodes;
  • maximaal 1.5 keer de boomlengte in kW.

2.3Werkwijze

Er zijn regels opgesteld waaraan de pulstuigen moeten voldoen. Deze regels staan beschreven in de technische voorschriften. In deze technische voorschriften staan de volgende punten:

  • de piekspanning is maximaal 60 volt;
  • het uitgaande effectieve vermogen bedraagt ten hoogste 1 kW per meter boomlengte;
  • de pulsinstelling moet tussen de 20 en 180 pulsen per seconde liggen;
  • de breedte van het wekveld is maximaal twaalf meter;
  • het vaartuig dient uitgerust te zijn met een automatisch computergestuurd beheerssysteem inclusief datalogger, waar alleen de autoriteiten en fabrikanten toegang toe hebben.
  • het systeem registreert tenminste de laatste zes maanden en laatste honderd trekken met welke pulsinstellingen er is gevist;
  • per trek wordt een diagram opgesteld dat de spanning op de elektrodeparen weergeeft.

Tekening van het pulswekveld.Harmen Klein Wolthuis
Binnen deze grenzen kan een puls (en daarmee het wekveld) alsnog verschillen. Hoe een puls is opgebouwd noemt men ook wel de pulskarakteristieken. De volgende zaken zijn van invloed op de pulskarakteristieken:

  • de amplituden in volt (V): het potentiaal dat gemeten wordt tussen twee geleidende delen;
  • de elektrische veldsterkte (V/cm): de logische consequentie van de amplitude en de elektrode afstand;
  • pulsfrequentie (Hz): het aantal pulsen per seconde;
  • pulsduur (µs): de duur van de puls;
  • de steilheid van de voorste en achterste rand van de puls;
  • de vorm van het elektrische veld (het directe gevolg van de pulsvorm, maar ook afhankelijk van soort en aantal elektroden, de afstand tussen de elektroden en de lengte/combinatie van geleidende en isolerende delen).

Er worden verschillende vormen van elektrische golven gebruikt bij pulsvissen. Maarten Soetaert

Naast de pulskarakteristieken zijn er ook veel natuurlijke factoren die van invloed zijn op het wekveld, zoals:

  • verschillen in geleidbaarheid van het zeewater en de zeebodem;
  • de samenstelling van de zeebodem (een slibrijke bodem heeft een betere geleiding dan een zandbodem);
  • het zoutgehalte van het water (zout water heeft een hoger geleidend vermogen dan zoet water);
  • de watertemperatuur (warm water heeft een hogere geleidbaarheid dan koud water).

Pulskor

De elektronica, die de vorm en de sterkte van de puls regelt, is in een waterdichte kist op de boom geplaatst. Het systeem is qua hard- en software beveiligd tegen overbelasting. Elektroden die te dicht bij elkaar in de buurt komen worden door de software uitgeschakeld. Vanuit de brug kan dat weer worden hersteld. Tijdens het halen wordt de spanning automatisch uitgeschakeld. Dat voorkomt dat het vistuig onder spanning aan boord wordt gehaald. Via een beeldscherm op de brug en waarschuwingslampen aan dek is er altijd inzicht in de toestand van het systeem. Storingen zijn direct waarneembaar op het beeldscherm in de stuurhut.

De pulskor (Delmeco) aan boord van de GO-48 (links), de elektronica aan boord (midden) en Extra liertrommels voor de elektrische voedingskabels op het achterschip.

De pulskor (Delmeco) aan boord van de GO-48 (links), de elektronica aan boord (midden) en extra liertrommels voor de elektrische voedingskabels op het achterschip. Delmeco & K. Taal

Er is een aparte E-kabel die vanaf de extra lieren op het achterdek meegaat naar de pulskor. Deze kabel zorgt dat het elektrische vermogen, de voedingsspanning, in de zeebodem komt. Ook vindt via deze kabel een constante communicatie plaats tussen de sturing en regeling van het wekveld en het beeldscherm in de stuurhut. Hierdoor is er altijd zicht op het gedrag van het wekveld.

Al die informatie wordt ook opgeslagen, zodat na een visweek direct gezien kan worden of het systeem nog correct functioneert. Die informatie wordt automatisch via e-mail naar een centrale database gestuurd. Elk weekend kijken technische specialisten daar naar. Zout water is een uitstekende geleider voor elektrische stroom. In het pulssysteem van Delmeco zijn drie lagen aan beveiliging ingebouwd. Die voorkomen dat er per ongeluk een deel van de stroom via het net of via de metalen romp terugstroomt naar de kotter.

Pulswing

Zoals hierboven al is besproken is de pulsmodule van de pulswing verschillend ten opzichte van de pulskor. Om te komen tot een pulsmodule die op zee gemakkelijk uitwisselbaar is, werd gezocht naar waterdichte connectoren en een montagemethode waarbij er bij voorkeur geen gereedschap nodig zou zijn.

Voor het monteren van de modules in de wing werd een kliksysteem ontworpen dat met twee schroevendraaiers kan worden losgemaakt. Omdat het systeem direct in de praktijk zou worden toegepast, werd dit relatief lang voorbereid en besproken. Elke pulsmodule kreeg een eigen elektrode. Deze elektrode liep vanaf de module drie meter naar achteren en kwam daar boven de zeebodem. Er werd veel aandacht besteed aan het voorkomen van het kapot trillen van de elektrode.

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts).

Een enkele pulsmodule met hoofdmaten (links) en de ophanging van de Pulswing (rechts). LEI

Uiteindelijk waren alle modules in de wing geheel hydrodynamisch en gemakkelijk te (de)monteren. De keuze om voor optimale stroomlijning te gaan leidde ertoe dat de vleugel niet zonder speciale steunen aan dek kon worden geplaatst. Daarom worden de wings aan weerskanten voorzien van ‘klauwen’, waardoor de wings in beugels kunnen worden gehangen die boven op de ‘potdeksel’ of ‘railing’ worden gemonteerd. De elektroden die aan de achterkant van de vleugel zijn bevestigd blijven hiermee vrij van het werkdek. In de afbeelding hierboven is te zien hoe de wing wordt opgehangen aan de ‘zij’ van het schip.

2.4Doelsoorten en bijvangsten

De doelsoort van de pulsvisserij op platvis is tong. Met de pulsvisserij vang je minder schol dan met de boomkor. Qua gewenste bijvangst is die van de pulsvisserij gelijk aan die van de boomkor. Er worden met de puls minder ondermaatse vissen en bodemdieren gevangen in vergelijking met de boomkormethode. Grotere vissen zouden ook meer gestimuleerd worden door een puls dan kleine vissen, waardoor de hoeveelheid bijvangst van ondermaatse vis afneemt (zie onderstaande afbeelding). Dit laatste punt is daarentegen nog niet zeker, want onderzoeken laten verschillende resultaten zien.

Op dit plaatje staan 2 kabeljauwen afgebeeld. De zwarte verticale lijnen zijn de elektroden, de horizontale lijnen zijn de veldlijnen die de stroom tussen de twee elektroden tonen. Hoe groter de afstand tussen de kop en de staart van de vis, des te hoger is het potentiaalverschil over het lichaam. Daardoor ervaart de grote vis het elektrisch veld sterker dan de kleine vis. Als je bijvoorbeeld uit zou gaan van een potentiaalverschil tussen de elektroden van 80 V, dan heeft ieder vierkantje een potentiaalverschil van 10 V. Dat zou betekenen dat de grote vis 60 V voelt, terwijl de kleine vis 30 V voelt. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de positie van de vis ten opzichte van het elektrisch veld van invloed is op het potentiaal over z’n lichaam.

Op dit plaatje staan twee kabeljauwen afgebeeld. De zwarte verticale lijnen zijn de elektroden, de horizontale lijnen zijn de veldlijnen die de stroom tussen de twee elektroden tonen. Hoe groter de afstand tussen de kop en de staart van de vis, des te hoger is het potentiaalverschil over het lichaam. Daardoor ervaart de grote vis het elektrisch veld sterker dan de kleine vis. Als je bijvoorbeeld uit zou gaan van een potentiaalverschil tussen de elektroden van 80 V, dan heeft ieder vierkantje een potentiaalverschil van 10 V. Dat zou betekenen dat de grote vis 60 V voelt, terwijl de kleine vis 30 V voelt. Het is wel belangrijk om te vermelden dat de positie van de vis ten opzichte van het elektrisch veld van invloed is op het potentiaal over z’n lichaam. M. Soetaert

De bijvangst van bodemdieren is lager doordat deze dieren in tegenstelling tot de doelsoorten nauwelijks/niet worden gestimuleerd door het elektrische veld. Er worden ook minder bodemdieren gevangen met de puls doordat het tuig minder diep doordringt in de zeebodem. Hierdoor worden er dus minder bodemdieren uit de zeebodem opgeschept. Ook zorgt de verminderde sleepsnelheid van de pulskor ervoor dat er minder oppervlak per uur bevist wordt. Daarmee komt de pulskor ook minder doel- en bijvangstsoorten per uur tegen, waardoor er dus ook minder bijgevangen wordt.

Er zijn onderwaterbeelden gemaakt van het gedrag van vissen in het pulsnet. Deze zijn te vinden op youtube bij ‘platvis in beeld’ of door te kijken op de website van WMR.Wageningen Marine Research

Tot slot zorgt de verminderde sleepsnelheid van de puls er ook voor dat er een grotere kans is voor dieren om uit het net te ontsnappen. De bijvangst van vis (gemeten in kg per uur) is met 30% tot 50% afgenomen met de puls ten opzichte van de boomkor. Ook de bijvangst van bodemdieren (gemeten in kg per uur) is met 48% tot 73% afgenomen met de puls.

2.5Gedrag van vis ten opzichte van het vistuig

Door met deze pulskarakteristieken te spelen kun je ook de vangst beïnvloeden. De spieren van ieder zeedier reageren weer verschillend op de pulsen. Zo wordt met de pulskor op platvis gebruik gemaakt van een puls die de platvis doet verkrampen en opkrullen, terwijl de garnalenpulskor een puls gebruikt die de garnaal opschrikt.

De platvis ligt tussen 2 elektroden (boven). Nadat de elektroden pulsen afgeven trekken de spieren van de platvis samen waardoor deze opkrult van de bodem. De garnalen liggen op de bodem van een aquarium met 2 elektroden (onder). Nadat de elektroden pulsen afgeven schrikken de garnalen op van de bodem.

De platvis ligt tussen 2 elektroden (boven). Nadat de elektroden pulsen afgeven trekken de spieren van de platvis samen waardoor deze opkrult van de bodem. De garnalen liggen op de bodem van een aquarium met 2 elektroden (onder). Nadat de elektroden pulsen afgeven schrikken de garnalen op van de bodem. Pulsefishing.eu & Delmeco

Bij schol en tong trekken de rugspieren krom door de elektrische pulsen. Ze komen daardoor uit de zeebodem omhoog. Het visnet schept de vis daarna als het ware op van de zeebodem. Na de prikkel graaft de vis zich weer snel in. De hersteltijd na de prikkel is 0,1 seconde. Om de vis te vangen moet de grondpees van het net op korte afstand van het wekveld volgen. De afstand mag niet meer zijn dan 0,3 meter.

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de krampreactie tot verwondingen kan leiden bij een deel van de kabeljauwen en wijting gevangen met een pulstuig. Het gaat dan om breuken in de wervelkolom. Uit de verschillende onderzoeken is gebleken dat het om een klein deel van de marktwaardige kabeljauwen en wijting gaat. Deze vissen zouden sowieso gevangen worden, dus dat maakt het vooral een ethische discussie of het breken van de rug erg is of niet. Vanuit de handel zijn ze er wel minder blij mee, omdat deze breuken invloed hebben op de kwaliteit van de vis. 

Er zijn ook onderzoeken gedaan naar de effecten van de puls op verschillende levensstadia van o.a. de kabeljauw.ILVO

Er zijn ook onderzoeken uitgevoerd met kleinere kabeljauw en wijting die zou kunnen ontsnappen door een 80 mm net. Geen van deze kleinere vissen liep verwondingen op. Deze tests zijn ook uitgevoerd met zeebaars, tong en schar. Bij geen van deze soorten werden verwondingen aangetroffen. De vissoort, de grootte van de vis, de positie van de vis in het wekveld en het type puls bepalen uiteindelijk dus in hoeverre ze kans maken om gewond te raken.

2.6Verwerking

Het werk bij de vangstverwerking is makkelijker bij de puls dan bij de boomkorvisserij. Dat komt doordat er minder bijgevangen wordt met de puls, waardoor je schonere boxen hebt (zie tabel hieronder). Ook neemt de overlevingskans voor ondermaatse vis en bijvangst toe, doordat ze onder water met minder vistuig en materiaal in aanraking komen en door de efficiënte verwerking sneller overboord gezet kunnen worden. Het meeste werk in de haven zit in de afstelling van de pulsdragers. Het is belangrijk dat die op één lijn staan.

Deze tabel toont de hoeveelheid discards voor de boomkor (Conv.) en de pulskor (puls) die in kilo’s per uur worden gevangen. De laatste kolom geeft aan hoe groot het verschil is in discards tussen de conventionele boomkor en de pulskor. Zo zie je dat de pulskor in dit onderzoek slechts 64% van het totaal aantal bodemdieren vangt zoals met de boomkor het geval zou zijn geweest per uur.

Deze tabel toont de hoeveelheid discards voor de boomkor (Conv.) en de pulskor (puls) die in kilo’s per uur worden gevangen. De laatste kolom geeft aan hoe groot het verschil is in discards tussen de conventionele boomkor en de pulskor. Zo zie je dat de pulskor in dit onderzoek slechts 64% van het totaal aantal bodemdieren vangt zoals met de boomkor het geval zou zijn geweest per uur. M. Rasenberg & F. Quirijns

2.7Duurzaamheid

De pulstuigen vissen lichter en met een lagere vissnelheid, waardoor er minder motorvermogen nodig is en er brandstof bespaard kan worden. Door het afgenomen brandstofverbruik is er ook een aanzienlijke daling in CO2 uitstoot met de puls, waardoor deze ook beter is voor het milieu.

De CO2-emissie per kotter en per kg vis aangegeven. Belangrijke oorzaken van afname van brandstofverbruik (en daardoor ook CO2-emissie) in de afgelopen jaren zijn: verbod op motoren van meer dan 2.000 pk; innovatie in meer zuinige vistuigen en schepen; introductie nieuwe visserijmethoden; verandering in handelswijze van ondernemers (er wordt energiebewuster gevist). De uitstoot per kg. vis steeg in 2017 omdat voor bijna al de vistakken gemiddeld lagere vangsten werden gerealiseerd per dag op zee. Wageningen Economic Research

De tongvangsten met de puls zijn hoger dan met een wekkertuig. Daarentegen zijn de scholvangsten weer lager ten opzichte van de boomkor. Tarbot en griet laten zich ook goed vangen met de puls. Het brandstofgebruik daalt met ongeveer 45% en er is minder slijtage aan het materiaal. De puls heeft een positieve invloed op de winstgevendheid van de kottervisserij (Profit P).

De goede resultaten in de afgelopen jaren zijn behaald door toenemende opbrengsten (hogere visprijzen) met afnemende kosten (lager brandstofverbruik en lagere brandstofprijzen). Wageningen Economic Research

Bij de puls zijn er minder kosten aan het materiaal dan bij het gebruik van een wekkertuig. Er is minder slijtage van het vistuig en minder motoronderhoud. Natuurlijk is er wel slijtage aan de elektroden doordat deze over de zeebodem worden gesleept, maar dat wordt makkelijk terugverdiend door de brandstofbesparing en goede tongvangsten. Ook heeft de aangevoerde vis een betere kwaliteit doordat deze niet meer in aanraking komt met de wekkerkettingen. Er kan dus geconcludeerd worden dat een lonende visserij mogelijk is met de puls.

Kwaliteit van de vis heeft ook invloed op de prijs die je voor je vis krijgt. Hier zie je het verschil in kwaliteit van een tong gevangen met de boomkor (links) en de pulskor (rechts).ProSea

Daarnaast heeft de pulskor een aantal positieve aspecten voor de maatschappelijke acceptatie van de visserij. Doordat de wekkers zijn vervangen door elektroden is de bodemberoering minder. De bijvangst van ongewervelde bodemdieren die op de bodem leven (zoals krabben en zeesterren) en ondermaatse vis is gedaald ten opzichte van de boomkor. Maatschappelijke organisaties en wetenschappers maken zich wel zorgen over eventuele negatieve effecten van een elektrisch veld in zee. Er is nog te weinig kennis om te beoordelen of de elektrische pulsen schade veroorzaken aan bodemleven, rondvissen (zoals kabeljauw) en kraakbeenvissen (zoals haaien en roggen) op de langere termijn. Daar wordt onderzoek naar gedaan voor zover het mogelijk is dit te onderzoeken. Vooralsnog scoort de pulsvisserij qua impact op alle onderzochte punten beter dan de traditionele boomkormethode.

Ondanks dat de pulsvisserij vooralsnog qua ecologische impact beter scoort ten opzichte van de boomkorvisserij, blijven er met name op Europees niveau nog vele negatieve verhalen hangen rond de pulsvisserij. Het is moeilijk om een enkele oorzaak voor deze negatieve houding tot de pulsvisserij aan te wijzen. Soms heeft het te maken met politiek, zo zijn er bijvoorbeeld tegenstanders die vinden dat Nederland de extra ontheffingen er te snel doorheen heeft gedrukt.

Ook zijn er partijen die per definitie tegen de visserij met sleepnetten zijn. Ze vinden de boomkor slecht, maar in hun ogen is de puls alleen minder slecht en dus niet duurzaam. Andere tegengeluiden hebben weer te maken met toegenomen concurrentie. Zo kan er met de puls worden gevist op visgronden die vroeger niet toegankelijk waren voor de boomkor. Hierdoor is de puls op deze visgronden gaan concurreren met andere visserijen.  

Rondom de stemming van het Europees Parlement over de toelating van de puls werd er door tegenstanders ook gelobbyd tegen de pulsvisserij. Durk W. van Tuinen

3Sumwing

De SumWing is een innovatie voor de traditionele boomkor, waarbij de boom van de boomkor vervangen is door een vleugel, de SumWing. Bij een boomkor wordt het net opengehouden door een boom met aan weerskanten sloffen, maar de SumWing heeft geen sloffen meer. Het grote voordeel voor de boomkorkotters is dat aan de uitrusting van de schepen niets hoeft te veranderen. Er is met dit systeem een mogelijkheid gekomen om met de bestaande boomkorkotters te kunnen blijven vissen. De resultaten met de SumWing waren zo indrukwekkend dat veel boomkorkotters in Nederland inmiddels hierop zijn overgeschakeld.

De SumWing heeft een vleugelachtig model, waardoor het minder weerstand heeft in het water ten opzichte van de boomkor.

De SumWing heeft een vleugelachtig model, waardoor het minder weerstand heeft in het water ten opzichte van de boomkor. ILVO

3.1Beschrijving

De SumWing lijkt op een vliegtuigvleugel en werd voor het eerst getest aan boord van de TX-36. Door de vleugelvorm zweeft het tuig als het ware over de zeebodem heen. In tegenstelling tot de boomkor heeft de SumWing nog nauwelijks contact met de zeebodem en is er minder weerstand. Het nieuwe vistuig is ontwikkeld om brandstof te besparen. Een aanzienlijke besparing is haalbaar ten aanzien van de traditionele boomkorvisserij. De bodempenetratie neemt af met ongeveer 10%, waardoor het ook een lagere bodemimpact heeft in vergelijking met de boomkor. Met dit tuig kan op iedere soort bodemgesteldheid goed gevist worden; het tuig vist goed en de vleugel is sterk.

De neus van de SumWing stuurt de stand van het tuig.

De neus van de SumWing stuurt de stand van het tuig. Sumwing.nl

De SumWing heeft aan de voorkant een opvallende “neus”. Deze neus stuurt de stand van het tuig. De trekpunten op het vleugelprofiel zorgen ervoor dat deze wordt gedwongen naar de bodem te sturen. Hierbij staat de neus dan naar beneden gericht.

Als het tuig de bodem bereikt en de neus de zeebodem raakt, verdraait de vleugel, zodat hij niet langer naar beneden stuurt, maar in dynamisch evenwicht blijft vlak boven de bodem (zie afbeelding hierboven). De vleugel staat tussen de 3° naar beneden tot 8° omhoog. Op deze manier blijft de SumWing in de juiste positie.

De druk die de neus uitoefent op de bodem is heel laag. Er is slechts een klein oppervlak van de neus dat de zeebodem beroerd. Door de verminderde bodemdruk en het kleinere contactoppervlak van de neus is er minder bodemberoering. Door de SumWing is wel de basis gelegd voor het vissen met minder bodemberoering en brandstof.

Als de bodem wat omhoog loopt zal de neus het bodemprofiel volgen. De neus zal de vleugel verdraaien, zodat deze een meer opwaartse kracht krijgt en zichzelf omhoog tilt. Als het ware zweeft de vleugel boven de zeebodem door het water. De SumWing is licht en heeft weinig weerstand. Door de vislijn, de kracht van de wekkers/elektroden en het net draait de SumWing in duikstand. De neus of taster zorgt ervoor dat de vleugel in neutrale positie draait als de bodem wordt geraakt. Op dat moment houdt het systeem zichzelf in evenwicht.

De SumWing is gevuld met lucht, waardoor de kracht op de zeebodem zo klein mogelijk wordt gehouden. Het gewicht van het tuig is onderwater twee keer zo klein als bovenwater.

Het vissen in de punten en op slappe grond gaat goed met de SumWing, het vist zelfs door gebieden waar de boomkor vastloopt. Ook een bocht maken tijdens het vissen geeft geen problemen. Verder gaat het halen sneller, elke trek scheelt ongeveer vijf minuten. Op een week vissen scheelt dat al gauw twee trekken.

Kort samenvattend heeft de SumWing dus de volgende voordelen:

  • lager brandstofverbruik, waardoor ook de brandstofkosten en CO2 uitstoot verminderd in vergelijking met de boomkor;
  • verminderde bodemberoering in vergelijking met de boomkor;
  • minder slijtage aan bijvoorbeeld blokken, vislijnen, lieren en motor in vergelijking tot de boomkor.

3.2Werkwijze

In dit hoofdstuk bespreken we de wijze waarop de SumWing normaalgesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten net

Bij het uitzetten van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met SumWing:

  • de snelheid wordt verminderd en de haken van de SumWing worden losgemaakt. Het net ligt dan niet meer zeevast;
  • vervolgens kan het tuig overboord worden gezet;
  • daarna wordt met behulp van een touwstrop, achter de rolder, het net met de jumper omhoog gehesen en kunnen de kietelaars één voor één overboord worden gezet;
  • de kuil kan dan voor een deel overboord glijden;
  • het kuiltouw is op een punt aan de zijkant van de bak bevestigd, zodat het tuig niet kan slingeren of draaien;
  • de haak van de jumper en de haak die op de giek vastzit worden op de verdeelstrop vastgezet. Bij het uitzetten van het net trekt deze haak de jumper open;
  • de schipper zet de jumper strak en de bemanning maakt de kuilen met de pooklijn dicht;
  • de schipper voert langzaam de snelheid op. De jumper en de kuil staan nog strak;
  • de schipper laat de jumper vieren. Deze klikt zelf uit de kuilstrop, doordat de haak van de lummel aan de jumperhaak bevestigd was. De kuil gaat overboord;
  • de schipper laat de gieken zakken en viert de vislijnen.

Een overzicht waarop beschreven wordt hoe de SumWing wordt uitgezet aan boord van een kotter. Aantekening: A. Het net wordt omhoog gehesen, B. Het bevestigingspunt, C. Deel van de kuil gaat overboord, D. De haak gaat aan de lummel, E. Het vieren van de jumper, F. Het dichtmaken van de kuilen, G. Het vieren van de vislijnen.

Een overzicht waarop beschreven wordt hoe de SumWing wordt uitgezet aan boord van een kotter. Aantekening: A. Het net wordt omhoog gehesen, B. Het bevestigingspunt, C. Deel van de kuil gaat overboord, D. De haak gaat aan de lummel, E. Het vieren van de jumper, F. Het dichtmaken van de kuilen, G. Het vieren van de vislijnen.

Binnenhalen net

Bij het binnenhalen van het visnet volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met een SumWing:

  • de snelheid wordt teruggebracht;
  • de vislijn wordt tot de spruit ingehaald;
  • de gieken worden een eindje opgezet, zodat een matroos het kuiltouw kan pakken;
  • het kuiltouw wordt via de kop van de lier aan boord getrokken;
  • een matroos zet het kuiltouw vast op een bevestigingspunt aan de kant van de bak, zodat het tuig niet gaat draaien;
  • de jumper wordt in de verdeelstrop gepikt en de vangst wordt in de vangstverwerkingsbakken gestort. Indien het schip over twee jumpers per kant beschikt, dan draait men deze in plaats van de verhaalkoppen;
  • de tuigen kunnen weer uitgezet worden.

Een overzicht van het binnenhalen van het net aan boord van een kotter met SumWing.

Een overzicht van het binnenhalen van het net aan boord van een kotter met SumWing.

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met SumWing:

  • na het beëindigen van het vissen wordt het net ongeveer een half uur schoon gespoeld;
  • hierna wordt het tuig aan boord gebracht;
  • de kuilen worden onder de bak getrokken en ze worden gecontroleerd op eventuele schade;
  • met behulp van een hulplier wordt de kuil onder de bak getrokken;
  • daarna kan het overige net met behulp van een touwstrop naar binnen gepakt worden;
  • het netwerk wordt omhoog gehesen en daarna wordt een andere touwstrop achter de rolder bevestigd om het resterende deel van het net omhoog te hijsen;
  • als het net omhoog is gehesen worden de kietelaars en de grondpees binnen gepakt;
  • daarna kan de SumWing aan boord gezet worden;
  • vervolgens gaat er een strop om alle wekkers en worden ze aan boord gepakt. Zodra ze aan boord zijn worden ze over de SumWing gelegd, zodat ze niet verward raken;
  • de SumWing wordt vastgezet door middel van haken die bevestigd zijn aan het dek. Deze haken worden in de spruit gepikt. De SumWing ligt nu vast;
  • de touwstrop, die nog aan het net vastzit, wordt bevestigd aan een bevestigingspunt achter de mast. Het net ligt zeevast;
  • met de dek-lieren en de jumper worden het net en de rolder boven het dek gehangen. De kietelaars, die voor de rolder hangen, kunnen dan worden bijgesteld of vervangen. Dit is belangrijk omdat door slijtage de kietelaars steeds iets langer worden, waardoor ze niet meer mooi rond onder elkaar hangen;
  • hierna worden de netten tegen de SumWing geplaatst;
  • de kuilen worden opgehesen door de jumper in de kuilstrop te haken;
  • de pooklijn van de kuil wordt aan een punt van de mast bevestigd. Dit voorkomt dat de kuilen in het weekend krimpen.

Spoelen van de netten.

Binnenhalen van de kuil.

Binnenhalen restant net.

Het plaatsen van de touwstrop achter de rolder.

Het net wordt omhoog gehesen.

Binnenhalen grondpees en kietelaars.

Het aan boord zetten van de SumWing.

Het aan boord zetten van de SumWing.

Plaatsen van een strop om de wekkers.

Haken waar de sumwing aan wordt vastgezet.

De kietelaars hangen klaar om gemeten en afgesteld te worden.

Controleren van de kietelaars.

Controleren van de kietelaars.

De netten hangen tegen de SumWing.

3.3Doelsoorten en bijvangsten

De SumWing heeft dezelfde doelsoorten en bijvangsten als de boomkor. Daarom verwijzen we naar het hoofdstuk over de boomkor waarin de doelsoorten en bijvangsten al uitgebreid staan beschreven.

Een SumWing puls op de kade met aandachtige toeschouwers.Ecomare

3.4Verwerking

Het verwerken van de vis aan boord van een kotter die vist met een SumWing is ook vergelijkbaar met de boomkor. Daarom verwijzen we naar het hoofdstuk over de boomkor waarin het verwerken van de vis aan boord al uitgebreid staat beschreven.

3.5Duurzaamheid

De SumWing is een innovatie voor de boomkor. Dit vistuig is in 2006 ontwikkeld en had als doel om brandstof te besparen. Het is ontwikkeld door HFK Engineering in samenwerking met de Texelse vissers Jaap van der Vis (TX-36), Jack Betsema (TX-38) en Albert Schagen (TX-63). De boom die bij de boomkor het net openhoudt is vervangen door een vleugelachtige constructie, genaamd de SumWing. Er is ook een model ontwikkeld voor kleine kotters en voor de garnalenvisserij.

De SumWing is licht, heeft weinig weerstand in het water en zweeft als een vliegtuigvleugel boven de zeebodem. Hierdoor is de bodemberoering ongeveer 10% minder, waardoor er waarschijnlijk ook minder ongewenste soorten bijgevangen worden. Ook heeft de SumWing daardoor een besparing van meer dan 11% brandstof ten opzichte van de boomkor. De SumWing heeft hierdoor een positieve invloed op de winstgevendheid van vissers (Profit P) en vermindert de effecten van de visserij op de zee (Planet P).

Keuring na aanpassing van de trekpunten van de SumWing met o.a. Jaap van der Vis (TX-36) en Harmen Klein Woolthuis (HFK).

Keuring na aanpassing van de trekpunten van de SumWing met o.a. Jaap van der Vis (TX-36) en Harmen Klein Woolthuis (HFK). Visserijnieuws

4Garnalenkor

Vanaf 1946 wordt er bij de Nederlandse garnalenvisserij met de garnalenkor gevist aan weerszijden van de kotter. Vissers uit Harlingen gingen op deze manier vissen in het diepere westelijke deel van de Waddenzee. De garnalenvisserij wordt gedurende het hele jaar uitgeoefend, maar de garnalen worden vooral in het voor- en najaar gevangen. De door de Nederlandse vissers aangevoerde garnalen horen tot de soort Crangon crangon. De Nederlandse garnalenkotters vissen onder andere op de Waddenzee en langs de kuststrook van de Noordzee. In totaal wordt de visserij op garnalen in de Noordzee uitgeoefend door meer dan 500 schepen. Ieder jaar word ongeveer 30.000 ton garnalen aangevoerd door Deense, Duitse, Nederlandse, Engelse en Belgische garnalenkotters.

De netten worden binnengehaald aan boord van een garnalenkotter.Nederlands Visbureau

4.1Beschrijving

De garnalenkor bestaat uit een lange stalen boom die aan beide zijden door sloffen wordt ondersteund, waardoor de boom op enige afstand van de zeebodem gehouden wordt. De netopening is 9 meter en verticaal ongeveer 80 cm. Op de vislier kan ongeveer 400 meter vislijnlengte. Bij dubbele lijnen 800 meter. De vislijndikte is 22 mm. Er wordt ongeveer 4x meer vislijnlengte uitgevierd dan de waterdiepte.

Het net wordt opengehouden door de boom en aan het tuig zit een klossenpees. Deze bestaat uit een aantal lichte, rubberen klossen die over de grond slepen. Voordeel van deze klossen is dat de bodem nauwelijks wordt omgewoeld, want de klossen rollen over het zand. De garnalen worden opgeschrikt en komen in het net.

Het garnalentuig.ProSea

Door het gedrag van de garnaal is het niet nodig dat de grondpees contact maakt met de zeebodem. De grondpees van een garnalennet wordt door klossen van de grond gehouden om de vangst van bodemdieren en vuil tegen te gaan. Die klossen spelen ook een belangrijke rol bij het vangen van garnalen. Ze veroorzaken namelijk de schrikreactie van garnalen, waardoor ze van de zeebodem omhoog springen in het net.

De kotter zelf moet voldoende dekruimte hebben om de tuigen aan dek te kunnen zetten en de garnalen te verwerken. Er zijn een flink aantal machines aan boord nodig voor de garnalenverwerking. Voor het uitzetten en inhalen van de garnalenkorren moet een garnalenkotter een lier hebben met minimaal zes trommels. Tegenwoordig zijn er kotters met wel acht trommels. Twee voor de vislijnen, twee voor de gieken en twee voor het aan boord brengen van de kuilen met de jumpers.

Zeeflap

Er worden ook ondermaatse garnalen en ondermaatse platvissen gevangen met de garnalenkor. Om ondermaatse platvissen uit het net te laten ontsnappen wordt in het voornet een zeeflap aangebracht. Die bestaat uit een grootmazig netwerk, dat schuin in het voornet is bevestigd. Volwassen garnalen die bij het naderen van het net omhoog gesprongen zijn, kunnen door de mazen van de zeeflap in het achternet en vervolgens in de kuil komen.

Platvissen kunnen de zeeflap niet passeren en ontsnappen door een gat in de buik. Voor de garnalenvisserij is het verplicht om een zeeflap te gebruiken of een net met een soorteerrooster. Vanaf 1 januari 2013 zijn garnalenvissers verplicht om jaarrond met de zeeflap te vissen in Natura 2000 gebieden. Dat is namelijk ook een vereiste voor het behalen van een MSC certificaat.

Schematische weergave van de werking van een zeeflap. De garnalen kunnen door de mazen van de zeeflap en komen in de kuil terecht. De (plat)vissen kunnen de zeeflap niet passeren en ontsnappen via een gat in de buik van het net.Wageningen Marine Research

De zeeflap moet aan een aantal eisen voldoen, zoals:

  • een maaswijdte van ten hoogste 70mm;
  • de zeeflap moet bevestigd zijn aan de binnenzijde van het vistuig. Dat moet op zodanige wijze dat alle zeedieren uitsluitend via de zeeflap de kuil van het vistuig kunnen bereiken;
  • de zeeflap moet een ontsnappingsgat hebben dat is aangebracht in de bovenzijde of onderzijde van het vistuig. Het ontsnappingsgat moet ter hoogte van ten hoogste 30 mazen voor de aanhechting van de kuil worden geplaatst. Het ontsnappingsgat moet ter grootte van ten minste 15 mazen van het vistuig zijn waarin de zeeflap is bevestigd, gesneden in de lengterichting van het vistuig;
  • de zeeflap is even lang of ten hoogste 10% langer dan het basisnet van het vistuig waarin de zeeflap is bevestigd. Daarbij is het achterste punt van de zeeflap bevestigd op maximaal 5 mazen achter het achterste deel van het ontsnappingsgat.

Er is veel ervaring opgedaan met de zeeflap en het wordt op verschillende manieren in overeenstemming met de wettelijke voorschriften gebruikt. Om niet alle platvis te verliezen wordt er aan het ontsnappingsgat in de bovenzijde wel een “tweede kuil” aan het net gezet.

Tekening van de zeeflap in het net.

Tekening van de zeeflap in het net.

De maaslengte van deze kuil moet 80 mm zijn (minimum maaswijdte platvisserij). De garnalen gaan door de zeeflap heen naar de kuil en de vis gaat door het ontsnappingsgat in de ‘tweede kuil”. Op die manier kan er naast garnalen ook maatse platvis worden gevangen met de garnalenkor.

Links de kuil met platvis en rechts hangt de kuil met garnalen boven de bak.

Links de kuil met platvis en rechts hangt de kuil met garnalen boven de bak.

Helaas kent de zeeflap ook een nadeel. Met name in de zomermaanden kunnen er veel algen en wieren in het zeewater zitten. Deze algen en wieren kunnen het net verstoppen, waardoor er marktwaardige garnalen worden verspeeld (zie onderstaande afbeelding). Dit maakt het schoonmaken van de zeeflap noodzakelijk om verder te kunnen vissen. Het schoonmaken kan bij ernstige verstopping 1 a 2 uur in beslag nemen. Vanuit de garnalenvissers is dit niet wenselijk en in de sector is men op zoek naar een alternatief dat minder snel verstopt raakt.

De zeeflap na afloop van een “groene” trek, waarbij er allerlei algen en wieren in het net zijn gekomen.Wageningen Marine Research

Brievenbus

De brievenbus zou als alternatief moeten dienen voor de zeeflap, omdat vissers kritiek hebben op de zeeflap; de zeeflap raakt in bepaalde jaargetijden, wanneer er bijvoorbeeld veel “groen” in het water is, snel verstopt. Dit leidt ertoe dat maatse garnalen worden verspeeld. Deze netaanpassing bestaat uit een dwarssnede in de onderzijde van het net. Deze opening moet ervoor zorgen dat platvissen kunnen ontsnappen, terwijl de garnalen het achtereind van het net in stromen. Met behulp van een schotje worden de platvissen naar de brievenbus geleid, terwijl de garnalen door en over het schotje heen alsnog in het achtereind van het net terechtkomen.

De brievenbus.Wageningen Marine Research

De brievenbus is waarschijnlijk nog niet uitontwikkeld, maar uit vergelijkingsonderzoeken met de zeeflap lijkt het er op dat de brievenbus minder selectief is. Hierbij is de brievenbus minder selectief als je kijkt naar de kilo’s ongewenste bijvangst per kilo marktwaardige garnaal, maar ook qua aantallen gevangen ongewenste bijvangstsoorten. Met name bij de garnalenvisserij op de Noordzee werden er meer bodemdieren en vissen bijgevangen met de brievenbus, terwijl dit verschil minder groot lijkt te zijn op de Waddenzee. Het vangstverlies is vergelijkbaar met dat van de zeeflap.

Tekening net met brievenbus.Wageningen Marine Research

De brievenbus is daarentegen niet bedoeld als vervanging van de zeeflap. De brievenbus kan mogelijk wel een alternatief zijn voor de zeeflap in periodes waarin deze dichtslibt door algen en wieren. Zo mogen garnalenvissers op de Waddenzee in de maanden juni, juli en augustus gebruik maken van de brievenbus in plaats van de zeeflap. Het gebruik van een brievenbusnet in plaats van een zeeflap is enkel binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee toegestaan.

Zeefmat

Naast de zeeflap en de brievenbus zijn er ook testen uitgevoerd met de zeefmat. Bij dit net is er een paneel voor de netopening geplaatst in plaats van in het net, zoals te zien is in onderstaande afbeelding.

De zeefmat is rondom aan de onderpees bevestigd, alleen vangst kleiner dan de maaswijdte van de zeefmat heeft de mogelijkheid om in het net te komen. Alle overige ongewenste bijvangst gaat onder het net door.Wageningen Marine Research

De zeefmat heeft hetzelfde doel als de zeeflap, namelijk het voorkomen van ongewenste bijvangst. Een groot voordeel van de zeefmat ten opzichte van de zeeflap is dat het veel sneller en makkelijker schoon te spoelen is zodra het vol zit met algen en wieren. Uit de eerste praktijktesten bleek dat de zeefmat een vergelijkbare vangstsamenstelling opleverde als de zeeflap. Verder bestaat het vermoeden dat de zeefmat minder weerstand heeft in het water, waarmee je dus ook brandstof kunt besparen. Mogelijk nadeel is wel dat de zeefmat sneller volloopt met algen en wieren, waardoor het net minder goed gaat vissen tegen het einde van de trek. Verder onderzoek zal hier waarschijnlijk meer duidelijkheid over geven. 

Links een zeefmat gemaakt van groen 70mm netmateriaal, rechts een zeefmat van 55mm wit netmateriaal.Wageningen Marine Research

Netwerk

De wettelijke maaswijdte ligt namelijk tussen de 16 en 32 mm voor de garnalenvisserij (technische maatregelen). Leden van de Cooperatieve Visserij Organisatie (CVO) en leden van PO’s die zijn aangesloten bij de Stichting Verduurzaming Garnalenvisserij (SVG) hebben een maaswijdte van 20 mm vastgesteld (gemeten tussen de binnenkant van twee knopen) of “22 mm met de knopen”, ofwel tussen het hart van de knopen, gestrekte maas. Dit is gedaan in verband met het traject wat de garnalenvisserij doorloopt voor het MSC-keurmerk.

Op dinsdag 12 december 2017 kreeg de Duitse, Deense en Nederlandse garnalensector het MSC-keurmerk uitgereikt.Nederlandse Vissersbond

Binnen dit traject zal ook gekeken worden of de maaswijdte verder kan worden vergroot in de kuil. Hierbij is het volgende stappenplan opgesteld:

  • vanaf 1 mei 2016 minimaal 22 mm tussen de knopen (in de laatste 150 mazen van het net);
  • vanaf 1 mei 2018 minimaal 24 mm tussen de knopen (in de laatste 125 mazen van het net);
  • vanaf 1 mei 2020 minimaal 26 mm tussen de knopen (in de laatste 125 mazen van het net).

De vergroting van de maaswijdte naar 24 of 26 mm zal alleen worden doorgezet indien wetenschappelijk wordt aangetoond dat de voorspelde positieve effecten behaald worden.

4.2Werkwijze

Het vangprincipe van de garnalenvisserij berust op het omhoog springen van de garnalen zodra het vistuig nadert. Bij het vissen op garnalen hangt de bovenpees redelijk strak tegen de boom aan, zodat de omhoog springende garnaal niet kan ontsnappen. Op slechte grond kan de klossenpees een stukje worden gevierd. Ook de windrichting kan van invloed zijn op de vangst. Bij een oostenwind neemt de vangst vaak wat af. Er wordt vaak met andere kotters in de buurt gevist. Soms liggen ze met meerdere schepen achter elkaar. De schepen passeren vaak op korte afstand.

Hieronder bespreken we de wijze waarop de garnalenkor normaalgesproken wordt gebruikt. De hier beschreven werkwijze kan afwijken van de praktijk en verschillen per kotter. Het belangrijkste is dat een visser ten allen tijden rekening houdt met de veiligheid.

Uitzetten net

Bij het uitzetten van het net volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met garnalenkor:

  • op het bestek gaat de kracht van de motor af en worden de gieken opgezet;
  • de vislijn wordt een stukje opgedraaid, zodat het tuig en de klossenpees boven de reling hangen;
  • de gieken zakken tot op 45°;
  • de jumper wordt in de verdeelstrop gepikt en de kuil wordt gesloten met de pooklijn. Daarna wordt snelheid vermeerderd;
  • de jumper wordt ingehaald tot de kuil boven de reling hangt;
  • de gieken zakken tot op 90° en de jumpers worden losgegooid;
  • de kuilen gaan overboord en de vislijn wordt tot de juiste lengte gevierd.

Het inpikken van de jumper in de kuil.

Het losmaken van de pooklijn van de kuil.

Het tuig verdwijnt onder water.

Inhalen net

Bij het inhalen van het net volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met garnalenkor:

  • de gieken worden opgezet van 90° naar 45°;
  • zodra de tuigen boven komen gaan de gieken nog een klein stuk op, zodat de bemanning de kuiltouwen kan pakken;
  • de verdeelstrop wordt in de G-haak gepikt en de schipper draait de jumper op totdat de kuilen boven de stortbakken hangen;
  • de kuilen worden daarna opengetrokken;
  • tot slot trekt de bemanning de kuil naar achteren en wordt de kuil weer dichtgeknoopt voor de volgende trek.

De tuigen worden aan dek gehaald.

De tuigen worden aan dek gehaald.

Beëindigen van het vissen

Bij het beëindigen van het vissen volgt meestal deze procedure aan boord van een kotter met garnalenkor:

  • na de laatste trek wordt met behulp van een strop om het achterste stuk van de kuil het hele net tot boven de reling getrokken;
  • daarna wordt de giek verticaal gezet en laat men het tuig aan dek zakken;
  • vervolgens laat men de jumper zakken en staat het tuig aan dek;
  • de gieken gaan op 45° om naar de thuishaven te varen.

Aan boord van een garnalenkotter vindt men vaak bovenstaande dekwerktuigen.

Aan boord van een garnalenkotter vindt men vaak een opvoerband.

4.3Doelsoorten en bijvangst

De doelsoort van de garnalenkor is de Noordzeegarnaal (Crangon crangon), ook wel bekend als de bruine, grijze of gewone garnaal. Deze garnalensoort is ongeveer tussen de 50 mm tot 70 mm groot en wordt maximaal 90 mm. Verder wordt de Noordzeegarnaal gekenmerkt door een grijs tot bruine kleur en heeft de garnaal een onregelmatige vlekjestekening (zie onderstaande afbeelding).

De Noordzeegarnaal komt vaak voor in kustwateren met een zanderige tot slibberige ondergrond. Gedurende de nacht gaat de Noordzeegarnaal opzoek naar voedsel en overdag graaft hij zich in en steken alleen zijn ogen en voelsprieten nog boven de bodem uit. Qua voedsel is de Noordzeegarnaal een echte alleseter. Hij eet zowel plantaardig voedsel, als ook prooidieren zoals de borstelworm. Meer informatie over de Noordgarnaal is te vinden in het lesboek ‘Schaaldieren’.

De Noordzeegarnaal (Crangon crangon).

De Noordzeegarnaal (Crangon crangon). Rokus Groeneveld

Naast de gewenste Noordzeegarnaal vangt de garnalenkor ook nog andere zeedieren, zoals:

  • ondermaatse Noordzeegarnalen;
  • platvis (o.a. schol, schar);
  • rondvis (o.a. grondel, wijting, harnasmannetjes, kleine zeenaalden, spiering);
  • bodemdieren (o.a. strandkrabben, zwemkrabben, zeesterren).

De vangst kan naast de Noordzeegarnaal ook nog allerlei andere soorten bevatten.Stichting de Noordzee

Door de fijne mazen worden er ook relatief veel ongewenste soorten bijgevangen. Verder vissen garnalenvissers vaak in kustgebieden en dat zijn vaak ook de kinderkamers voor veel vissoorten. Onderzoek heeft aangetoond dat de gemiddelde garnalenvangst voor 78% bestaat uit garnalen, waarvan de helft ondermaats. Verder viel op dat de discards met name in de maanden juni en juli veel jonge schol (<10cm) bevatten. In de maand november bevatten de discards meer rondvis.

Een overzicht van de gewichtsprocenten van de gemiddelde garnalenvangst. Het is belangrijk om te weten dat de samenstelling van de vangst kan variëren per seizoen en locatie.

Een overzicht van de gewichtsprocenten van de gemiddelde garnalenvangst. Het is belangrijk om te weten dat de samenstelling van de vangst kan variëren per seizoen en locatie. IMARES

Een Engels onderzoek toonde aan dat 77% tot 80% van alle ondermaatse en gediscarde garnaal uiteindelijk overleeft. Daarbij werd ook rekening gehouden met de vraat door vogels. De garnalen werden tijdens dat onderzoek gesorteerd door een schudzeef.

Qua overleving van de rondvissen waren de resultaten een stuk negatiever, want gediscarde rondvissen stierven vrijwel allemaal. De overleving van platvissen was beter, waarbij gediscarde jonge schol een maximale overleving had van 14% en schar 19%. Die percentages zijn inclusief sterfte door het vissen, het sorteerproces, vogelpredatie en effecten op de langere termijn. Qua overleving van bodemdieren is nog niet zoveel bekend. De verwachting is dat de overleving van bodemdieren redelijk goed is aangezien het over het algemeen vrij robuuste soorten zijn.

Roze steurgarnaal

Soms beoefenen kotters in het late voorjaar de visserij op de roze steurgarnalen. Bij deze in het ‘Farne Deep’ en op de ‘Fladden Grounds’ beoefende visserij worden sloffen van ongeveer 1,5 meter hoog gebruikt. Over het algemeen hebben vissers niet veel aan deze garnaal, want hij brengt niet veel op.

De roze steurgarnaal, ook wel rode garnaal genoemd.

De roze steurgarnaal, ook wel rode garnaal genoemd. Asbjorn Hansen

4.4Gedrag garnaal ten opzichte van het vistuig

Het vangstprincipe van de garnalenkor is gebaseerd op het gedrag van de garnalen. Deze bevinden zich overdag in en op de zeebodem en springen hieruit op bij het naderen van een vistuig. Met de garnalenboomkor wordt een vangststimulus veroorzaakt door de klossenpees. Het contact met de klossen, de turbulentie van het water en/of de trillingen in de bodem stimuleren de garnaal om op te springen waardoor deze in het net terechtkomt.

De Noordzeegarnaal ligt vaak ingegraven in de zeebodem.ProSea

4.5Verwerking

Vanaf 2006 ligt de verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid bij de garnalenvisser. Hij moet zorgdragen voor hygiënemaatregelen. De vangst en aanvoer worden gezien als primaire productie. Een visser die aan boord producten kookt, wordt gezien als eigenaar van een levensmiddelenbedrijf. De Europese wetgeving ziet de garnalenkotter als een fabrieksvaartuig dat garnalen kookt, verpakt en opslaat. Het is dan verplicht om de HACCP beginselen toe te passen. Het is belangrijk dat je de hygiënecode voor de vissector (garnalen aan boord gekookt) kent en bij voorkeur ook aan boord hebt. Deze code is in 2007 uitgegeven door het Productschap Vis.

Een schematisch overzicht van de verwerkingslijn aan boord van een garnalenkotter, bestaande uit: (1) stortbakken, (2) opvoerband, (3) sorteerband, (4) transportgoot, (5) sorteermolen, (6) afvoergoot, (7) garnalenwelbak, (8) transportgoot voor de garnalen, (9) automatische kookketel, (10) spoelmolen, (11) uitzoekbak en visruimluik en het (12) stortkokerluik

Een schematisch overzicht van de verwerkingslijn aan boord van een garnalenkotter, bestaande uit: (1) stortbakken, (2) opvoerband, (3) sorteerband, (4) transportgoot, (5) sorteermolen, (6) afvoergoot, (7) garnalenwelbak, (8) transportgoot voor de garnalen, (9) automatische kookketel, (10) spoelmolen, (11) uitzoekbak en visruimluik en het (12) stortkokerluik.

De vis en de garnalen worden in de stortbakken (1) gestort. Daarna voert de opvoerband (2) de vangst mee naar boven naar de sorteerband (3). De vis wordt hier door een bemanningslid gesorteerd en gestript. De garnalen en ondermaatse vis gaan door de transportgoot (4) en worden in de sorteermolen (5) gesorteerd en gespoeld. In deze molen worden de garnalen van de rest van de vangst gescheiden. De discards worden vooralsnog teruggespoeld in zee door de afvoergoot (6).

De sorteermolen moet niet te vol worden gedaan en niet te snel draaien om dit doel te bereiken. Vervolgens komen de garnalen in de welbak (7); schelpjes en ander vuil kunnen hierin bezinken. Daarna gaan de garnalen door de transportgoot (8) de automatische kookketel in (9) en worden daar gekookt. De gekookte garnalen worden in het mandje geloosd. Als het mandje vol is, wordt deze door een bemanningslid in de spoelmolen (10) leeggegooid. De garnalen worden schoongespoeld en afgekoeld. Hierna worden de garnalen uit de spoelmolen gedraaid en in de uitzoekbak (11) gegooid. Eventueel vuil wordt hier nog verwijderd.

Daarna worden de garnalen in de stortkoker (12) gestort. In het visruim wordt ijs in kisten gedaan met daarop twee zakken garnalen (gemiddeld tussen de 10 tot 15 kg), waar vervolgens weer ijs overheen wordt gestrooid. Bij deze hoeveelheid is de afkoelsnelheid ongeveer 1°C per uur. De garnalen kunnen ook in kisten worden verpakt. Die kisten moeten niet te vol worden gedaan, want de laagdikte mag niet te groot zijn. De koude overdracht moet zo snel mogelijk gaan. Daarbij wordt de bijvangst van vis ook in kisten gedaan en naar het visruim gebracht.

De garnalen worden gekoeld met ijs.Nederlands Visbureau

Mechanische toevoer

Vanuit het net wordt de vangst in opvangbakken gestort en met grote hoeveelheden zeewater vermengd. De beide opvangbakken staan met elkaar in verbinding via een koker. Door een systeem van waterinspuiting komt de vangst uit beide bakken geleidelijk terecht in een kleinere bak van waaruit de roestvast-stalen transportband vrijwel zonder kans op beschadiging de vangst in de sorteermachine brengt. De voordelen van mechanisch transport zijn:

  • de gelijkmatige toevoer zorgt voor een optimale werking van de spoelsorteermachine en versnelt het sorteerproces;
  • de hoeveelheid zware lichamelijke arbeid aan boord vermindert;
  • door het storten van de vangst in opvangbakken met stromend zeewater worden vis en garnalen onmiddellijk schoongespoeld en blijven ze tijdens het gehele sorteerproces springlevend, ook op warme dagen;
  • het uitzoeken van de bijvangst kan op een eenvoudige manier tijdens het sorteren plaatsvinden, omdat de maatse vis van de langzaam bewegende transportband wordt gepakt.

De mechanische toevoer aan boord van een garnalenkotter

De mechanische toevoer aan boord van een garnalenkotter

Tegenover de gunstige eigenschappen van mechanisch transport bestaan er ook enkele nadelen, zoals:

  • de complete apparatuur is nogal groot en zwaar. Voor de kleinere schepen kan dit eventueel tot ruimte- en stabiliteitsproblemen leiden. In die gevallen zal moeten worden volstaan met alleen de sorteermachine.
  • de machine eist een relatief grote investering.

De spoelsorteermachine

Een roterende spoelmachine sorteert de vangst in consumptiegarnalen, maatse vissen en ongewenste bijvangst. De ongewenste bijvangst gaat vooralsnog onmiddellijk weer met een grote hoeveelheid spoelwater overboord. Door het spoelen van de garnalen voor het koken worden zand en slik verwijderd. Dit bevordert de hygiëne in de kookpot, maar ook de marktwaarde van de gekookte garnaal. Een garnaal die voor het koken grondig is gespoeld, is minder ruw aan het oppervlak. Ook is de houdbaarheid van een grondig gespoelde garnaal beter.

De spoelsoorteermachine

De spoelsorteermachine.

Er is een spoelsorteermachine ontwikkeld, die een groot aantal bezwaren van de schudzeef voorkomt. De voordelen van deze spoelsorteermachine zijn:

  • de spoelzeef werkt geruisloos en door de solide constructie en geringe draaisnelheid is de bedrijfszekerheid groot;
  • door een automatische afvoer van vis- en garnalenpuf vermindert de hoeveelheid werk aan boord behoorlijk. Bovendien worden de ondermaatse garnalen en de ondermaatse platvis levend overboord gespoeld;
  • van het kaal schuren van de platvis is geen sprake meer. De vis gaat niet of nauwelijks beschadigd overboord. Ook de kwaliteit van de consumptiegarnalen wordt beter, omdat die niet meer met visslijm worden vermengd. De garnalen worden vóór het koken grondig schoongespoeld, waardoor `stegge ‘ garnalen praktisch tot het verleden behoren. Bovendien blijven de garnalen tijdens het spoelproces in een betere conditie;
  • de opbrengst van consumptiegarnalen is groter doordat de spoelsorteermachine nauwkeurig selecteert;
  • de spoelmachine heeft een grote capaciteit door de constructie van de beide cilindervormige sorteertrommels.

In de binnentrommel worden de garnalen gescheiden van de bijvangst door spiraalvormige zeefopeningen van 12 x 34 mm. De buitentrommel scheidt de ondermaatse garnalen van de consumptiegarnalen. Door de afwisseling van compartimenten met rechte en spiraalvormige spijlen komt er een goede scheiding en wordt er veel ongewenste zaken uit de vangst verwijderd.

Een zwemkrab

Een zwemkrab. Waddenzeeschool

De consumptiegarnalen worden tenslotte nog van ondermaatse platvisjes gescheiden door de naleesspiraal. Deze is voorzien van 700 slim gevormde bakjes die de sorteersleuven vormen. De garnalen kunnen hierdoor passeren, maar de platvisjes en kleine zwemkrabben niet. Door de staven van de naleesspiraal worden de garnalen gericht, wat de capaciteit erg vergroot. Bij 18 omwentelingen per minuut komen iedere minuut 12.600 (18 x 700) sorteeropeningen voorbij. De grootste vangst wordt moeiteloos verwerkt.

Bijzonder is ook het verstelbare lipje aan de bovenkant van de sorteersleuven. Door een zorgvuldige afstelling van dit lipje, onder een stompe hoek, wordt voorkomen dat kokkels en andere schelpdieren die in de sorteersleuven rollen, blijven steken. Deze worden bij de volgende omwenteling weer verwijderd. Hierdoor blijft de naleesspiraal de hele visdag schoon. Doordat de naleesspiraal slechts platvisjes van 8-9 cm lang en zwemkrabben van een bepaalde grootte moet verwijderen, is de maatvoering heel precies. De andere vis is er in de beide zeeftrommels al uitgehaald. Er zijn twee uitvoeringen beschikbaar:

  • een zeeftrommel met openingen van 12,5 mm voor het sorteren van kleine garnalen en zeer kleine krabbetjes (april- september);
  • een zeeftrommel met openingen van 14 mm voor grote garnalen en grotere zwemkrabben (oktober-maart). De naleesspiralen zijn met vier boutjes vastgezet en gemakkelijk te verwisselen.

Het resultaat is verbluffend, want je krijgt consumptiegarnalen waarin geen enkel platvisje en nauwelijks krabbetjes voor komen. Verder treft men nog slechts een enkele grondel, zandspiering of bliekje in de consumptiegarnalen aan. Die worden bij het koken verwijderd.

Ongewenste visjes en krabbetjes worden tussen de gekookte garnalen uitgeplukt. Nederlands Visbureau

Koken van de garnalen

Tot rond 1930 werden garnalen levend aangevoerd en langs de huizen verkocht, maar dat zou nu niet meer kunnen. De consument is het tegenwoordig niet meer gewend om zelf garnalen te koken en het koken wordt tegenwoordig al aan boord gedaan. Garnalen moeten levend gekookt worden, omdat ze dan goed krom trekken en beter te pellen zijn. Een belangrijke factor voor de kwaliteit van het product is de kookmethode. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen flauwe garnalen en zoute garnalen.

Het koken van garnalen aan boord doet men inmiddels al vele jaren.VLIZ Fotogalerij

Het kookwater moet 100°C zijn. De temperatuur daalt als er garnalen in de kookketel worden gedaan. Als de temperatuur weer 100°C is, dan worden de garnalen zo’n 5 minuten gekookt. Bij handmatig koken moet er wel regelmatig worden geroerd. Ook moet het kookwater worden ververst. Zodra de garnalen komen bovendrijven zijn ze gaar. Vaak worden ze nog een minuut langer doorgekookt.

De kooktijd hangt onder andere af van de grootte en dikte van de garnalen. Het kookproces kan niet alleen handmatig, maar ook automatisch gebeuren. Het voordeel van een automatisch kookproces is dat er per kooksel een gedoseerde hoeveelheid garnalen per keer in het water wordt gekookt en dat het voortdurend aan de kook blijft. De kooktijd en de kookhoeveelheid is met een regelkast zeer nauwkeurig in te stellen. In een kookketel van 190 liter met een kooktijd van 3 minuten en een toevoer van 12 tot 15 kg kan in een uur ongeveer 240 kg garnalen worden gekookt.

Een kookketel

Een kookketel

De garnalen worden allemaal op dezelfde manier gekookt, dat geeft een meer uniform product. Tijdens het koken wordt regelmatig vers zeewater toegevoegd. Na het vissen moet de kookketel worden geleegd. Aan het begin van de eerste trek wordt de kookpot weer gevuld met vers zeewater. Enkele voordelen van automatisch koken:

  • minder werk;
  • gelijke kwaliteit van het gekookte product;
  • geschikt voor spoelmachine en schudzeef door de regelbare uitvoersnelheid;
  • het koken van de garnalen vereist geen specifieke vakkennis;
  • het waterniveau wordt automatisch op peil gehouden.

Na het koken worden de garnalen in een spoeltrommel met zeewater gespoeld en afgekoeld.

Zoute garnalen

Deze manier van garnalenverwerking wordt nog door een enkele kotter gedaan. Het kookproces voor zoute garnalen zou als volgt moeten gebeuren:

  • Aan het begin van het kookproces wordt 20-25 kg zout aan het zeewater in de kookketel toegevoegd. In 80-100 liter water geeft dit een verzadigde pekeloplossing. Wanneer het water kookt, wordt ongeveer 20 kg garnalen toegevoegd. Vervolgens wordt nog een schep zout (2-3 kg) toegevoegd. Wanneer de garnalen omhoog komen drijven, wordt even flink geroerd. Vervolgens is het wachten tot alles aan de kook is geraakt (5 minuten). Tijdens het overkoken wordt een beetje zeewater toegevoegd. Direct daarna gaan de garnalen uit de kookketel in de spoel/koelzeef.
  • Aan elk volgend kooksel wordt een schep zout van ongeveer 2-3 kg toegevoegd. Een teveel aan zout is niet zo’n groot probleem, omdat de garnalen niet meer zout opnemen dan een bepaald percentage. De hoeveelheid zout dat gebruikt wordt ligt ongeveer rond de 50 kg zout voor 200-250 kg garnalen.
  • De moeilijk pelbare, zoute garnalen worden meestal ongepeld naar omringende landen (voornamelijk Frankrijk) geëxporteerd. Zoute garnalen bevatten ongeveer 4% zout.

Flauwe garnalen

De flauwe garnalen, of de pellerij- of binnenlandse garnalen, worden vaak door de handel gepeld aan de afnemers afgeleverd. Flauwe garnalen zijn in vergelijking tot zoute garnalen makkelijker te pellen. Het zoutgehalte van flauwe garnalen bedraagt ongeveer 1%. Afgezien van het zoutgehalte van het kookwater is de kookmethode voor flauwe garnalen ongeveer gelijk aan de kookmethode voor zoute garnalen.

De flauwe garnalen worden zonder toevoeging van zout gekookt in zeewater. Ze worden op dezelfde wijze gekookt als de zoute garnalen, maar per keer wordt ongeveer 30 kg garnalen in de ketel gedaan. De reden dat er 10 kg garnalen meer gekookt wordt, is dat de flauwe garnalen iets gaarder moeten worden. Dat maakt het pellen makkelijker, omdat de garnaal iets meer krimpt. Bij een grotere hoeveelheid garnalen duurt het koken langer.

Een onderzoek bewijst dat de pelbaarheid van flauwe garnalen samenhangt met de manier van koken. ‘Goed gaar’ en ‘net gaar’ gekookte garnalen werden op pelbaarheid beoordeeld door een pelteam samengesteld uit TNO medewerkers en in een commercieel centrum voor handpellen in Volendam. Als criteria voor de pelbaarheid werden het percentage garnalen dat breekt tijdens het pellen en de pelsnelheid gehanteerd (aantal gepelde garnalen per uur).

Overzicht van de resultaten van de pelbaarheidsbeoordeling.

Overzicht van de resultaten van de pelbaarheidsbeoordeling.

Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat de pelbaarheid van ‘goed gaar’ gekookte garnalen zowel qua breukpercentages als qua pelsnelheid beter is dan van ‘net gaar’ gekookte garnalen. De textuur van ‘net gaar’ gekookte garnalen wordt daarentegen iets beter beoordeeld dan de textuur van ‘goed gaar’ gekookte garnalen.

Spoelen van de gekookte garnalen

Het spoelen van de garnalen na het koken heeft twee doelen:

  1. Het afkoelen van de garnalen.
  2. Het verwijderen van de meegekookte bijvangst.

Afkoelen van de garnalen

Het is voor de houdbaarheid gunstig dat de garnalen na het koken zo snel mogelijk worden afgekoeld. Bovendien wordt dan voorkomen dat de garnalen te gaar worden. Koeling met lucht geeft wel een goede houdbaarheid, maar is onpraktisch doordat het te lang duurt. Met het oog op de gekookte toestand van de garnalen zou eigenlijk met water moeten worden gespoeld dat van drinkwaterkwaliteit is. In de praktijk wordt schoon zeewater gebruikt. Natuurlijk is koelen met havenwater uit den boze. Het afkoelen vindt plaats in een roterende zeeftrommel. Tijdens het spoelen met zeewater koelen de garnalen binnen enkele minuten af tot de temperatuur van het water.

Verwijderen van meegekookte bijvangst

Het afkoelen van de garnalen en het koken in zeewater heeft ook als doel om de meegekookte bijvangst te verwijderen. Door het grondig spoelen van de garnalen in de spoelmachine wordt de bijvangst, die door het koken gaar is geworden, grotendeels verwijderd. Een partij gekookte garnalen zonder bijvangst is langer houdbaar dan een partij gekookte garnalen die nog wel bijvangst bevat.

De ongewenste bijvangst die de spoelsorteermachine niet heeft verwijderd en die ook na het koken en spoelen tussen de garnalen is achtergebleven, wordt tenslotte met de hand verwijderd. Wel moet er hygiënisch gewerkt worden met schone, gewassen handen en armen, handschoenen en een schone oliejas. Ook mag men tijdens dit proces niet roken, spugen, eten of drinken.

vangstsoorten binnen de garnalenvisserij, zoals een dikkopje (links), botervis (midden) en haring (rechts

Bijvangstsoorten binnen de garnalenvisserij, zoals een dikkopje (links), botervis (midden) en haring (rechts). Kustfotografie.be, Diverosa & Ecomare

Koelen van de garnalen

Na het spoelen met zeewater zijn de garnalen tot de omgevingstemperatuur afgekoeld. Als de garnalen bij deze temperatuur worden opgeslagen leidt dat vooral zomers tot een snelle ontwikkeling van bederfbacteriën. Opslag in open bakken in een gekoeld ruim, zelfs wanneer dit in dunne lagen gebeurt, is niet voldoende om de ontwikkeling van bacteriën tegen te gaan. Het koelen neemt vele uren in beslag. Over het algemeen vult men voor het koelen plastic zakken met garnalen en plaatst deze zakken in kisten met smeltend ijs.

Een ontwikkeling op het gebied van de koeling is het gebruik van mechanisch gekoeld zeewater. Er is een koelapparaat waarin de garnalen op een trilgoot met koud zeewater worden besproeid waardoor zij binnen 1 minuut van 20°C tot 4°C worden gekoeld. In een ander apparaat kunnen garnalen in een stortkoker worden gekoeld met gekoeld zeewater dat door de garnalen kan circuleren.

Een koelapparaat

Een koelapparaat

Opslag en bewaring van garnalen aan boord

Het grootste deel van de vloot beschikt over een koelruim. Dat kan met geforceerde luchtkoeling en met stille koeling. Bij afweging van de voor- en nadelen van ieder systeem lijkt stille koeling de beste resultaten te geven. Nog steeds zijn er schepen, vooral van dagvissers, slecht of helemaal niet voorzien van een geïsoleerd visruim. Het bereiken van de gewenste temperatuur is hier alleen met ijs mogelijk. Zonder het gebruik van ijs moet de reistijd in de zomer worden aangepast.

Garnalen in het visruim

Garnalen in het visruim

Bederfelijkheid van gekookte garnalen

Wanneer garnalen na de vangst aan boord worden gekookt, worden aanwezige bacteriën gedood. Hierdoor zijn de garnalen aan het eind van het kookproces bijna een steriel product. Een uitzondering zijn enkele mogelijk aanwezige sporenvormende bacteriën.

Tijdens de behandeling aan boord, waarbij de gekookte garnalen in een spoeltrommel met zeewater worden gekoeld, is het onvermijdelijk dat de garnalen hun steriele toestand verliezen. De garnalen komen opnieuw in contact met de bacteriën die in het zeewater leven. Dat is een ongewenste situatie, omdat de garnalen na het kookproces een consumptieartikel zijn geworden. In het ‘Garnalenbesluit’ is het spoelen van de gekookte garnalen met zeewater goedgekeurd. Het is wel van belang dat de garnalen daarna van dusdanige kwaliteit zijn dat ze aan de microbiologische eisen voldoen.

Uitgebreid onderzoek heeft bewezen dat zeewater voor dit doel geschikt kan worden gemaakt door het met uv-licht te bestralen. Er kan gebruikgemaakt worden van speciaal voor de behandeling van water geconstrueerde doorstoomapparaten. Wanneer de garnalen na het koken afgekoeld worden door ze te spoelen met uv-gesteriliseerd zeewater, kunnen deze dagen goed worden gehouden. Dan moeten ze uiteraard niet meer met de hand worden aangeraakt of op andere manieren worden besmet. Ook dienen ze koel te worden bewaard.

Het thuispellen van garnalen is op een gegeven moment ook verboden i.v.m. de hygiëne. Ben van Meerendonk : AHF, collectie IISG

Het is mogelijk garnalen met een voldoende laag kiemgetal (aantal bacteriekiemen dat zich in of op de garnalen bevind) aan te voeren door gebruik te maken van een uv-lamp in combinatie met een sorteertrommel die het nalezen overbodig maakt. Vervolgens komen ze daarna weer in een normale spoeltrommel en één van de ontwikkelde koelapparaten. Het Garnalenbesluit heeft bepaald hoe de garnalen aan boord bewaard dienen te worden. Zo moet er voor het bewaren aan boord gebruik gemaakt worden van smeltend ijs en mag de temperatuur maximaal 4°C zijn.

Tijdens de huidige verwerking aan boord treedt onder praktijkomstandigheden nog steeds bacteriële besmetting op van de garnalen ondanks het koelen, waardoor de houdbaarheid van het aan de wal gebrachte product slechts enkele dagen bedraagt. Slechts door bijmenging van chemische conserveringsmiddelen zoals benzoëzuur en sorbinezuur kunnen de garnalen voldoende lang houdbaar worden gemaakt. Dit is belangrijk, want de garnalen kennen aan de wal nog een lange distributieketen. Hierbij belanden de garnalen via de afslag bij de pelcentra, de detailhandel en uiteindelijk bij de consument.

Zonder koeling bederft de gekookte garnaal erg snel. Dat komt omdat de bacteriën die zich op dit product ontwikkelen zich erg snel vermenigvuldigen. Het zijn bacteriën die zelfs bij temperaturen beneden 10°C nog behoorlijk snel groeien. Deze bacteriën heten koudeminnend of psychrofiel. De bacteriën waar het bij de garnaal voornamelijk om gaat behoren tot het geslacht Alteromonas. Aan boord mag geen benzoëzuur aan de garnalen worden toegevoegd. Daarom is het des te belangrijker dat de garnalenverwerking aan boord plaats vind onder zeer hygiënische omstandigheden, want dan verbeterd de kwaliteit van de garnaal en kun je een goed houdbaar product afleveren op de afslag.

Verwerking aan de wal

In Nederland geldt een zeef- en keuringsplicht waarbij de garnalen in een afslag moeten worden aangeboden. De garnalen kunnen op een andere plaats worden aangevoerd, maar worden dan per vrachtauto naar de afslag worden vervoerd. In de visafslag worden de garnalen opnieuw gezeefd. Voor de zeefstations op land gelden ook regels, zo moeten de spijlen een minimale opening hebben van 6,8 mm. Daarop wordt toezicht gehouden door een onafhankelijke controleur. Momenteel is men ook bezig met het testen van cameratoezicht om het zeefproces in de gaten te houden.

Met behulp van cameratoezicht hoopt men de kosten voor controle omlaag te brengen.Visserijnieuws

Hierna worden de garnalen voor de verkoop aangeboden. In de afslag wordt benzoëzuur in een 1:1 mengsel met zout toegediend aan de garnalen.

Een deel van de distributieketen van de garnaal. Eerst worden de garnalen gelost bij de afslag (links), daarna worden ze via de afslag verkocht (midden) en daarna worden de garnalen overwegend met de hand gepeld in Marokko (rechts).

Een deel van de distributieketen van de garnaal. Eerst worden de garnalen gelost bij de afslag (links). Daarna worden ze via de afslag verkocht (midden) en worden de garnalen overwegend met de hand gepeld in Marokko (rechts). Visveiling Urk & Heiploeg

4.6Duurzaamheid

De garnalenvisserij heeft met name te maken met kritiek op de nadelige ecologische effecten van deze visserij. Zo is het gebruik van de fijnmazige boomkornetten niet erg selectief en zorgen ze voor ongewenste bijvangsten en discards, waaronder te kleine garnalen en andere zeeorganismen. De overlevingskans van deze teruggegooide dieren is met name voor vis erg klein. Doordat er wordt gevist in kustgebieden en Natura 2000 gebieden is bijvangst een groot probleem, omdat deze gebieden kinderkamers zijn voor veel diersoorten. In deze kinderkamers zijn vaak veel jonge dieren aanwezig.

Er wordt door vissers en onderzoekers samen gezocht naar manieren om de hoeveelheid discards te verminderen en om het vistuig duurzamer te maken. Zo word er onder andere onderzoek gedaan naar een het gebruik van een pulstuig in de garnalenvisserij. Ook zijn er innovaties binnen de garnalenvisserij om de overlevingskans van bijvangst verder te verhogen. Zo zorgt de zeeflap ervoor dat er minder bijvangst in het net terecht komt en aan boord zorgt de zeef ervoor dat het grootste deel van de bijvangst levend overboord wordt gezet.

Verder zorgt het contact tussen het gesleepte vistuig en de zeebodem voor bodemberoering. Dit stelt de visserij op garnalen steeds vaker in een negatief daglicht. Om een beter beeld te krijgen van de effecten van het garnalenvistuig, is er onderzoek gedaan van 2012 tot 2014 naar de effecten van de garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden.

Overzicht van de Natura 2000 gebieden op zee.Noordzeeloket

Wat betreft de effecten op de zeebodem konden nog niet zoveel uitspraken worden gedaan. Dat kwam mede doordat er in maar liefst 12 van de 15 gesloten onderzoeksgebieden vrijwel met zekerheid is gevist. Daardoor bleven er maar drie onderzoeksgebieden over, waardoor er geen sterke conclusies getrokken kunnen worden over de impact van de garnalenkor op de zeebodem en de zeebodemdieren en planten.

In december 2017 heeft de Duitse, Deense en Nederlandse garnalensector een MSC keurmerk gekregen. Om het blauwe MSC-keurmerk te bemachtigen zijn vissers zelf beperkende maatregelen overeengekomen. Zo schakelden ze de Universiteit van Hamburg en de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) in voor de ontwikkeling van het beheerplan en werd een Productie- en Afzetplan (PAP) gerealiseerd, waarin de garnalenvangsten nauwkeurig worden geregistreerd.

Uitreiking van het MSC-keurmerk aan de Duitse, Deens en Nederlandse garnalenvisserij.Nederlands Visbureau

Een andere belangrijke ontwikkeling om de garnalenvisserij duurzamer te maken is het pellen van de garnaal door een garnalenpelmachine. Tot op heden worden de meeste garnalen naar Marokko getransporteerd om daar met de hand gepeld te worden. Dat transport draagt ook bij aan de CO2 uitstoot. Met de steeds beter werkende garnalenpelmachine is dit transport naar Marokko in de toekomst misschien niet langer nodig, waardoor transportkosten en CO2 uitstoot kunnen worden verminderd. Met een garnalenpelmachine zouden de garnalen binnen 24 uur gepeld, verwerkt en verpakt kunnen worden. Momenteel heeft de garnalenpelmachine een capaciteit van meer dan 1.000 kg per dag.

5Garnalenpulskor

Naast het gebruik van elektriciteit voor het vangen van platvis is er ook aandacht besteed aan het gebruik van elektriciteit voor het vangen van garnalen. In de jaren ’70 werd er in Nederland voor het eerst geëxperimenteerd met een elektrische garnalenkor door het RIVO (Nederlands Instituut voor Visserijonderzoek, tegenwoordig Wageningen Marine Research). Deze experimenten werden in 1976 stopgezet na teleurstellende resultaten. Vervolgens is het onderzoek naar een garnalenpulskor weer opgepakt in 2006 tijdens het ‘’Project Pulskor’’ in België. Binnen dat project werkten ILVO (Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek), de Vlaamse Visserij Vereniging, Universiteit Gent en Marelec N.V. aan een nieuw type garnalennet met een betere selectiviteit en een verminderde milieu-impact. Daarbij is de garnalenpulskor ontwikkeld, ook wel bekend als de HOVERCRAN.

Een garnalenpulstuig.Wageningen Marine Research

5.1Beschrijving

Hovercran verwijst naar het Engelse werkwoord “hover”, dat zweven betekent. Het vistuig sleept namelijk niet meer over de zeebodem, maar zweeft er net boven, zoals een hovercraft. Daardoor vermindert de bodemberoering behoorlijk. Aan de andere kant verwijst het deeltje “cran” in de naam naar Crangon crangon, de wetenschappelijke naam van de grijze Noordzeegarnaal.

De Hovercran is een nieuw type vistuig waarvan het vangstprincipe gebaseerd is op het stimuleren van de garnaal door elektrische prikkels. Het lijkt dus wel wat op de pulskor op platvis. Daarbij is de klossenpees vervangen door 12 lichte elektroden. Deze elektroden wekken een elektrisch veld op dicht bij de zeebodem. Hierdoor springen garnalen op uit het zand en komen ze in het net terecht.

De garnalenpulskor voor onderhoud op de kade om gereed te maken voor een nieuwe visweek.ProSea

Het net zweeft ongeveer 15 cm boven de zeebodem. Niet-doelsoorten kunnen ontsnappen onder het net. In 2009 werd dit vistuig bekroond tijdens de WWF Smart Gear Competition (wedstrijd voor innovatieve vistuigen). Uit een reeks verkennende experimenten op zee, zowel met de Hovercran (O 191) als met andere pulsvistuigen met lichte klossenpezen (TX 25, SD 33) bleek dat een selectieve, verhoogde onderpees een vluchtweg creëerde voor de meeste bijvangstsoorten. Afhankelijk van het type optuiging werd de bijvangst met 15 % tot 65 % verminderd.

De Hovercran zonder klossen kan goed worden gebruikt op bestekken met een vlakke zeebodem. Op ruwere en meer oneffen visgronden vergroot het risico op problemen, want er zijn geen klossen die het net over obstakels heen helpen. Voor dergelijke visgronden (zoals veel gebieden op de Waddenzee) diende een tussenoplossing gevonden te worden in de vorm van een aangepaste klossenpees. Zodra er gevist wordt met een aangepaste klossenpees is er geen sprake meer van een hovercran maar van een garnalenpulskor.

Een schematische weergave van de garnalenboomkor (boven) en de HOVERCRAN (onder). Duidelijke verschillen zijn de afwezigheid van de klossen bij de HOVERCRAN, de elektroden en de afstand van het net ten opzichte van de zeebodem.

Een schematische weergave van de garnalenboomkor (boven) en de HOVERCRAN (onder). Duidelijke verschillen zijn de afwezigheid van de klossen bij de HOVERCRAN, de elektroden en de afstand van het net ten opzichte van de zeebodem. ILVO

Het opwekken van een geschikt elektrisch veld in zeewater vereist nieuwe apparatuur. Hierbij is de pulsgenerator het belangrijkste onderdeel, want die vormt de wisselstroom om tot laagfrequente gelijkstroompulsen en geeft deze door aan de elektroden in het net. Deze generator is bevestigd op het vistuig en wordt gevoed via een kabel afkomstig van het schip. Het vieren en halen van deze voedingskabel gebeurt door middel van een speciaal ontworpen winch.

Bij de pulsvisserij op garnaal met het Marelec-systeem is de instellingsmogelijkheid van de pulsgenerator beperkt tot één wijzigbare pulsparameter, namelijk de pulsamplitude. Deze parameter, het resultaat van het spanningsverschil over de naburige + en – elektrode, is continu instelbaar via een draaischakelaar. Dit laat toe om wijzigingen in de geleidbaarheid van het zeewater, als gevolg van verschillen in temperatuur en/of zoutgehalte, op te vangen. Dit betekent dat de kenmerken van het elektrisch veld op de zeebodem vastliggen met uitzondering van de pulsamplitude.

De pulsparameters voor platvis (Delmeco en HFK) en garnaal (hovercran) zijn verschillend en hebben daardoor ook een ander effect. De Haan et al. 2011, Verschueren et al. 2012.

Via real-time uitlezing in de scheepsbrug is de controle van het pulssysteem mogelijk. De specifieke software laat toe om de prestaties van de 11 afzonderlijke elektrodeparen te monitoren en te loggen, zoals voorgeschreven wordt door de Europese wetgeving. Het outputvermogen van elke pulsgenerator is aanzienlijk lager dan het inputvermogen en is een gevolg van elektrische verliezen in de pulskabel en de generator zelf.

5.2Werkwijze

De pulsgenerator, die de vorm en de sterkte van de puls regelt, bevind zich op de boom. Er zijn regels opgesteld waaraan de pulskor moet voldoen. Zo is de maximaal toegestane spanning tussen de elektroden 15 volt. Voor het maximale vermogen van het wekveld is gekozen voor 1.25 kW per meter boom. Binnen die grenzen kan een puls (en daarmee het wekveld) alsnog heel erg verschillend zijn. Hoe een puls is opgebouwd noemt men ook wel de pulskarakteristieken. De volgende zaken zijn van invloed op de pulskarakteristieken:

  • De amplituden in volt (V); het potentiaal dat gemeten wordt tussen twee geleidende delen.
  • De elektrische veldsterkte (V/cm); de logische consequentie van de amplitude en de elektrode afstand.
  • Puls frequentie (Hz); het aantal pulsen per seconde.
  • Pulsduur (µs): de duur van de puls.
  • De steilheid van de voorste en achterste rand van de puls.
  • De vorm van het elektrische veld (het directe gevolg van de pulsvorm, maar ook afhankelijk van soort en aantal elektroden, de afstand tussen de elektroden en de lengte / combinatie van geleidende en isolerende delen).

Naast de pulskarakteristieken zijn er ook veel natuurlijke factoren die van invloed zijn op het wekveld, zoals:

  • Verschillen in geleidbaarheid van het zeewater en de zeebodem.
  • De samenstelling van de zeebodem (een slibrijke bodem heeft een betere geleiding dan een zandbodem).
  • Het zoutgehalte van het water (zout water heeft een hoger geleidend vermogen dan zoet water).
  • De watertemperatuur (warm water heeft een hogere geleidbaarheid dan koud water).

In de praktijk worden momenteel draadvormige elektroden met een conductorlengte van ongeveer 1,5 meter gebruikt aan een vaarsnelheid van ca. 3 knopen. Hierbij staat een garnaal ongeveer 1 seconde bloot aan het elektrisch pulsveld en krijgt de garnaal maximaal 5 pulsen van 0,0005 seconden over zich heen. De korte pulsduur en de zeer lage herhalingsfrequentie maken een geringe energie-input mogelijk (ca. 1kWh per vistuig) ondanks de hoge geleidbaarheid van zeewater.

Hier zie je het werkingsprincipe van de pulsgenerator. De 12 elektroden vormen 11 elektrodeparen die beurtelings worden aangestuurd door de pulsgenerator. In deze tekening wordt het elektrisch veld weergeven in de groene kleur. Elke puls (groene veld) duurt 0,0005 seconden.

Hier zie je het werkingsprincipe van de pulsgenerator. De 12 elektroden vormen 11 elektrodeparen die beurtelings worden aangestuurd door de pulsgenerator. In deze tekening wordt het elektrisch veld weergeven in de groene kleur. Elke puls (groene veld) duurt 0,0005 seconden. ILVO

5.3Doelsoorten en bijvangst

De garnalenpulskor heeft dezelfde doelsoorten en bijvangsten als de garnalenboomkor. Wel zijn er duidelijke verschillen te zien in de samenstelling van de vangst qua doelsoorten en bijvangst. Zo zijn er vangstvergelijkingen uitgevoerd tussen een klassieke garnalenkor en een garnalenpulskor. De vangstvergelijkingen toonden aan dat er enkel in de zomermaanden een hogere vangst van maatse garnalen was met het pulstuig (+ 16% in juni en + 9,4% in september), maar dit verschil was alleen heel duidelijk te zien in juni. In oktober en december was er geen duidelijk verschil te zien in de vangst van maatse garnalen.

Een schematische weergave van het onderzoek waarbij een vangstvergelijking werd uitgevoerd tussen een garnalenkor en een garnalenpulskor.

Een schematische weergave van het onderzoek waarbij een vangstvergelijking werd uitgevoerd tussen een garnalenkor en een garnalenpulskor. ILVO

De vangst van pufgarnalen was duidelijk lager met het pulstuig (- 19% tot – 33% minder) in september, oktober en december. Verder bleek de bijvangst van vissen en bodemdieren voor alle zeereizen duidelijk lager (- 50% tot – 76%) met het pulstuig (zie onderstaande afbeelding). De reductie in de bijvangst van commerciële vissoorten was vooral zeer opvallend voor schol en tijdens bepaalde zeereizen ook voor schar, bot, kabeljauw en wijting.

Wat betreft de bijvangst van andere bodemdieren, zoals mesheften, nonnetjes, zeeanemonen, zeesterren, donderpadden, grondels, gewone strandkrabben, harnasmannetjes, zeenaalden en haringachtigen zag men ook een duidelijke afname met de garnalenpulskor ten opzichte van de garnalenboomkor. Het pulstuig met zeeflap aan boord van een commerciële garnalenkotter had beduidend minder bijvangst van vissen, bodemdieren en pufgarnalen. Dat terwijl de vangst van maatse garnalen meestal gelijk bleef of zelfs wat hoger lag dan bij een traditionele garnaalboomkor met zeeflap.

De combinatie van een aangepaste boomkor met een ‘vierkant’ net met zeeflap en rechte, gereduceerde klossenpees met 11 klossen voorzien van een elektrisch pulsveld vertoont dus een fel verbeterde selectiviteit ten opzichte van een traditionele garnalenboomkor met zeeflap.

Hier zie je de samenstelling van de vangst met een garnalenkor (links) en met de HOVERCRAN (rechts).

Hier zie je de samenstelling van de vangst met een garnalenkor (links) en met de HOVERCRAN (rechts). ILVO

5.4Gedrag garnaal ten opzichte van het vistuig

De garnalen worden door het pulsveld gestimuleerd om verticaal op te springen van de zeebodem, waardoor ze in het net terecht komen. Het is belangrijk om te weten dat de puls die voor garnalen gebruikt wordt verschilt met de puls die voor platvis gebruikt wordt. De garnaalpuls die de typische ‘tail flip’ reactie bij garnalen opwekt (zie onderstaande afbeelding) heeft een veel lagere herhalingsfrequentie (5 Hz i.p.v. ca. 50 Hz) waardoor elk dier in het sleepspoor slechts enkele afzonderlijke pulsen ervaart. Vanaf een herhalingsfrequentie van ongeveer 20 Hz treedt verkramping op in blootgestelde spieren, zoals bij de platvispuls, waarbij we niet meer kunnen spreken van een schrikpuls.

Rechtsboven is de voor de garnaal typische ‘tail flip’ beweging te zien die ze gebruiken om te vluchten. Op de onderste foto’s zie je hoe de garnalen reageren op een puls

Rechtsboven is de voor de garnaal typische ‘tail flip’ beweging te zien die ze gebruiken om te vluchten. Op de onderste foto’s zie je hoe de garnalen reageren op een puls. ILVO

Er zijn (nog) niet veel studies gedaan naar het gedrag van bodemdieren en bijvangstsoorten ten opzichte van de garnalenpulskor. Laboratoriumstudies naar garnaal, (plat)vissoorten en bodemdieren wezen verschillende reacties uit bij verschillende vissoorten en overige dieren. Reacties van onderzochte vissoorten zijn als volgt:

  • Schol; blijft ingegraven, lichaam vibreert op pulsfrequentie.
  • Tong; vrijwel hetzelfde als schol, slechts een aantal zwemt op uit ingegraven positie.
  • Schar; hevige reactie, zwemt over bodem of naar oppervlak; pas na stoppen van pulsen keert het dier terug naar de bodem.
  • Tarbot; hetzelfde als schol.
  • Rog; hetzelfde als schol.
  • Zeedonderpad; rust op bodem, lichaam vertoont lichte vibraties maar vis blijft liggen.
  • Pitvis; lichaam vertoont sterke ongecontroleerde spasmen, vis verplaatst zich over korte afstanden over bodem.
  • Harnasman; op de bodem liggende vissen begonnen langzaam te zwemmen terwijl lichaam vibreert op pulsfrequentie; vissen die hoger in de waterkolom zwommen keerden onmiddellijk terug naar de bodem.
  • Vijfdradige meun; na stimulatie volgde onrustig zwemgedrag dicht bij de bodem.

Reacties van overige soorten:

  • Zwemkrab; onrustig rondlopen over de bodem, na stoppen van de puls groeven de dieren zich snel in het zand in.
  • Strandkrab; hetzelfde als de zwemkrab.

Geen gedragsverandering werd waargenomen bij heremietkreeft, zeester, spisula en de slangster.

5.5Verwerking

De vangstverwerking van de garnalenpulskor is over het algemeen makkelijker dan bij de garnalenkorvisserij doordat er minder bijgevangen wordt. Hierdoor is er minder tijd nodig voor het sorteren van de garnalen, neemt de kwaliteit van de garnalen toe en verloopt de verwerking van de vangst sneller. Mede door de snellere verwerking neemt ook de overlevingskans van de bijvangst toe. Voor de rest is het verwerkingsproces vergelijkbaar met die van de garnalenkor.

Hier zie je hoe de garnalen vroeger werden gekookt aan boord. De garnalen liggen af te koelen in de lichtblauwe bak op de achtergrond.VLIZ Fotogalerij

5.6Duurzaamheid

Qua selectiviteit en het verminderen van de bijvangst kan de garnalenpulskor als een ecologisch duurzamere vismethode worden gezien ten opzichte van de garnalenkor. Alleen beïnvloed de samenstelling van de rest van het tuig (vorm klossenpees, aantal klossen) ook hoe duurzaam er gevist kan worden met de garnalenpulskor.

Een garnalenpulstuig met minder klossen dan de garnalenkor en met een recht in plaats van U-vormige klossenpees zou in principe selectiever moeten vissen dan de garnalenkor. Ook heeft het minder bodemcontact in vergelijking met de garnalenkor en leidt het lichtere tuig ook tot brandstofbesparing.

Een garnalenpulskor met rechte klossenpees.

Een garnalenkor met u-vormige klossenpees.ProSea

Maar zolang er geen duidelijk standaard garnalenpulstuig komt, blijft het lastig om te bepalen hoe duurzaam deze vismethode precies is. Tot nu toe lijkt het er op dat het tuig nog niet helemaal is uitontwikkeld, waardoor het nog te vroeg is om nu al met een standaard garnalenpulstuig te komen. Het bepalen over een standaard garnalenpulstuig zal tijdens een aantal bijeenkomsten met deskundigen uit Nederland, België en Duitsland en garnalenpulsvissers moeten gebeuren. Daarnaast is de vraag of pulsvisserij weer toegestaan zal worden na het totaalverbod op pulsvisserij in 2021.

Negatieve korte termijn effecten van de garnalenpuls op andere zeedieren en het ecosysteem lijken, mede door de relatief lage spanning die gebruikt wordt voor de garnalenpuls, beperkt en geven een kleine kans op gebroken ruggenwervels bij vissen. Maar mogelijke effecten op de (middel)lange termijn of bij herhaalde blootstelling zijn nog onvoldoende of totaal niet onderzocht.

Verder heeft onderzoek aangetoond dat het garnalenpulstuig efficiënter kan zijn qua het vangen van garnalen dan de garnalenkor. Oftewel, in minder uren vissen kan dezelfde hoeveelheid garnalen worden gevangen. Een verhoogde efficiëntie kan een voordeel zijn als het gaat om minder bijvangst en bodemberoering per kg gevangen garnaal, maar dan alleen als er een beperking is aan de totale garnalenvangst per jaar (bijvoorbeeld door het instellen van een quotum). Dit is ook belangrijk omdat de garnalenpulskor kan zorgen voor een hogere aanvoer. Daarom moet grootschalige introductie van de garnalenpuls gepaard gaan met maatregelen om verzadiging van de garnalenaanvoer te voorkomen. Dit kan op meerdere manieren, o.a. door het regelen van de visserij-inspanning (zoals ook gebeurd als onderdeel van het MSC-keurmerk) en (deel)sanering.

Aangevoerde garnalen op de kade.ProSea

In dit stadium is het te vroeg om de duurzaamheid van de garnalenpulskor goed te kunnen beoordelen. Wat wel bij alle onderzoeken en discussies naar voren komt is de verhoogde efficiëntie voor de vangst van commerciële garnalen. Dit wekt een hoop tegenstand op vanwege de nu al aanwezige overcapaciteit in de aanvoer van garnalen. Wil het traject van de garnalenpulskor kans van slagen hebben als duurzamer alternatief voor de garnalenkor, dan moet er niet alleen worden gekeken naar de techniek en effecten. Er zal namelijk tegelijkertijd gekeken moeten worden naar een plan van aanpak voor het beheer van de garnalen(puls)visserij samen met alle belanghebbenden.

6Andere geteste innovaties

Binnen de Nederlandse visserij zijn er ook nog een aantal innovaties ontwikkeld en getest die (vooralsnog) niet zijn doorgebroken. Deze innovaties zijn om verschillende redenen momenteel (bijna) niet terug te vinden binnen de Nederlandse visserij. Twee voorbeelden hiervan zijn de twinbeam en de hydrorig. In dit hoofdstuk zullen we deze twee innovaties kort bespreken.

6.1Twinbeam

De twinbeam is ontwikkeld als een alternatief voor de traditionele boomkor. Deze boomkorvariant levert vooral brandstofbesparing op, omdat het vistuig bij dezelfde snelheid minder weerstand ondervindt. Er kan een brandstofbesparing van tientallen procenten mee worden gerealiseerd. Met deze methode kan er meer zwartvis worden gevangen ten opzichte van de traditionele boomkor. De twinbeam heeft hierdoor een positieve invloed op de winstgevendheid van vissers. Aan ieder tuig bevinden zich twee netten.

In het midden van het tuig bevindt zich een extra slof. De kotters vissen met vier kleinere boomkornetten (4×6 meter) in plaats van twee grote (2×12 meter). Ieder net heeft z’n eigen wekkers en kietelaars. De grondpees bestaat uit een ketting die met rubberschijven is bekleed (zie onderstaande afbeelding). In totaal is de grondpees ongeveer 22 meter en het beklede deel (midden) is ongeveer 6 meter. De breedte van elk net aan een tuig van 12 meter is 5,5 meter en de verticale netopening is 60cm.

Hier zie je een foto van de optuiging bestaande uit een rolder met touwenschot en rubberschijven.

Er kan worden gevist op schol met vijf wekkers met een schalmdikte van 22, 24 en 26mm en twaalf kietelaars met een schalmdikte van 26, 22, 20, 16, 14 en 12mm. Met de schalmdikte hebben we het over de dikte van elk van de metalen ringen van een ketting.

Bij het vissen op tong worden er andere netten gebruikt, namelijk de tongnetten. In het midden van het net zit een tongflap. Het net heeft kale of rubberpezen en mazen van 8 cm. Hiermee kan worden gevist op slappe grond voor de kust, zoals in de Duitse bocht. Over het algemeen wordt daar niet zwaar gevist en de vissnelheid is daar vaak ook hoger. Na een aantal weken is de ketting een beetje versleten en kunnen de wekkers en kietelaars worden vernieuwd. De pees kan een paar kettingschalmen worden doorgehaald om het net weer in de goede visstand te krijgen. Tijdens het vissen kan de bemanning de vangst vergelijken om een indruk te krijgen of de twee tuigen goed en gelijk afgesteld zijn.

Ook is er geëxperimenteerd met een twinbeam met een vleugelvorm in plaats van een ronde boom (zie onderstaande afbeelding). Dit noemen we een twin-fly-beam. De uiteindelijke vorm van de dwarsdoorsnede is een boom die bol is aan de voorkant en smaller aan de achterkant. De lagere weerstand met de twin-fly-beam komt niet alleen door de vleugelvorm. De vleugelvormige buis is ongeveer de helft lichter en dat is toch duizend kilo minder die over de zeebodem moet worden getrokken.

De boom van een twin-fly-beam.

De boom van een twin-fly-beam.

6.2Hydrorig

De hydrorig is een innovatieve visserijmethode die ontwikkeld is als alternatief voor de boomkor. Het idee voor het ontwikkelen van de hydrorig is ontstaan uit verschillende experimenten uitgevoerd door collega-vissers die bezig waren met het flybeamtuig en met spoilers. In de USA was al een soort bolkoppentuig bekend. De combinatie van al deze gegevens heeft geleid tot de hydrorig. Het tuig is anders dan het traditionele boomkortuig. De vis wordt niet opgeschrikt door wekkers, maar door waterstromingen die de bodem omwoelen.

Verder is de boom van de boomkor vervangen door een vleugelmodel. De wekkerkettingen zijn vervangen door halve bollen die aan de boomkorvleugel zijn bevestigd (zie afbeelding hieronder). Deze halve bollen creëren een waterstroming op de vleugel. Het tuig heeft een middenslof en aan de onderkant van de vleugel een holvormige buis. Er zijn nog wel kietelaars, maar die zorgen er alleen voor dat de vis zich niet meer ingraaft. Het brandstofverbruik ligt ongeveer 30% lager dan bij de boomkor, omdat er geen zware wekkers meer worden gebruikt. De vissnelheid is geen 7 mijl, maar ligt rond de 5 mijl. Deze vissnelheid is beter voor de optimale omwoeling van de zeebodem. Als er gevist wordt op harde grond kan de werveling minder effect hebben dan op een zachte bodem.

De boom van de hydrorig (links) met de halve bollen en de schone vangst met de hydrorig (rechts).

De boom van de hydrorig (links) met de halve bollen en de schone vangst met de hydrorig (rechts). VCU
Met deze manier van vissen kan er jaarrond gevist worden, net als met de traditionele boomkor. De hydrorig bleek voornamelijk een goed alternatief voor de zomerperiode, want in die periode zijn de vangsten met de boomkor ook wat minder. Door de brandstofbesparing van ongeveer 25% werd de hydrorig voor die periode gezien als een mogelijk alternatief voor de traditionele boomkor. Op de Doggersbank en op de Monkeybank werd er voornamelijk mee op schol gevist, omdat in de zomermaanden de tongvangsten voor een boomkorvisser iets minder zijn. Het weer speelt ook een rol, omdat de bolkoppen bij mooi weer een beter effect hebben.

In de wintermaanden kon er met de boomkor langer worden doorgevist met slechter weer. Gedurende de winterperiode vangt de boomkor vooralsnog beter dan de hydrorig. De bijvangsten zijn met de hydrorig wel behoorlijk minder in vergelijking met de boomkor. Dat komt waarschijnlijk doordat er geen gebruik wordt gemaakt van de wekkers. Het grootste deel van de vangst is mooie, schone vis van een hoge kwaliteit (zie bovenstaande afbeelding). Er wordt ook minder ondermaatse vis gevangen, omdat het netwerk ruimere mazen heeft dan het traditionele boomkornet. De bodemberoering is ook beduidend minder doordat er geen wekkers worden gebruikt. Ondanks deze voordelen bleek de hydrorig vooralsnog niet rendabel genoeg.

7Bronnen

  • Bolam, S. G., Coggan, R. C., Eggleton, J., Diesing, M., Stephens, D., 2014. Sensitivity of macrobenthic secondary production to trawling in the English sector of the Greater North Sea: A biological trait approach.
  • Den Heijer, W. M., Keus, B., 2001. Bestaande vistuigen als mogelijk alternatief voor de boomkor.
  • Depestele, J., Ivanovic´, A., Degrendele, K., Esmaeili, M., Polet, H., Roche, M., Summerbell, K., Teal, L. R., Vanelslander, B., O’Neill, F. G., 2015. Measuring and assessing the physical impact of beam trawling.
  • De Haan, D., Van Marlen, B., Kristiansen, T. S., Fosseidengen, J. E., 2009. The effect of pulse stimulation on
    biota – Research in relation to ICES advice – Progress report on the effects on cod.
  • De Haan, D., Van Marlen, B., Velzenboer, I., Van der Heul, J., Van der Vis, H., 2009. The effects of pulse stimulation on biota – Research in relation to ICES advice – Effects on dogfish.
  • De Haan, D., Haenen, O., Chen, C., Hofman, A., Van Es, Y., Burggraaf, D., Blom, E., 2015. Pulse trawl fishing: The effects on dab (Limanda limanda).
  • De Niet, P. J., Verschuur, T. W., 2007. De hygiënecode voor aan boord van een vaartuig gekookte schaal- en schelpdieren.
  • De Vrieze, J., 2012. INNOVATIEVE NETTEN VOOR VERDUURZAMING; Visvangvindingen.
  • European Parliament, 2011. The North Sea brown shrimp fisheries.
  • Fey, F. E., Dankers, N. M. A. J., Meijboom, A., Sonneveld, C., Verdaat, J.P., Bakker, A. G., Dijkman, E. M., Cremer, J. S. M., 2015. Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee, situatie 2014.
  • Galbraith, R. D., Rice, A., 2004. An introduction to Commercial Fishing Gear and Methods Used in Scotland.
  • Glorius, S., Craeymeersch, J., Van der Hammen, T., Rippen, A., Cuperus, J., Van der Weide, B., Steenbergen, J., Tulp, I., 2015. Effecten van garnalenvisserij in Natura 2000 gebieden.
  • Goldsborough, D., Steenbergen, J., Jager, Z., Zaalmink, W., 2014. Toekomst van de pulsvisserij in de Waddenzee; Een verkenning met relevantie voor de internationale Waddenzee en de Noordzeekustzone.
  • Haasnoot, T., Kraan, M., Bush, S. R., 2016. Fishing gear transitions: lessons from the Dutch flatfish pulse trawl.
  • ICES, 2012. Request from France to review the work of SGELECTRA and to provide an updated advice on electric pulse fishing.
  • ILVO, 2015. Huidzweren bij vissen in het Belgisch deel van de Noordzee; TRENDS IN PREVALENTIE EN EXPLORATIE VAN MOGELIJKE OORZAKEN.
  • Kenniskring duurzame garnalenvisserij, 2009. Perspectief voor pulsvisserij op garnaal?
  • Kuhlman, J. W., Van Oostenbrugge, J. A. E., 2014. Bodemberoerende visserij op de Noordzee.
  • Lengkeek, W., Bouma, S., 2010. Impacts of beam trawl fisheries in the North Sea; A summary of fifty-five publications.
  • Linnane, A., Ball, B., Munday, B., van Marlen, B., Bergman, M. and Fonteyne, R., 2000. A review of potential techniques to reduce the environmental impact of demersal trawls.
  • Millner, R. S., and Whiting, C. L. 1996. Long-term changes in growth and population abundance of sole in the North Sea from 1940 to the present.
  • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2004. Ruimte voor een zilte oogst; Naar een omslag in de Nederlandse schelpdiercultuur.
  • Montgomerie, M, 2015. Basic fishing methods: A comprehensive guide to commercial fishing methods.
  • Nederlands visbureau, 2014. Factsheet: Noordzeegarnaal.
  • Polet, H., Delanghe, F., Verschoore, R., 2005. On electrical fishing for brown shrimp (Crangon crangon) II. Sea trials.
  • Polet, H., Depestele, J., 2010. Impact assessment of the effects of a selected range of fishing gears in the North Sea.
  • Productschap Vis, 2008. Visfeiten: Mosselen.
  • Quirijns, F., Strietman, W.J., van Marlen, B. and Rasenberg, M., 2013. Platvis pulsvisserij;
    Resultaten onderzoek en kennisleemtes.
  • Rasenberg, M., Quirijns, F., 2013. Effecten van de pulsvisserij: een overzicht.
  • Rasenberg, M., Van Overzee, H., Quirijns, F., Warmerdam, M., Van Os, B., Rink, G., 2013. Monitoring catches in the pulse fishery.
  • Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Team Uitvoering Visserijregelingen, 2014. Informatiebulletin regelgeving visserij december 2014.
  • Smaal, A. C., Brummelhuis, E., 2005. Onderzoek naar mogelijke effecten van de pulskor op bodemdieren.
  • Soetaert, M., Decostere, A., Polet, H., Verschueren, B., Chiers, K., 2013. Electrotrawling: a
    promosing alternative fishing technique warranting further exploration.
  • Steenbergen, J., Van Marlen, B., 2009. Landings and discards on the pulse trawler MFV “Vertrouwen” TX68 in 2009.
  • Steenbergen, J., Rasenberg, M., 2012. Discards in de garnalenvisserij in Nederland: een overzicht.
  • Taal, K., 2010. Pulskor, Sumwing en PulsWing als alternatief voor de boomkorvisserij.
  • Tulp, I., Piet, G., Quirijns, F., Rijnsdorp, A. D., Lindeboom, H., 2005. A method to quantify the trawl fisheries induced mortality of benthos and fish.
  • Van Denderen, P. D., Van Kooten, T., Rijnsdorp, A. D., 2013. When does fishing lead to more fish? Community consequences of bottom trawl fisheries in demersal food webs.
  • Van Marlen, B., 1997. Alternative Stimulation in fisheries.
  • Van Marlen, B., Bergman, M. J. N., Groenewold, S., Fonds, M., 2001. Research on diminishing impact in demersal trawling – The experiments in The Netherlands.
  • Van Marlen, B., Grift, R., Van Keeken, O., Ybema, M. S., Van Hal, R., 2006. Performance of pulse trawling compared to conventional beam trawling.
  • Van Marlen, B., Van der Vis, H., De Haan, D., Burggraaf, D., Van der Heul, J., Terlouw, A., 2007. The effect of pulse stimulation on biota – Research in relation to ICES advice – Progress report with preliminary results.
  • Van Marlen, B., De Haan, D., Van Gool, A., Burggraaf, D., 2009. The effect of pulse stimulation on marine biota – Research in relation to ICES advice – Progress report on the effects on benthic invertebrates.
  • Van Marlen, B., Van Keeken, O. A., Dijkman Dulkes, H. J. A., Groeneveld, K., Pasterkamp, T. L., De Vries, M., Westerink, H. J., Wiegerinck, J. A. M., 2009. Vergelijking van vangsten en brandstofverbruik van kotters vissend met conventionele en SumWing-boomkorren.
  • Van Marlen, B., Wiegerinck, J.A.M., van Oss-Koomen, E., van Barneveld, E., 2014. Catch comparison of flatfish pulse trawl and a tickler chain beam trawl.
  • Van Stralen, M., Van den Ende, D., Troost, K., 2016. Inventarisatie van het sublitorale wilde mosselbestand in de westelijke Waddenzee in het voorjaar van 2016.
  • Verschueren, B., Lenoir, H., Vandamme, L., Vanelslander, B., 2014. Evaluatie van een seizoen pulsvisserij op garnaal met HA 31.
  • Visserijnieuws, 2008. HFK Engineering werkt aan zweefmodel voor Eurokotter; Meetweken Sumwing II.
  • Visserijnieuws, 2015. Regionale kenniskringen voor garnalenvissers van start; Grid in de garnalenvisserij?